De dag des Heren
1986-09-26
.Ja, het zal één dag zijn - die is bij de Here bekend - geen dag en geen nacht; maar ten tijde van de avond zal er licht wezen." (Zacharia 14 : 7) - Jaargang 30
- nummer 37
Wie de woorden van deze tekst oppervlakkig leest, zal misschien geneigd zijn te denken aan voorspelling van verandering van het klimaat of iets dergelijks, maar de Heilige Geest wil bij monde va!! de profeet toch wel meer zeggen: De dag des Heren zal één zijn. In het Hebreeuws staat voor één: "èchaad", een eigenlijk , onvertaalbaar woord, dat in Deut. 6 : 4 ("Hoor, Israël, Jahwè is èchaad") voor de Here zelf gebruikt wordt. Het is eigenlijk een telwoord, maar tegelijk meer dan dat. Met dat woord beleed Israël het weergaloos-eigene van zijn God in onderscheiding van de afgoden, van wie men nooit wist waar men met hen aan toe was. Afgoden betekenen: angst, onzekerheid, ondoorzichtigheid. Maar Israëls God heeft Zich geopenbaard in het verbond met Zijn volk: Hij is te kennen, zoals het simp eiste cijfer te kennen is: Hij is één-voudig.
Versimpeling
De dag des Heren zal ook "èchaad" zijn en dat kan eigenlijk ook met anders, want het is de dag van Jahwè. In deze wereld en in het hart van veel mensen -ook christenen -liggen de dingen nogal gecompliceerd, Er is licht en donker, zonde en genade, satan en Christus. En wat is nu beslissend? Waar heeft een mens nu mee te rekenen?
Wat is werkelijkheid?
Het zoeken naar een antwoord op die vragen heeft vaak veel van het zoeken naar de uitkomst van een ingewikkelde algebra-som, met machtsverheffingen, worteltrekkingen, optellingen, delingen enz., waar heel 'laconiek boven staat: Herleid.
Sommigen komen daar nooit uit, anderen gaan er verwoed mee aan de gang en dan blijkt de uitkomst uit zo'n ingewikkelde som heel eenvoudig 1 (één) te zijn. Wie dat ontdekt, moet onwil'1ekeurig glimlachen.
Zo zal de Dag des Heren "èchaad" zijn: De dag van de glimlach om de uitkomst van de ingewikkelde som van de kerken wereldgeschiedenis. Dan zal blijken hoe simpel de zaken in wezen liggen: Alles zal tot zijn ware proporties zijn teruggebracht.
Gelovige en ongelovige zullen delen in het proces van versimpeling en er zal aan het licht komen wie zij in werkelijkheid zijn.
Verandering
"Het zal geen dag en geen nacht zijn", zo lezen we verder. Dat wijst op een diep ingrijpende wijziging in het bestel van de schepping. Onze dagen en nachten gaan voorbij en ook het waarnemen, het kennen zal op een ander nivo komen. In een tussenwerpsel staat er: - die is bij de Here bekend - : Het is alsof de profeet zich verontschuldigt tegenover die mensen, die graag wat meer over die grote overgang zouden willen weten. Hoe het allemaal wordt, weet alleen de Here.
Wij zijn nu nog als kleine kinderen, die net rechtop kunnen lopen en onder de tafel doorlopen, waarop allerlei heerlijkheden Maar staan. Zelf kunnen we er niet bij, maar het moet ons gegeven worden. Alleen degene, die het klaargezet heeft, weet precies wat er klaar ligt op die tafel. Zo weet alleen de Here wat die Dag brengen zal. Af en toe licht Hij een tipje van de sluier op, door of de afwezigheid van negatieve zaken te benadrukken: b.v. geen dood, geen zonde, geen rouw, geen geklaag, zal er meer zijn, of de .aanwezigheid van positieve zaken: b.v. de heerlijkheid Gods zal er zijn en wij zullen Hem gelijk zijn en Hem zien gelijk Hij is (1 Joh. 3). Maar wie kan omschrijven wat dat is? Menselijke taal schiet hier tekort: \ Wij men door een spiegel in raadselen. Maar iets ervan Zien we als we letten op Jezus Christus.
In Hem is nu reeds iets van de heerlijkheid ontsloten.
Verrassing
"Ten tijde van de avond zal er licht zijn", zo staat er tenslotte.
Normaal in onze aardse verhoudingen is, dat op de avond de nacht volgt. De grote verrassing zal zijn, dat de avond vervangen blijkt door het daglicht.
Dat zal niet een verlenging inhouden van onze dagen van verdriet, zonde, verdorvenheid, eenzaamheid enz.
Nee, er staat: "het zal licht zijn". Op andere plaatsen in de Bijbel wordt het Licht vaak in verband gebracht met God.
Jezus Christus zegt van Zichzelf: "Ik ben het Licht der wereld".
Dus· de Dag des Heren brengt niet een eindeloze verlenging van de menselijke verdrietige dag met zijn ongeloof en duisternis. Maar als de nacht dreigt in te vallen, zal God Zelf er zijn, en wel: in Zijn Zoon, Jezus Christus. Niet: des ochtends of des middags. pan zou het geen verrassing zijn.
Maar ten tij de des avonds. Het is alsof God de _geschiedenis van de wereld, van Zijn gemeente en van Zijn kinderen' persoonlijk tegen de nacht aan drukt. Mensen zijn geneigd dan te denken: "Nu is alles reddeloos verloren, 'de zaak van Jezus Christus is failliet, en Satan overwint uiteindelijk toch, menselijke hardnekkigheid en ongeloof hebben toch het laatste en beslissende woord. "Maar als drie situatie daar is; komt Jezus. Hij is nu reeds het Licht.
Zijn dag brak aan. En Gods kinderen mogen het leren door de kracht van Zijn Geest: wie op de grenzen van de zwarte nacht geleid wordt, zover dat hij gaat zeggen: "Als U, Here, niet Zelf ingrijpt, is het een verloren zaak", mag toch, bewerkt als hij is door de Heilige Geest ontdekken dat Gods Licht in Jezus Christus de aansluipende nacht verslindt. In ieders leven zijn wel van die tijden, waarin de dag verslonden lijkt door de nacht, maar voor wie Christus kent als het Licht ten tijde van de avond (of: bij het vallen van de avond) mogen de zaken juist andersom komen te liggen.
En dan vindt hij Jezus niet meer een doodgewoon persoon, maar een verrassende verschijning, wiens definitieve Dag met groot verlangen tegemoet te zien is.