De kerk - dat ben jij!

1986-08-29
  • Jaargang 30
  • nummer 33
Maar ik heb zo'n moeite met geloven
zeg je misschien. Daar is veel over te zeggen en te schrijven. En dat is ook gebeurd. Voor het aantal boeken en boekjes over geloven, geloofsmoeilijkheden 'en over de vraag "wat is geloven?" heb je een hele boekenkast nodig. Ik wil er ook niet teveel op ingaan. Maar ik vertel je wel graag een persoonlijke ervaring.

Toen ik een jaar of 17, 18 was, was m'n geloof plotseling helemaal verdwenen. Daarvoor had ik er nooit moeite mee gehad, 't ging allemaal vanzelf. Ik vond het een vreselijke ervaring.
Het leek. of alle grond onder m'n, vosten weg was. Ik voelde me echt hopeloos en radeloos.
Alles leek grauw, nergens had ik nog plezier in. Ik begreep er niets van; ik begreep ook niets van mezelf.
Maar de vastheid van het geloof en het veilige gevoel dat God bij je is wilde ik dolgraag terughebben. Iedere dag zat ik maar in de bijbel te bladeren én te zoeken, Op een dag stuitte ik op een tekst in Hebreeën 11, vers 6 namelijk. Daar staat: Want wie tot God komt, moet Geloven dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.. Hoe graag ik wilde: Ik kon eenvoudig niet aannemen dat er ergens Iemand is die anders en groter en machtiger is dan mensen. Het kwam me zo ongeloofwaardig voordat Iemand, God, onze. wereld gemaakt zou hebben en mij persoonlijk zou kennen. Maar aan de andere kant kon ik niet loskomen van het geloof van m'n kinderjaren. Ik ging door met zoeken, met Iezen en nadenken. Op een bijna wanhopige manier.' Ik ging weer bidden. Ik riep een God aan van Wie ik niet kon aannemen dat Hij bestond en naar me luisterde.
Maar ik dacht: het staat er. Als je naar Hem zoekt met alles wat in je is beloont Hij dat met geloof, Tegenstrijdig. Ik geloofde niet in Zijn aanwezigheid en tegelijk hoopte ik dat Hij, àls Hij er zou zijn, naar me zou luisteren en me verlossen van die afschuwelijke leegte, waarin ik leefde. Ik las ook in het Spreukenboek, in hoofdstuk 8 vers 17: "Ik heb lief wie mij liefhebben, wie mij ijverig zoeken, zullen mij vinden".
Dat heeft ongeveer een jaar geduurd. En ineens was het terug. De zekerheid, onomstotelijk, dat God er is, dat Hij me kende, dat Hij een bedoeling met m'n leyen had en dat, alles, alles, in deze wanhopige wereld goed komt, Ik was blij als nooit tevoren, Kijk, als geloven je te lastig is, als je vindt dat je als gelovige, als kerklid, teveel moet opgeven, als je vindt dat God overvraagt, dan vindt je Hem niet. Dan laat Hij zich niet vinden. Dan hoef je echt niet te rekenen op die beloning met geloof, Als je, hoofd altijd vol zit met rockmuziek, als je maar kijkt naar films en leest in boeken die je van God aftrekken, als je aan niks anders meer kunt denken dan aan je hobbies, je pleziertjes en aan weet ik wat, dan gun je God geen, plaats in je leven en dan ... Maar als je je geloof kwijt bent en hunkert naar vroeger toen je alle vertrouwen had in je hemelse Vader, als Je verlangt naar de vrede en de rust die Hij je aanbiedt in, de Here Jezus en je zoekt en bidt, gegarandeerd dat je Hem terugvindt. Hij liet zich altijd vinden door ieder die in geloof tot Hem kwam. Dan laat Hij jou toch niet staan ... "

De Bijbel - wat zegt die over de kerk?
Ongelofelijk veel, Te veel om hier allemaal' door te geven.
Een paar belangrijke dingen alleen. Het woord kerk komt van "kuriake” en dat betekent WAT VAN DE HEER IS. En dan zijn we er gelijk. De kerk bestaat niet uit een stelletje losse individuen die bij elkaar komen en horen omdat ze dezelfde' belangstelling hebben of omdat ze 'elkaar zo aardig vinden of omdat ze eenzelfde' doel voor ogen hebben. Nee - zij zijn met elkaar verbonden omdat ze samen bij dezelfde Heer horen, En die Heer, Christus, heeft ze bij elkaar gezocht en geroepen en ze samen ook 'een opdracht gegeven. "Gij echter zijt een uitverkoren geslacht. . . een volk (Gode) ten eigendom ...om de grote dadente verkondigen van-Hem, die u uit de duisternisgeroepen heeft tot zijn wonderbaar licht" (1 Petrus 2: 9). Blij en' opgetogen doorgeven wie God is en Christus en wat God gedaan 0 heeft in, Jezus Christus - dàt moet je als kerk doen.
De kerk, de gemeente, is het huis van de levende God, een pijler (= een steunpilaar) en fundament van de waarheid" (1 Tim. 3 : 15). De kerk is de kudde' van de goede 'Herder (Johannes 10)., Zoals een herder zorgt voor z'n schapen en over ze waakt zo doet Christus dat over ren met de kerk. En de kinderen van God worden ook ranken genoernd (Johannes 15). Ranken, ,takken die verbonden zijn met de wijnstok die Christus zelf is. Als je met Hem verbonden bent stromen de levenssappen van Hem door je heen, blijf je in leven. Maak je jezelf los, dan ga je dood, net als een tak die van een boom afgeslagen is.

De kerk wordt ook op allerlei plaatsen LICHAAM VAN CHRISTUS genoemd. Die naam vind je b.v. in de brief aan de Efeziërs (1: 22). Daarmee bedoelt de bijbel: de Here Jezus en de gelovigen horen helemaal bij elkaar. Je kunt een menselijk lichaam niet in stukjes delen en dan denken dat al die deeltjes op zichzelf kunnen functioneren; In je eigen lichaam is alles op elkaar aangewezen. In de kerk, het lichaam van Christus, ook, Het Hoofd van dat lichaam, de Here Jezus in de hemel, is onafscheidelijk verbonden met, gelovige, verloste mensen QP aarde, het lichaam. Dat is mooi, Als je gelooft en bij de kerk hoort, hoor je bij Zijn lichaam. Hij is degene die je leidt en beschermt en je altijd met aandacht en liefde volgt en je door zijn woorden en geboden op de goede weg houdt. Daar raak .je nooit over uitgedacht. De kerk is dus een lichaam. Alle "organen" hebben elkaar nodig.
Daarom moeten jongeren im de kerk ook niet aan de kant blijven staan en doen of die kerk iets· van de ouderen is. In 1 Cor. 12 wordt uitvoerig duidelijk gemaakt dat alle mensen in
de kerk gaven en mogelijkheden hebben en die voor Christus en elkaar moeten gebruiken. Ook jij hebt gaven. En je kunt ze gebruiken ook in de kerk. Dat zie je ook: juist in onze tijd - waarover zo vaak gemopperd wordt zijn er buitengewoon veel jongeren die zich met alles wat ze hebben inzetten. De kerk lichaam van Christus, En net zoals jij met je leven en je lichaam iets laat zien van de scheppingsmacht van God en met zijn bewaring zo moet ook de kerk de wijsheid en de heerlijkheid van God laten zien èn in de gemeente èn in de wereld. (Ef. 3 : 10). (Ook Ef. 4 : 10, 5 : 23, Gal. 3: 28).

De kerk is Zijn lichaam. Maar het is op aarde, als een soort bruid die nog van haar a.s. man gescheiden is. Maar als de Heèr terugkomt dan zijn bruid en bruidegom voor eeuwig samen.
"Kom hier", zegt 'een engel in Openb. 21 : 9 "ik zal u tonen de bruid, de vrouw van het Lam", En de kerk is pas echt kerk als ze bidt, samen met de Heilige Geest: "Kom!". Om de komst van de Here Jezus (Openb. 22 :17). Christus is de Heer, de gemeente is van Hein. Hoe kan dat? Hij heeft de kerk "gekocht" en betaald met zijn eigen leven, met zijn bloed (Hand. 20: 28). En ieder die door Hem gekocht is, volgt "het Lam QP de voet" en mag zich zijn volgeling noemen (Matth. 5 : 13 t.m. 16). En het doel van de kerk:.God en de Here Jezus "tonen" aan de wereld, Hem lof toebrengen, bij Hem schuilen, altijd geloven de beloften van het Verbond dat God met ons gesloten heeft.

Een kleine greep uit een grote hoeveelheid bijbelse gegevens, over de kerk. Léés wat de bijbel zegt over de kerk. Geloven is niet in de eerste plaats een zaak van ervaring' en gevoel. Het gaat in de allereerste plaats om luisteren naar wat God zegt 'en je houden aan Zijn goede woorden. En je denken over de kerk moet niet in de eerste plaats bepaald worden door wat je ziet (want dàn word je teIeurgesteld!) maar door wat de Schrift zegt.


De kerk - ons aller moeder
De kerk - ons aller moeder, schreef iemand eens. Ik hoorde dat voor het eerst toen er nogal wat onenigheid in de kerken was: Mooie moeder, dacht ik. De kerk lijkt meer op een...nou ja; laat ik maar niet zeggen wat ik dacht.
Nee, 't is in de kerk niet altijd zo mooi, 't is onder christenen soms verre van ideaal. Soms moesten, we ons, schamen over de manier waarop we met elkaar omgaan. Onverdraagzaam zijn we vaak, mensen die altijd gelijk willen hebben. En elkaar echt helpen en dienen, wat zijn we er vaak laks in. Een toevlucht voor mensen die schreeuwen om belangstelling en genegenheid - 't kan veel beter. We hebben een Woord. voor de wereld, maar dat steken we' nog veel te veel onder stoelen en kerkbanken.
En misschien. heb je bij het voorgaande meermalen gedacht: wat schrijft die, man idealistisch over de kerk.
Misschien haal je je neus er wel Eens voor op. Als je zondags in de kerk zit en je ziet soms van die verveelde gezichten en mensen groot en klein die voortdurend king, faarri, fruetta, stophoest en allerlei andere versnaperingen nuttigen.
De kerk - ons aller moeder. Ja, toch is, dat een mooie aanduiding, moeder. -Met alle fouten en gebreken is de kerk je moeder en dat blijft ze. En ze heeft onvolkomenheden, ja, net zo als je gewone moeder die ook heeft.
Zonder vlek of rimpel, dàt is de bruid van Christus nog niet.
Dat komt nog. Vergis je niet. De kerk kan je niet behouden. Dat kan alleen de Here Jezus Christus. Maar je moet wel ,zijn daar waar Christus is, bij en in zijn lichaam op aarde, zijn volk hier en nu. In een trouwe kerk wondt zondag-in-zondag-uit het heil uitgeroepen, mensen worden samengesmeed, opgeroepen om dankbaar en blij leesbare brieven van Christus te zijn. Vergis je niet. De kerk bestaat uit gewone mensen, uit schavuiten en ondeugden - maar schoongewassen door het bloed van Christus.
De kerk, gewone zondige mensen die het iedere dag opnieuw moeten proberen met Gods hulp. Mensen die zorgen hebben, en a:ngsten en kwalen. Een dominee' zei .in een preek- na een Avondmaalsviering: "We zaten aan zijn tafel; het was ons een vreugde maar we kunnen toch waarlijk niet zeggen dat hier alleen gezonde mensen zaten. Het leek er niet op. Het was veeleer een lazaret, waar de zieken en gekneusden en de ellendigen samen hebben gegeten en gedronken. En niemand wist van de ander zijn verdriet en zijn leed en zijn zorg, Het behoeft ook niet. Het was een armzalig gezelschap van gasten die uitzien met de gehele gemeente van Christus, met zwarte en bruine mensen, naar die stad Gods om samen te eten van de boom des levens, samen paraat te zijn voor het werk en mijn part om samen te gaan- spelevaren op de rivier Gods. 5)

Met je moeder op weg naar je Vader
Als God je Vader is, is de kerk je moeder. En sámen met moeder zijn we op weg naar Vader en naar zijn toekomst. Ga mee, zorg dat je niet achterblijft en aan de kant terecht komt.
Zeg nooit - de kerk, het geloof, mij niet gezien! Hoe kan God je verwelkomen op de nieuwe aarde als je nu geen behoefte hebt aan zijn nabijheid?' Hos kan God dan oog voor je hebben als ie Hem nu laat lijden aan een onbeantwoorde liefde? Mijn zoon, mijn dochter, geef mij je hart,zegt Hij en ook staat er: "Ziet dan toe, dat gij Hem die spreekt niet afwijst."

Noten:
5) Ds D, K. Wielenga Dzn.
6) Uit de bundel "Een lied in de morgen", Enny IJskes-Kooger (Buijten en Schipperheijn, Amsterdam).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief