Evangelie-prediking aan de Joden (3)

1986-09-19
  • Jaargang 30
  • nummer 36
Wij hebben nu wel de tekst van Maitheiis 27 : 25 zo goed mogelijk uitgelegd en de betekenis .ervan duidelijk vastgesteld, maar - zo kun je tegenwoordig vaak horen zeggen - je moet daarnaast toch ook letten op de uitwerking die het evangelie met het doorgeven van deze roep van de joden voor Pilatus alle eeuwen door op christenen gehad heeft. Heeft deze tekst niet een bloedige weg door de geschiedenis afgelegd? En moet je vanuit dit effekt niet de vraag stellen of de tekst misschien ook minder gevaarlijk uitgelegd zou kunnen worden? Ben je als uitlegger niet mede-verantwoordlijk voor de 'werking' die een bepaald Schriftwoord gehad heeft en nog heeft?
Op deze vragen willen we in dit artikel ingaan. We verliezen daarbij ons onderwerp 'Evangelie-prediking aan de joden' niet uit het oog, want genoemde uitwerking heeft alles te maken met onze vrijmoedigheid om aan het joodse volk de Goede Boodschap voor te houden.
Wie zou dat eigenlijk nog durven na al dat bloed dat over de joden en hun kinderen gekomen is?

Tot op zekere hoogte zou ik de gestelde· vraag positief willen beantwoorden. Inderdaad kun je als uitlegger van de Schrift wel eens wat doen als je ziet dat een tekst hardnekkig wordt misbruikt. Zo ,geloof ik dat de geschiedenis alle aanleiding geeft om nadrukkelijk op de betekenis van dat woordje 'bloed' in de 'kreet 'zijn bloed kome 'over ons en 'onze kinderen' dn te gaan. Primitief denken gaat gemakkelijk aan de figuurlijke betekenis van de uitdrukking voorbij en wil dan bloed zien. Jezus' bloed of joden-bloed, dat maakt niet uit, men ruikt- bloed. De Schriftuitlegger zou hiertegenover kunnen wijzen op een tekst als Handelingen 18: 6, waar Paulus tot de ongelovig gebleken joden zegt: "Uw bloed zij op uw hoofd; ik ben er rein van, voortaan zal ik mij tot de heidenen wenden", - een woord waaruit je 'onmogelijk een aansporing tot geweld of een vrijbrief tot moord kunt opmaken.
De oude bijbeltaal vergt uitleg en de katechese moet die geven.

Zo behoort inderdaad de exegese de werkingsgeschiedenis van een tekst te volgen om optredende misverstanden te bestrijden en zo mogelijk ook te voorkomen.
Toch moeten we ons realiseren dat we met de vraag naar het effekt van een bijbeltekst het werkterrein van de Heilige Geest betreden. Het gaat van Hem uit dat het woord van het evangelie "voor dezen een doodslucht ten dode, voor genen een levensgeur ten leven" is (zie 2 Korinthiërs 2 : 16).
Wij kunnen dus niet voorkom en dat een tekst schade doet. De oorzaak daarvan ligt niet in het bijbelwoord maar in de boosheid des harten bij de hoorder. Het is ermee als met de zon. Zoals de zonnewarmte in de lente het ijs in de sloot doet ontdooien maar tegelijk het ingevroren kattenkadaver tot ontbinding 'en verrotting brengt, zo is de werking van het ene en goede Woord van God tweeledig. Hert feit dat de hele geschiedenis door zogenaamde christenen 'en anderen in het woord van Mattheüs een vrijbrief meenden te vinden om joden te vervolgen, pleit op geen enkele wijze tegen het evangelie. Als dat het geval zou zijn, dan kunnen we nog rare beschuldigingen tegemoet zien. Straks staat er nog iemand 'op die zegt dat Willibrorden de zijnen vanwege hun verspreiding van het evangelie van de Heilige Naam verantwoordelijk zijn voor het afschuwelijke gevloek in onze samenleving.

Dr Schoon voert op pg. 115 e.v. van 'De zaak Goeree' enige voorbeelden op van preken over Mattheüs 27 : 25. Afschrikwekkende voorbeelden van gereformeerde preken waarvan hij zegt: zo kan het niet (langer).
Deze snort van prediking heeft zijns inziens het antisemitisme in de hand gewerkt. Hij heeft mij niet overtuigd. Laat ik de omgekeerde stelling eens wagen: sinds en omdat ons volk niet meer onder zulke preken zit, krijgt het antisemitisme hier steeds meer kansen. Sinds en omdat de mensen de kerkdienst hebben ingeruild voor het stadion-bezoek zijn op onze straten kreten te horen als: wij gaan op joden-jacht! Het gedrag van de F.C.-Den Haag-supporters onlangs in Amsterdam zie ik als een illustratie bij mijn al eens eerder geponeerde stelling dat het antisemitisme een vrucht van dasekularisatie is.
Zeker, het anti-judaïsme, het afwijzen van de joodse heilsweg, die is van evangelie en kerk, maar de overgang van anti-judaïsme naar antisemitisme is even groot als die van geloof naar ongeloof. In de kerk, of liever: onder het evangelie, is de kritiek op het jodendom het diepst. Maar tegelijk nergens is de bestrijding van de jodenhaat groter. Of, zoals een paus uit de Middeleeuwen het zei: Israël is de Kaïn van de broedermoord, maar denk erom, Kaïn droeg een teken: ieder die hem doodde zou' zevenvoudig boeten. Van alle vijanden die de joden hebben kunnen zij -nog het best te maken hebben met de ware kerk van Jezus Christus. Dat is tijdens de Tweede Wereldoorlog wel gebleken in de kerken wier prediking dl" Schoon aan de kaak stelt.

Maar hier raken we aan de tegenwoordige geschiedschrijving terzake van de verhouding tussen de kerk en de joden. Het is bon ton geworden, daar voor wat de kerk betreft een 'chronique scandaleuse' van te maken.
Ik denk hier aan de boeken van dl"Hans Jansen. 'Christelijke Theologie na Auschwitz', I en II. Deze auteur doet mij denken aan een figuur uit de kerkgeschiedenis, namelijk Johann Andreas Eisenmenger (1654-1704),' een professor in oosterse talen te Heidelberg.
Deze meneer schreef een boek 'Entdecktes Judentum ...' (ontmaskerd jodendom), waarin hij middels een eenzijdige selektie van Talmud-citaten een karikatuurbeeld van het joodse geloof op het papier zette. De man bedoelde het goed, had de bekering van de joden op het oog, maar hanteerde toch een onjuiste methode. Welnu, dl' Jansen doet hetzelfde maar dan in het omgekeerde. Zijn boeken zouden 'Entdecktes Christenturn...' kunnen heten. Een veelheid van belastend materiaal wordt aangesleept om de hoofdstelling van de beide boeken te bewijzen dat de kerken het zijn geweest die in een lange geschiedenis het hout voor de grote brandstapel van 'Holocaust' hebben aangedragen.

Is het dan niet waar wat hij schrijft? Dat zou ik niet durven beweren. Ik denk dat hij op die manier nog wel een paar boeken vol zou kunnen krijgen.
Maar ik zou de andere kant wel eens willen horen van al die konflikten tussen de kerk en de joden die hij opvoert. Wie waren dan (om een voorbeeld te noemen) die joden tegen wie Chrysostomos in zijn preken zo uitvoer? Waren dat allemaal van zulke lekkere jongens? Ik krijg de indruk dat de christenen in het verleden vaak gevallen zijn over de buitengewone trots waarmee de synagoge nee zei tegen het evangelie.
De joods-religieuze trots.
Zou die misschien een verklaring kunnen bieden voor veel harde woorden en strenge maatregelen van christelijke kant? Moest de christelijke kudde misschien tegen dit geestelijke gevaar beschermd worden?

Maar als je vandaag zulke dingen zegt en het voor de christenen probeert op te nemen, kun je regelrecht naar je hoofd krijgen: 'O, en zou dus volgens Jou die vermeende trots van de joden de verschrikking van de Holocaust rechtvaardigen? Daar blijkt dan uit dat de hele geschiedschrijving 'Op dit punt onder de druk van 'Auschwitz' staat. Wie maar even ingaat tegen de gangbare trend in dezen' wordt onmiddellijk neergemept met 'het ontzettende gegeven van 'de 'zes miljoen'. 'Theologie na Auschwitz' noemt men dat.
Ik moet zeggen dat ik daar geen heil van verwacht. Hier wordt de verhouding tussen christenen en joden ook niet beter van. Tijdelijk zullen christenen door deze manier van historiebeschrijving geïntimideerd worden, maar het zal niet lang duren of ze zullen daar vanuit een diepe gekwetstheid' op reageren.
Heel die onbewezen en infame gelijkstelling van anti-judaïsme en antisemitisme moet van de baan. Je kunt echte volgelingen van Jezus Christus niet dieper beledigen dan door te zeggen dat ze eigenlijk, eigenlijk verantwoordelijk zijn voor de moord op het joodse volk. Ik weet dat er antisemitisme in de kerkgeschiedenis is geweest. Maar ik weet ook dat als je over de kerk oordeelt, je altijd onderscheid moet maken tussen ware kerk en valse kerk, ware christenen 'en valse christenen, nieuwe mens en oude mens. Dat is niet een gemakkelijke sprong onder de verantwoordelijkheid uit. Waar het mij om gaat is dat wij met onze geschiedschrijving de Heilige Geest niet mogen bedroeven.
Om zijnentwil zijn wij gehouden de kerk niet vanuit het kaf maar vanuit het koren te beschrijven. Dus, als het waar is dat wij het huidige jodendom niet altijd mogen benaderen vanuit het doodvonnis over Jezus en dat is waar; God zelf pint hen daar niet 'op vast (zie het vorige artikel) - dan is het even of nog meer waar dat 'Auschwitz' en de christelijke kerk er zeer duidelijk twee zijn.
Wanneer derhalve de kerk van vandaag aansluiting zoekt bij de zuivere lijn die door de geschiedenis loopt, behoeft zij zich niet te laten afnemen, de boodschap van het heil ook aan onze joodse broeders en zusters te brengen.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief