Pastorale notities

1986-01-24
  • Jaargang 30
  • nummer 4
Hoe gemakkelijk zingen we in de kerk: Bij U, HEER, is de Levensbron. Terwijl we nauwelijks weten wat dorst is en wat het vinden van een bron dan betekent, Hierover peinzend, ontmoette ik hem in de Bijbelse ,gewesten. Hij stond bij een koele, heldere bron en hij wees op het water en zei: Bron van de roepende!
Ik probeerde niet met hem te praten, er liggen zoveel eeuwen tussen ons. Ik weet wel dat er tot op de huidige dag nogal moralistische prekers en bijbelverklaarders zijn, die niet veel van hem heel laten. Het deert.
hem niet. Z'n broers hebben hem onder de puinhopen vandaan gehaald en begraven, engelen hebben hem naar Abraham gedragen. Volledig eerherstel. Er is kritiek op wat hij riep na een overwinning, die hij behaald had:

“Met een ezelskaak heb ik ze neergeslagen, wel duizend man heb ik er opgestapeld, met één zo'n ezelskaak."

Daarna knapte hij af en hij verging bijna van de dorst. Dus wordt altijd maar weer gezegd: Hij had in eigen kracht geroemd en God laat hem nu weten door WIE hij won.
't Kan zijn. Je zou het bijna denken. Maar was 't dan niet waar, wat hij gezegd had? Hij had toch als enige; duizend man verslagen, zoals beloofd was in de rol van Mozes? Mag je nooit zeggen dat je iets moois gemaakt hebt of iets dat nieuw is en goed? Moet er altijd bij: Met Gods hulp heb ik dit of dat gedaan of in Gods kracht heb ik dit gepresteerd? Iemand zegt: "Dominee. dat was een mooie en duidelijke preek". Als ik dan antwoord: “Ja, ik ben er zelf ook nogal tevreden over", dan is dat niet goed. Men verwacht dat ik zeggen zal: "Och, broeder, het Woord is zo rijk".
Maar de man die ik in de Bijbel ontmoette, had z'n wonderlijke wapen weggegooid en hij zal begrepen hebben, dat het nu gevaarlijk werd. Z'n vijanden zullen niet ver weg geweest zijn en over de heuvelrand in het westen geloerd hebben, nog achter adem van het vluchten, hoe het nu verder gaan zou. En zij konden zien: De sterke man zakt wat in elkaar en z'n volk komt niet naar hem toe, om hem op het schild te heffen. Hij wordt alleen gelaten. Een gemakkelijke prooi. Toen riep die man tot God, omdat z'n vrienden en z'n broers niet kwamen.
Zal ik in handen vallen van mijn vijanden? Toen kraakte er een rots en er was water. God zei: "Hier, m'n jongen, drink maar, Ik heb water voor je". Hij was vlakbij, terwijl de vijanden en de broeders zich op een afstand hielden. Zoals eerder een engel had gezegd: "God heeft naar de stem van de jongen gehoord, daar waar hij is." Waar jij bent met je dorst, is God vlakbij; tegen je aan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief