Tweeirlei zang

1986-08-29
  • Jaargang 30
  • nummer 33
Als we een vergelijking maken tussen de zang van de engelen in de nacht van Jezus geboorte èn de zang van de menigte bij Jeruzalem, als de Heiland op een ezel de koningsstad inrijdt, dan is er overeenstemming en verschil. De overeenstemming is wel duidelijk. Beide groepen van zangers brengen eer aan God in de hemel. Het verschil is óók duidelijk. De engelen bij Bethlehem hebben het over 'vrede op aarde', terwijl de enthousiaste menigte bij Jeruzalem zingt over vrede in de hemel. Dit verschil is opvallend. Op het eerste gezicht zijn we geneigd te denken, dat het eigenlijk net andersom in de bijbel had moeten staan. De engelen verkondigen de komst van de Zoon van God als Zoon des mensen, Die eens, na Zijn volbrachte verlossingswerk, de Zijnen tot Zichzal trekken in hemelse heerlijkheid (vrede in de hemel). De mensen bij Jeruzalem verwachten, dat Jezus nu eindelijk Zijn koningsheerschappij op aarde zal laten zien en daarom bereiden ze Hem een glorieuze intocht (vrede op aarde).
De bijbel vergist zich echter niet. De engelen in Bethlehem's veld verkondigen de komst van Davids grote Zoon, Die vrede zou brengen, niet maar alleen in een hemel, waar het volgens het oude kinderversje mooi en schoon is, maar hier op aarde al. Vrede op aarde betekent: vrede voor mensen hier en nu, en straks op de vernieuwde aarde volkomen. De schare rondom Jezus verwacht het van eigen werk. Het heeft allemaal lang genoeg geduurd. Zij hebben nu echter Jezus op een ezel gezet, zij zingen hun liederen, zij doen de poorten open voor de Messias. Zij tonen zich bereid om hun steentje bij te dragen tot de vestiging van het koninkrijk van Jezus van Nazareth enzo, dank zij hun werk, zal dat koninkrijk wel zijn gebouwd en samengevoegd, Zij werken hard voor de vrede op aarde en met die zelfverdiende vrede willen ze' ook de hemel nog wel in om eeuwig van hun eigen werk te genieten. Ten diepste gaat het bij deze twee zangersgroepen om de vraag: wie verlost? God of mens? Leg Lukas 2 : 14 en Lukas 19 : 38 zo nog eens naast elkaar. Van wie verwachten we de verlossing? Van Gods genadewerk of van het zelfverlossingswerk van de mens?

Dit verschil in verwachting zien we al duidelijk bij de eerste mensen op aarde. We kennen de geschiedenis van Abel en' Kaïn. God belooft aan Kaïn bescherming, maar Kaïn vindt dat niet genoeg. Hij trekt weg en bouwt in het land Nog een stad voor zichzelf en zijn gezin. Daar, achter de muren van zijn eigen bouwsel, zal hij veilig zijn. Terwijl Seth bij de naamgeving van zijn zoon Enos belijdenis doet van de menselijke zwakte, grijpen Kaïn en zijn nakomelingen het leven zelf, En zo is het steeds weer geweest door de eeuwen heen. Denken we de-vrede zelf te kunnen maken of erkennen we, dat die vrede van God moet komen?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief