Jezus om uw lijden groot
2008-03-14
Misschien vergaat het u net als mij en hebt u van Hallgrímur Pétursson nog nooit eerder gehoord. De IJslander, die leefde van 1614 tot 1674, schreef als dichter-predikant een vijftigtal Passieliederen, waarin de lijdensweg van Jezus van stap tot stap gevolgd wordt. Hij dichtte veel meer, maar vooral die vijftig Passiepsalmen zijn van generatie op generatie gelezen en gezongen in de lange, donkere winters, die in IJsland tot Pasen kunnen duren- Jaargang 52
- nummer 6
IJsland is een intrigerend land. Niet alleen door de ruige natuur en de bijzondere natuurverschijnselen, maar ook door zijn geschiedenis. In de loop van de 9e eeuw kregen Vikingen uit Noorwegen en (indirect) vanaf de Britse eilanden voet aan de grond op dit onherbergzame eiland. Zo'n 1000 jaar geleden ging de bevolking over tot het christendom en onder Deense invloed ging de Lutherse reformatie niet aan IJsland voorbij. Zonder dat het eiland er erg kerkelijk van werd, trouwens. Religieus zijn ze wel altijd geweest, maar wat wil je met die geisers en vulkanen, waar je als mens heel nietig van wordt.
Niet doorsnee
Toch vind ik het wel verwonderlijk dat deze meer religieuze dan kerkelijke IJslanders de piëtistisch getinte liederen van Hallgrímur over de lijdende Christus zo in het hart gesloten hebben.
Dat zegt iets over de dichterlijke kwaliteit van deze Passiepsalmen, met typisch IJslandse poëtische vormen.
Maar dat deze lijdensliederen aansloegen bij de brede bevolking zal ook niet los staan van de diepe armoede, waaronder de IJslanders eeuwenlang gebukt gingen tijdens de Deense overheersing. En tenslotte hielp vast ook de grillige levensloop van de dichter. Hij werd vroegtijdig van school gestuurd vanwege zijn spotdichten op de leraren. Als 15-jarige stak hij vervolgens over naar Denemarken, waar hij toch weer aan de studie raakte en wel voor een geestelijk ambt. Maar door een dubieuze liefdesaffaire kreeg Hallgrímur pas jaren later (en weer terug op IJsland) een aanstelling als predikant.
Diepe armoede en ziekte maakten zijn leven zwaar. De dood van zijn vierjarig dochtertje gaf veel verdriet.
Onder die omstandigheden dichtte hij onder meer de Passieliederen, die in 1666 in druk verschenen. Toen waren de eerste tekenen van melaatsheid al zichtbaar (veel voorkomend op IJsland), waaraan Hallgrímur een acht jaar later ook stierf.
Toegepaste lijdensgeschiedenis
Dat u in dit nummer van Opbouw iets leest over deze hoogbegaafde IJslandse dichter hebt u in zekere zin te danken aan de Rijswijker Johan Klein. Onbekend is Johan Klein onder ons niet, want van zijn kerkliederen zijn er een aantal terecht gekomen in aanvullende bundels binnen de NGK, CGK en GKv. Klein is de afgelopen decennia intensief bezig geweest met de Passieliederen van Hallgrímur Pétursson. Uiteindelijk heeft dat geleid tot een bundel waarin alle vijftig liederen in een vrije herdichting van zijn hand te vinden zijn. Een hele klus, waar Klein met veel inzet en affiniteit aan heeft gewerkt. Dat merk je aan alles.
Als je de liederen nader in ogenschouw neemt, zie je steeds iets van een drieslag, die zich binnen een lied soms ook herhaalt. Ten eerste wordt steeds een stukje van de lijdensweg van Jezus op de voet gevolgd. In een volgend moment tekent Hallgrímur zo'n moment in goddelijk perspectief - als vervulling van een oudtestamentische profetie of als voortgang van Gods plan. De derde stap is misschien wel het meest verrassend. Allerlei kleine details uit de lijdensgeschiedenis worden toegepast op het leven van de gelovige lezer. Van de slapende discipelen stapt Hallgrímur over op de gelovige die, door de zonde in slaap gesust, gemaand wordt tot waken en bidden met het oog op de Heer die komt. Het pleidooi van Jezus om de discipelen vrijuit te laten gaan bij de gevangenneming, trekt de IJslandse dichter door tot op Jezus, die in het laatste gericht voor ons pleit. Het genezen oor van Malchus wordt tot een bede tot opening van onze oren voor het evangelie. Zie verder ook de 34e Passiepsalm, die bij dit artikel is geplaatst.
Lezen of zingen
Ondanks het feit dat Hallgrímur zijn werk zo schreef dat het goed zingbaar was op veelal Lutherse (en dus Duitse melodieën), zijn de Passiepsalmen meer (meditatief) gelezen dan gezongen.
Dat verbaast me ook niet, want voor samenzang lijken ze me eigenlijk te lang. Dat merk je ook aan de stappen die Johan Klein zelf zette in zijn bewerking. Hij bracht als eerste een bundel uit met de teksten van de vijftig liederen, die meestal korter uitvallen dan in het origineel van Hallgrímur. In de muziekuitgave die daarna verscheen, is een selectie uit die coupletten opgenomen, terwijl op de cd het aantal coupletten nog weer verder beperkt is. Het betekent vooral dat er flink gesnoeid is in het aantal praktische uitweidingen richting de gelovige.
Wil je de liederen (of gedichten) dus lezen, dan doe je er goed aan de eerstgenoemde tekstuitgave aan te schaffen. Of misschien nog beter een eerdere uitgave van Andries Faber, die alle Passiepsalmen nog wat brontekstgetrouwer vertaalde - voor zover ik dat kan nagaan. En dat in een verfijnde taal, die uitnodigt tot meditatief lezen (zie Psalm 34 van zijn hand). Het zou mooi zijn als er van dat boekje nog eens een tweede druk zou komen.
Met animo
De verdienste van Johan Klein ligt hierin, dat hij met zijn uitgave laat zien dat de liederen in een ingekorte vorm ook geschikt zijn om te zingen.
De cd, die tegelijk met het boek verscheen, is daarvan een mooie onderstreping.
Het is een uitgave geworden, waar heel goed naar te luisteren is. Er wordt voortvarend gemusiceerd met veel afwisseling, prima zangers, mooie blazers en goed in het gehoor liggende zettingen van predikantmusicus David de Jong. De verstaanbaarheid laat wel te wensen over en de teksten staan niet in het cd-boekje.
Wil je dus meelezen dan moet je de muziekuitgave aanschaffen, maar dan heb je ook meteen de vierstemmige zettingen. Een lied als 'Het eerste kruiswoord' (Passiepsalm 34) misstaat niet in een Goede Vrijdag dienst.
Naar aanleiding van: Adriaan Faber, Passiepsalmen, Leeuwarden 2003 (antiquarisch) Johan Klein, In de schaduw van Uw kruis, Veenendaal 2007 (tekstbundel: € 11,-; Liedbundel: € 14,95; cd: € 14,95 (cd + liedbundel € 25,-)
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de Nederlands Gereformeerde kerk van Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.
| Christus' eerste kruiswoord Passiepsalm 34 in de vertaling van Adriaan Faber 1. De beulen grepen nu de Heer: men ging de straf voltrekken. Het kruis lag plat ter aarde neer om Hem daarop te strekken. Hij sloeg de ogen naar omhoog en zag de blauwe hemelboog zijn pijn en lijden dekken. 2. Hij leek een kind, dat vader zag, zoals Hij de armen spreidde. Hoe bloedde 't lichaam dat daar lag. Hij beefde zo; Hij schreide. o mens, verbaas je, die dit ziet, dat God aan deze wereld niet alsnog zijn wraak bereidde! 3. Zelfs voor zijn beulen, zo geducht, wilde de Heer nog vragen hen deel te schenken aan de vrucht die 't smartelijk kruis zou dragen: 'Vader, vergeef hun al dit leed. Ze zijn verblind. Niet één die weet waarom ze mij zo plagen." 4. De Heiland is in al zijn pijn stil van gemoed gebleven. Zo moet ook jij zachtmoedig zijn voor hen die kwaad bedreven. Zeg de ander geen vervloeking aan. Laat wraak alleen bij God bestaan: door haat verwordt het leven. 5. Al word ik naar de mensenmaat ook schuldeloos bevonden, hoe anders oordeelt God; Hij laat mij schreien om mijn zonden. Mijn vijand is zijn geselroe: daarmee brengt Hij mij slagen toe voor wat ik heb geschonden. 6. Als ik mijn vijand haat betoon, hoe zal hij mij dan haten. Geef ik hem zijn verdiende loon, 'k heb Jezus' weg verlaten en grief Hem met mijn felle hart, dat in zijn wraakzucht raakt verward. Wraak zal mij nimmer baten. 7. Ik bid U daarom, lieve Heer, wil geest en hart verlichten. Maak dat ik dagelijks meer en meer mij naar uw doen zal richten. Geef hun die uit zijn op mijn leed een hart dat van uw liefde weet, opdat ze vrede stichten. 8. Wereld en duivel laten mij in schone schijn verdwalen. Ik leef gerust, ik voel me vrij, maar steeds weer moet ik falen. o Heer, ben ik dan zó verblind? Bid zelf dat uw verdoolde kind niet in 't verderf zal dalen. 9. 'k Heb in mijn zonde U geplaagd. Moet ik mij, Heer, niet tellen bij 't volk dat U zo heeft belaagd, U zó gemeen kon kwellen? Toch hebt Gij ook voor mij geboet. Bid voor mij, slaaf der zonde: uw bloed kan mij in vrijheid stellen. 10. Gij, Heer, waart zelfs met hen begaan die U zo deden lijden. Mij biedt Gij 't allerbeste aan dat Gij mij kunt bereiden, daar ik Gods kind, uw broeder ben, U als mijn Heer en Heiland ken. Niets zal mij van U scheiden. 11. Zal ik ten laatste voor uw troon in het gericht verschijnen, zie dan, o God, toch naar uw Zoon, zijn angsten en zijn pijnen, toen Hij op 't harde kruishout lag, U schreiend in de ogen zag, en tel mij bij de zijnen! Amen. Het eerste kruiswoord Passiepsalm 34 (Lukas 23:33,34) 1. Zoals een kind in angst uitstrekt zijn armen naar zijn vader, zijn Jezus' armen uitgerekt aan 't kruis der ongenade. Hij slaat Zijn ogen vol verdriet omhoog tot God - want is Hij niet verbannen van de aarde? 2. Zie hoe het vleesgeworden Woord hangt aan het hout der schande. Zie hoe Zijn voeten zijn doorboord, doornageld zijn Zijn handen. Zie hoe Zijn heilig lichaam beeft. Zal Hij die niets misdreven heeft tot God om wraak gaan roepen? 3. Zijn ogen zien Zijn beulen aan, Zijn hart heeft medelijden zij die Hem aan het vloekhout slaan, Hem pijnen laten lijden, zij weten niet wat dit beduidt, zij voeren slechts bevelen uit hun leven loopt verloren. 4. Door pijn gekweld, bidt Vaders Zoon: Vergeef het hun, mijn Vader! geef hun te drinken uit de bron van mildheid en genade. Wreek niet aan hen Mijn bitter lot, maar laat hen smaken, lieve God, de vruchten van Mijn lijden. 5. Maak, Heer, mijn dwaze hartstocht stil laat mij mijzelf nooit wreken maar leer Gij mij om Uwentwil het woord van vrede spreken. Laat mij door bitterheid en nijd, door wrok en onverzoenlijkheid niet in het oordeel komen. 6. Verlicht, Heer Jezus, mijn gemoed, laat Uw geduld mij leren. Ik bid voor wie mij leed aandoet, of Gij zijn hart wilt keren: Gij, die mij zo hebt liefgehad, die mij doet delen in een schat van onverdiende vrede. 7. Uw grote liefde die weleer Uw vijanden behoedde voor Vaders toorn, hoeveel temeer behoedt zij mij, Uw broeder. Genees mij, Heer, van wrok en haat, breid Gij Uw armen uit en laat mij schuilen bij Uw liefde. Tekst naar: Hallgrímur Pétursson (1614-1674) Vrije vertaling: Johan Klein, geb. 1950 Deze tekst is te zingen op de melodie van Gezang 19 (Liedboek van de kerken) |