Dr B. Jongeling

1986-01-24
  • Jaargang 30
  • nummer 4
Op 12 januari j.l. overleed Dr Bastiaan Jongeling op 72-jarige leeftijd te Groningen na een korte ziekte. Na zijn theologische studie aan de Vrije Universiteit was Jongeling gedurende vijf jaar hulpprediker, te Moerdijk en te Garijp (het probleem van het vooroorlogse predikantenoverschot!). Ondanks de kwetsbare positie van hulpprediker koos hij tijdens het kerkelijke conflict der veertiger jaren met overtuiging tegen de dogmatische en kerkrechtelijke beslissingen van de synode en weigerde hij ,de gevraagde verklaring van instemming te ondertekenen. Na zijn schorsing werd hij december 1944 predikant in de kerk van Sappemeer, die art. 31 K.O. bleef onderhouden. In 1949 nam hij het beroep aan naar Apeldoorn, waar hij in 1966 vervroegd emeritaat ontving. Reeds tijdens zijn studie aan de VU kreeg hij een grote belangstelling voor het Oude Testament en de Semitische talen, vooral geïnspireerd door de "fijnzinnige Van Gelderen". Na de oorlog zette hij de studie te Groningen voort en rondde die in 1962 af met een promotie op een (in het Frans geschreven) proefschrift oyer "De Rol van de Strijd", een Joods geschrift uit de 1e eeuw v. Chr., dat uitvoerige regels geeft voor de eschatologische strijd tussen Israël ("de zonen des lichts") en de antigoddelijke machten ("de zonen der duisternis"). Het was één van de befaamde "rollen van de Dode Zee", vermoedelijk afkomstig van een te Oumrân gevestigde Esseense gemeenschap, waarvan de Hebreeuwse tekst in 1954 was gepubliceerd. In het uitvoerige commentaar toont hij zich een bekwaam filoloog en zorgvuldig exegeet van deze moeilijke tekst.
Zijn deskundigheid in het Hebreeuws en Aramees en het Oude Testament en zijn kennis van het Frans bezorgden hem in 1967 de uitnodiging om Oude Testament te gaan doceren aan de theologische faculteit van Université Libre de Congo, in Kisangani, waarheen hij zich spoedde zodra de militaire situatie dat toeliet. Zomer 1968 keerde hij terug en werd later dat jaar benoemd tot wetenschappelijk " medewerker aan het "Qumràn Instituut" van de theologische faculteit te Groningen, pas opgericht door Prof. v. d. Woude. Dit onderzoek wordt nu zijn levenswerk, hoewel hij ervan overtuigd is (de 6e stelling bij zijn proefschrift) dat de geschriften van Oumrân "geen essentieel nieuw licht werpen op oorsprong en leer van het Christendom".
Hij publiceerde o.a. een omvangrijke bibliografie over het Oumrân-onderzoek tussen 1958 en 1969 en werkte mee aan de officiële uitgave van de "Targum van Job", één van de rollen waarvan Nederland de publicatierechten (voor veel geld) had verworven.
In 1974 publiceerde hij in de serie Exegetica (A'dam, Bolland) een Nederlandse vertaling van deze tekst, Een Aramees boek Job, met een uitvoerige inleiding. Daarin zet hij het belang van dit Joodse Aramees uiteen voor de kennis zowel van de bijbeltekst als van de taalkundige situatie ten tijde van Christus in Palestina, als Aramees de omgangstaal is en de Bijbel, na in het Hebreeuws in de synagoge te zijn voorgelezen, voor de gemeente in het Aramees vertaald en vermoedelijk ook uitgelegd wordt. Diverse artikelen en literatuuroverzichten over Oumrân staan op zijn naam, ook in zijn hoedanigheid van redacteur van het in 1970 opgerichte Journal for the Study of Judaism, een functie die hij tot het laatst bleef vervullen.
Onze kerken en de leiders van Opbouw hebben af en toe - maar wel te weinig - geprofiteerd van zijn deskundigheid, via een lezing of een serie artikelen (o.a. over Genesis 1). Jongeling was geen veelschrijver of gemakkelijk popularistor, maar voor wie een beroep deed op zijn kennis en ervaring zeer behulpzaam, als zijn gezondheid dat toeliet. Veel redactioneel werk heeft hij zo verricht, o.a. voor het nieuwe Bijbels. Handboek, waarbij zijn liefde voor de wereld van het Oude Testament en het Jodendom een belangrijke drijfveer was.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief