De kerk - dat ben jij!
1986-08-22
Laten we blij zijn - Jaargang 30
- nummer 32
dat er kerken staan,
dat er ruimte is
waar dode taal
tot leven gewekt wordt
en hoor:
verlossende woorden.
Laten we blij zijn
dat er mensen komen,
bidden voor eigen heil
en voordat van de ander -
al zijn er weinig...
- waar twee of drie samen zijn
in mijn Naam, ben Ik
zegt de Heer van de kerk..
Soms is het koud in de kerk
en stil.
maar vaak
is het warm en
het gonst er van leven.
God is er en gevoelens van
onrust, angst, tekort;
ze verdwijnen.
Laten we blij zijn
dat overal kerken staan
voedend als benzinestations
wie verder wil.
Laten we blij zijn dat iemand
z'n handen uitsteekt en redt.
Wie ze schuwt
raakt op dood spoor.. (1)
Blij zijn ...
"Laten we blij zijn dat er kerken staan". Wat 'n onzin, zeggen veel mensen, oudere en jongere. Blij ...Voor hun hoeft de kerk helemaal niet. Onnodig, 'n getto waar .ouderwets geloof in stand gehouden wordt, 'n obstakel. De kerk... Geen aandacht aan geven, die verdwijnt vanzelf. Kerkgebouwen, gelovigen die er samenhokken: anachronismen, passen niet meer in onze tijd. Over de kerk en- over de gelovigen wordt soms met bijtend sarcasme geschreven en gepraat. Of op een lacherige manier. Of met afkeer: Lariekoek! Of met een soort verbazing.
Dat laatste vinden we in het gedicht "kerken" van Remco Campert. (Het vers "Laten we blij zijn" is er min of meer een reactie op.) Campert verwondert zich erover dat er nog van die kerkgebouwen bestaan. En dat er zelfs ménsen komen. ’t Zijn er niet veel. Hij schrijft: “Je kunt er altijd wel / een of twee vrouwen in vinden / bidden voor neven, voor eigen heil/ van dat van de wereld zodoende”. De kerk – goed voor een paar laatste liefhebbers. Oude vrouwen of zo. Maar verder… ’t Is ook wel te begrijpen. Het is er stil en koud. “Stiller dan in een windstille natuur” en “kouder dan op een bevroren meer”. De kerk is koud, leeg en stil maar als je persé wilt kun je er op vastgestelde uren bidden. Overal zie je van die kerkgebouwen, in steden en dorpen verspreid door het land. Je kunt ze vergelijking met benzinestations Die kom je ook overal tegen.
Je komt er ;aanrijden, de pompbediende sloft naar buiten, vult je tank, poetst je ruit, ontvangt z'n geld, gaat naar binnen, leest verder in z'n krantje. Hij heeft z'n werk gedaan. Jou heef Hij nauwelijks gezien. ,Onpersoonlijker kan het al niet. De kerk is koud, onpersoonlijk... Er gaat niets van uit, geen straaltje warmte komt je tegemoet.
Je komt eruit, zoals je erin gegaan bent. Het is er, platweg gezegd geen dooie boel. Dat is de kijk van Remco Campert. Hij windt zich niet op. De kerk, het kerkelijk gebeuren, de gelovigen - ze laten hem onberoerd. Het zijn een beetje verbazingwekkende verschijnselen maar verder onbetekenend.
Campert staat niet alleen. Enorm veel jongeren van christelijke huize nemen afstand of zelfs afscheid. Soms met de daad, soms alleen in hun hart. Sommigen zitten vol woede en wrok. Maar de meesten zijn met boos, evenmin als Campert. Ze vinden ook niet dat "de kerk" alles fout doet. Ze zijn gewoon onverschillig.
"Het lege testament", de geruchtmakende enquête onder kerkverlaters van Piet van der Ploeg is niet onduidelijk, "Youth for Christ" hield in 1985 een enquête onder jongeren. Bijna tweederde van de Nederlandse jeugd rekent zich niet meer te horen tot een kerk. Van de rest gaat een derde minimaal één keer per week naar de kerk: dat is één op de acht jongeren. Tussen haakjes: in 1968 ging 57% van de jongens en 65% van de meisjes nog geregeld naar de kerk. Bladzijden vol cijfers zijn te geven, met cijfers en vergelijkingen. Nodig is het niet. We weten het toch wel: de ontkerkelijking onder de jeugd is schrik:"
barend toegenomen. Talloos veel gezinnen hebben .er weet van.
Er is veel zorg over, veel gesprek en veer geschrijf. Vooral van de kant van de ouderen. Want nog maalt: de mééste jongeren winden er zich niet zo. Over op. Ik heb tamelijk veel gepraat met jongeren over kerk en kerkgang en geloof. Dat was vaak boeiend maar ook wel eens schokkend en ergerniswekkend. De zondag: een dag van verveling, het kerkbezoek een bezoeking, de preken te lang en te moeilijk enzovoort, enzovoort. In een boekje vol verhalen en uitspraken: van jongeren over geloof en ongeloof vond ik tussen veel soortgelijke uitingen een uitspraak van een 18-jarig meisje: “…en in mijn hart een hekel heb aan het kerkgebeuren"; een andere scholier.: "ik hecht geen enkele waarde aan de kerk". (2) Afkeer èn onverschilligheid.. Gelukkig hoor je ook .. andere uitingen in gesprekken en publicaties. Van jeugdigen die zich met hart en ziel bij kerk en geloof betrokken weren. Die zich helemaal willen geven aan het werk van de Here. Maar het totaalbeeld is niet bemoedigend. Veel afstand, veel reserve, veel onverschilligheid. Toch moeten we oppassen met cijfers en uitspraken. Om verschillende redenen. Ook moeten we niet uitsluitend naar Jongeren kijken. Er zijn er (veel?) die afhaken omdat' ze thuis bitter weinig merken van echt persoonlijk geloof. Die hun ouders soms meer zagen als, gek gezegd, een roddelblad (over kerk en dominees enzo) dan als een leesbare brief van Christus. Er zijn mooipratende ouderen die praktisch soms godloos zijn. Er zijn twee kanten.
En jij?
Er zijn mensen blij met de kerk. Er zijn critici en weglopers. Hoe is het met jou? Ik kèn jou die dit leest niet. Misschien neemt het geloof en de kerkgang in jouw leven een centrale plaats in. Misschien is het anders. Heb je twijfel of ben je ongeïnteresseerd of ongeïnteresseerd aan het worden. Waarom zou ik naar de kerk gaan? vraag ie je af. Je gaat wel, maar waarom eigenlijk? Je gaat omdat kerkgang bij de zondag hoort en omdat de hele familie gaat. Je gaat omdat het duidelijk van je verwacht wordt. Je gaat omdat je er een hekel aan hebt als je vader zondagsmorgens aan de trap staat te roepen. Je gaat omdat je toen je een keer persé niet wou je moeder zo bezeerd keek. Je gaat. Maar eigenlijk heb je geen zin meer, raakt het je allemaal niet meer zo.."
Lees dan toch verder. Wie weet heb je toch iets aan het volgende.
De kerk - een dak boven je hoofd
De kerk, te vergelijken met een benzinestation. Zegt Campert. Allebei voldoen ze even aan een bepaalde behoefte van deze en gene. Maar fat gebeurt afstandelijk. Er is geen contact; geen ontmoeting, geen warmte.
Dàt is niet waar, zegt het gedicht waarmee we begonnen. Niet dat in dat vers 'de kerk geïdealiseerd' wordt en mooier gemaakt. dan ze in werkelijkheid is. Wèl staat er in wat de kerk naar haar aard zijn moet en gelukkig vaak ook is. Een plaats die je een dak boven je hoofd biedt. Laten we nog eens lezen. Laten we blij zijn, zegt het, dat de kerk nog bestaat, dat er overal nog kerkgebouwen staan.
De wereld is vol woorden; veel zijn er leeg en inhoudloos. “Ergens zie ik het wel zitten dus!” Leg maar eens uit wat hier staat. Er wordt wat gepraat en geredekaveld. Woorden bestaan om je gedachten te verbergen, zeggen politici en anderen. “Onze discussie was hartelijk en nuttig”. Het zal wel waar zijn maar achteraf merk je het met veel opgeklopte publiciteit omgeven gesprek tussen politicus zus en minister zo bitter weinig opgeleverd heeft. Woorden, woorden, woorden. Soms zonder nadenken uitgesproken, soms tot op de laatste draad versleten. Maar in de kerk – daar kunnen woorden tot leven komen. In de kerk wordt het verlossende woord gesproken als hét Woord aan het woord komt. ’t Is waar. Niet iedereen is gediend van die woorden, van dat Woord. En soms komen er maar weinig om te horen, soms komen zich maar weinig warmen aan de liefde van God. Maar al zijn er weinig – waar twee of drie mensen samen zijn in mijn Naam…
De kerk een dooie boel? Welnee: een actiecentrum. Uit de kerk strómen de gebeden En na het gebed gaat de gemeente tot daden over, helpt, steunt, bemoedigd. De kerk is een huis. Het huis van God. Je hebt er een dak boven je hoofd. Niet dat dat altijd zo te ervaren is, niet dat er niets op de kerk aan te merken is. Waar hoor je dat behalve in de kerk dat goed op je wil zijn? Dat je schuld verzoend is? In de kerk reikt God je de hand, zet je op je voeten, spreekt je moed in, maakt dat je verder kan. Laten we blij zijn dat er kerken zijn…
De kerk – een hut om in te schuilen
Pas is er weer een enquête gehouden. Onder 137 jongeren in de leeftijd van 15-25 jaar. Jawel, over kerk en geloof. Fijne, positieve reacties waren erbij. “We mogen genieten van wat we hebben” en “als christen ga je een mooie toekomst tegemoet”. Er waren ook andere. “Het is een rotwereld”, “ik voel me machteloos ten aanzien van de ellende om mee heen”, en nog veel meer. (3) En nu kun je zeggen: het valt niet mee. Het verwoestende materialisme, het gebrek aan idealisme, het doemdenken. Het leven in een maatschappij die zo kil en egoïstisch kan zijn. Voor christenjongeren: de dreiging van de godloze wereld. De wereld is niet zo mooi, niet zo herbergzaam en veilig.
Maar, laten we eerlijk zijn, dat was ze nooit. Dreiging en angst zijn er altijd geweest. Ook in het verleden was er oorlogsgeweld. Mensen werden geteisterd door epidemieën, hongersnoden en waterrampen. Er waren tijden met enorm veel sterfte, onder kinderen en jongvolwassenen. Bruut geweld en hardheid waren er altijd. Jullie zijn de eersten niet. Maar…dat te weten maakt het niet makkelijker. De wereld is niet zo herbergzaam…maar de kerk wel. In de kerk is de Heer met z’n liefde, z’n bescherming en z’n warmte. Je bent zondags nog maar nauwelijks binnen of je ervaart het al. “Genade en vrede”, “Tien Woorden” die je leven omheinen en beveiligen. Als je echt de gemeente van Christus wil toebehoren, als je met je hart meezingt en meebidt en meeluistert naar wat de Geest op die ochtend en middag tot de gemeente zegt, dan heb je het goed. Dan heb je midden in die vaak vijandige en bedreigende wereld een hut om in te schuilen. Weet je wie dat heel sterk ervaren? Leeftijdgenoten van jou b.v, in de Sovjet-Unie, Ik las over Anna Sjvetsova, 22 jaar, leidster van een' zondagsschool. Ze werd gearresteerd, alleen op grond van haar geloofsactiviteiten en in de gevangenis gezet. Er volgt een proces in de rechtszaal met allemaal ongenaakbare mensen Dm zich neen. Haar lade!' probeert binnen te' komen maar wordt er door 4 politiemannen uitgegooid, Vonnis 31 jaar werkkamp. Buiten staaf "de zwarte raaf" (de arrestantenauto) al klaar. Een harde periode begint: zwaar werk, weinig eten, smerige slaapzalen, vlooien, 'nauwelijks medische verzorging, criminaliteit, mishandeling.
Waarom? Omdat ze God wilde dienen. Reken erop dat zo'n meisje zielsdankbaar is als ze vrij komt en weer kan schuilen in de gemeente, bij broeders en zusters. , Of denk aan Galina Viltjinskaja. Om haar geloof al twee maal naar een werkkamp gestuurd. Ze zegt: "geestelijk heb ik erg veel geleerd in het kamp. Je wordt helemaal op God teruggeworpen. Nu ik thuis ben word ik algauw van Hem afgeleid door alle dagelijkse beslommeringen". (4) Wurmbrand, een predikant die onvoorstelbaar geleden .heeft, die vol zit met littekens van doorstane martelingen,' zegt: "Nooit zal ik de schoonheid van onze kerk (de vervolgde dus) kunnen beschrijven". Goed, zeg je misschien, maar we leven hier niet in Rusland of Albanië, of in Nigaragua of in Oeganda. Nee. Maar 't is welzodat als de wereld je uitstoot en geen plaats meer voor je heeft dat God Dok dan er is en de gemeente die voor je bidt en je weer opvangt als je situatie verandert.
(wordt vervolgd)
Noten:
(1) Uit de bundel "Poging tot spreken" (gewijzigd overgenomen), van schrijver dan deze artikelen.
(2) "Geloof het of niet. Jongeren over geloof en ongeloof. Samengesteld door Evelien Boom, Marten Janse en José Los (Meinema, Delft).
(3) “Opbouw”- art. “Jongeren en geloof” door M. de Jonge, Nr. 10 – 7-3-’86.
(4) "Zon der gerechtigheid", nr. 5, sept. 1985 (C.S.H.G. Andijk).