Waarom toch?

1986-08-22
  • Jaargang 30
  • nummer 32
Nu we de voorbije weken hebben kunnen kennisnemen van het meerder- en minderheidsrapport inzake "de vrouw in het ambt van diaken" en de artikelen van Prof. dr D. Holwerda. is het een verdrietige zaak te moeten vaststellen, dat de meningen zó uitéénliggen. Meningen, die in hoofdzaak zijn gegrond op dezelfde Schriftgedeelten nl.: 1 Tim. 3: 8-13 en Rom. 16 : 1.

In de conclusie van het meerderheidsrapport lezen we het volgende:
“...maar de ambten van ouderling en voor zover wij zien ook van diaken waren taken, waarvoor broeders werden gekozen, aangewezen, aangesteld. Als wij zusters daartoe roepen; tot het diaken ambt; dan gaan we in een richting waarin onze Heer en zijn apostelen ons niet zijn voorgegaan." ..

Het minderheidsrapport geeft als eerste conclusie:
“Op grond van 1 Tim. 3:11 en Rom. 16:1 kan met zekerheid gesteld worden dat de Schrift de vrouwelijke diaken kent.”

De artikelen van Prof. Dr. D. Holwerda mogen we wel zien als een ondersteuning van het laatstgenoemde rapport. U wist het al maar hebt het nu nog eens kunnen nalezen hoe haaks de meningen op elkaar staan, Waarom toch? Geven die teksten daartoe werkelijk aanleiding? Kan het' niet te maken hebben met een kwestie van "proeven", wat de context suggereert. We bedoelen hier niet het proeven van iets waarvan de smaak al voor ons vaststaat. Nee, we hebben het oog op de manier van proeven zoals van een onbekende wijn: In de mond rond laten gaan en op de smaakpapillen laten inwerken en daarna zeggen: zo en zo is de smaak. Op deze wijze willen we eerst eens "proeven" van Rom. 16 : 1. Wie -was Phebe? Een zuster (in de Here) zegt Paulus, Dat staat vast. En ook, dat zij een dienares (een "diakonos") van de gemeente te Kenehreae was. Wat betekent "diakonos"? Zowel dienaar als diaken. Maar, zo lezen we in Abingdon's Strong's Coneordance, dit woord is waarschijnlijk afgeleid van het in onbruik geraakte (wanneer?) woord "diako" = boodschappen doen. We laten dit gegeven eveneens op onze smaakpapillen doorwerken. Het is geen stiekem toegevoegde smaakmaker, want we mogen best aannemen, dat Phebe de brief aan de Romeinen heeft meegenomen. Onder de geleerden vinden we daarover wel eenstemmigheid. Zij heeft een boodschap voor Paulus gedaan en de brief in Rome ter bestemde plaatse afgegeven. Waarom ze daarheen ging wordt niet vermeld; evenmin of ze weer is teruggekeerd naar Kenchreae, Wel lezen we verder, dat Paulus de leden van de gemeente te Rome op het hart bindt haar te ontvangen in de Here? Een wijze de heiligen waardig en - mocht het nodig zijn - haar bij te staan. Haar alle mogelijke hulp te bieden. Waarom? Omdat zij zelf velen, en ook Paulus persoonlijk, bijstand heeft verleend, Een helpster, een beschermvrouwe ("prostatis"). Laten we de mededeling van Paulus maar gewoon eenvoudig lezen zoals die er staat, Paulus. stelt ,ons geen vrouwelijke Diaken voor, maar gewoon een buitengewone 'vrouw,' een dienares, zoals er de eeuwen door wel zullen zijn geweest in de gemeenten. Heeft u het informatieboekje voor onze kerken al eens goed doorgekeken? De dienaressen worden ons daarin met name genoemd; in allerlei functies.
We willen .echter nog even terugkomen ophet feit, dat Phebe naar Rome is gegaan zonder dat Paulus daarvoor een reden opgeeft. Zelfs vermeldt hij niet of er van terugkeer sprake zal zijn.
Toch belangrijk indien zij werkelijk een diaken was. Prof. Holwerda schreef namelijk in "Discussie inzake vrouwelijke ambtsdragers" 2): "Wie met een ambt wordt bekleed, krijgt een bepaalde taak (of bepaalde. taken) toegewezen, (Het omgekeerde geldt niet: niet altijd gaat toewijding van een taak gepaard met het stellen in een ambt. Daartoe moet die taak o.a, van blijvende aard zijn; ookeen zeker gewicht hebben.
zodat men bij de betrokkene verantwoordelijkheidsbesef verlangt. Om dat gewicht en die verantwoordelijkheid tot uitdrukking te brengen, geeft men aan de in dienst treding een officieel en plechtig karakter: men vraagt daarbij uitdrukkelijk een trouwbelofte, zo niet een eed.

Blijvende aard en verantwoordelijkheid? Dan had Paulus ons toch wel wat meer informatie gegeven over het waarom van de reis naar Rome, Zij ging niet met een dagretour van Athene naar die plaats, maar per zeilschip en over land; een lange 'reis. Keerde zij nog terug? Ook daarover zegt de apostel niets.

Nu 1 Tim. 3 : 8-13: een klein gedeelte uit de eerste brief van Paulus aan zijn waar kind in het geloof, Een brief met vermaningen, opdrachten, aanwijzingen. Hij schrijft: "Doe, zoals ik u ... aangeraden heb (1 : 3)", "Deze opdracht vertrouw ik u toe (1: 18)", "Ik vermaan u dan ... (2 : 1)", "Ik wil dan, dat de mannen ... (2: 8)", "Evenzo, dat de vrouwen ... (2 : 9)" enz. Was Timotheus niet mans genoeg omzijn eigen gang te gaan? Nee, dat blijkt uit hetgeen Paulus verder schrijft: "Niemand schatte ugering om uw jeugdige leeftijd (4: 12)". Hij was nog een stageloper en had' zeer zeker een stuk begeleiding van zijn leermeester nodig.
Hij had nauwelijks ervaring en van levenswijsheid kan DP zijn leeftijd evenmin sprake zijn geweest. Geen wonder, dat Paulus, wanneer het opzienersambt en het diakenambt in de brief aan' de orde komen, Timothëus voorhoud aan welke eisen degenen, die naar die ambten staan, moeten voldoen. Zou hij zelf aan a·l die voorwaarden hebben gedacht? En wij? Helt was een goede gedachte van Paulus dat alles op schrift te stellen. Maar, kwam het daarbij alleen maar op de mannelijke kandidaten aan? Waren hun vrouwen zó onbelangrijk, dat Paulus over hen niet behoefde te schrijven? Wis en zeker niet. In het voorgaande hoofdstuk heeft hij ,al het één en ander over de vrouw geschreven. "Een vrouw moet zich rustig, in alle onderdanigheid, laten onderrichten, maar ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft; zij. moet zich rustig houden (2 : 11, 12)".
En in 3 : 11 voegt hij er voor zowel de vrouw van de ouderling, als de vrouw van de diaken, aan toe: Zo moeten hun vrouwen zijn: waardig; geen kwaadspreeksters, nuchter, betrouwbaar in alles".
Wat is een vrouw belangrijk voor een man, zowel in positieve als in negatieve zin.
Salomo wist daarvan: "Een degelijke vrouw is de kroon van haar man, maar als bederf in zijn gebeente is zij, die beschaamd doet staan (Spr. 12 :4)". De vrouwen van de arnbtsdragers moeten eveneens gunstig bekend staan, zodat de buitenstaanders geen mogelijkheid hebben die mannenbroeders met de vinger na te wijzen. Zij zullen dan niet in opspraak komen en in een strik van de duivel vallen. Paulus onthoudt deze aanwijzing Timotheus niet. Het mag dan op een voor ons wat vreemde plaats zijn, maar hij zegt het: waardig, geen kwaadspreeksters, nuchter, betrouwbaar in alles, Zulke vrouwen zijn een kroon voor de ambtsdragers.

Conclusie: Uit de context blijkt, dat Paulus niet spreekt van de vrouw in het diakenambt, doch Timotheus voorhoudt, dat hij bij het aanstellen van mannen In het opzieners- en diakenambt niet alleen moet letten op de kwaliteiten van de man, maar ook op die van de echtgenote.

P.S. De redactie heeft Prof. dr D. Holwerda gevraagd op bovenstaand artikel te reageren. Deze ziet echter geen aanleiding om er op te reageren, omdat de schrijver niet op zijn argumenten ingaat.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief