Kennis van God
1986-09-05
Je kant nogal ,eens de klacht horen, dat velen tegenwoordig weinig of heel weinig van de Bijbel weten, vrijwel geen kennis hebben van wat de Heer in Zijn Woord tot ons zegt. Dat is geen nieuwe klacht. Meer dan dertig jaar geleden b.v, klaagde een Engelse bisschop er ook al over, Vier eeuwen verkondiging van Gods Woord in de Engelse taal en nu is de Bijbel weer een onbekend boek, Datzelfde kun je overbrengen naar de situatie in ons land.- Jaargang 30
- nummer 34
't Is goed ons van tijd tot tijd hierop te bezinnen. En we moeten ons daarbij vooral maar niet aan een ander spiegelen, want wie zich aan een ander spiegelt, spiegelt zich zacht.
Als we het over deze dingen hebben, zullen we goed moeten 'Onderscheiden. Het is ongetwijfeld waar, dat er vandaag heel wat minder bijbelkennis is dan jaren geleden. Het teruglopende kerkbezoek houdt hier natuurlijk verband mee. Maar ook bij mensen, die nog wel trouw in de kerk komen, heb je vaak weinig houvast. als de Bijbel ter sprake komt. Het lijkt allemaal wat oppervlakkiger dan vroeger, Er is een tijd geweest, dat we van de boeken van Kuyper en Schilder soms meer afwisten .dan van de Bijbel. Velen hebben hët de laatste jaren als verfrissend ervaren op de Schrift te worden teruggeworpen. Die Schrift immers is, zoals Veenhof het zo graag zei, een levend Woord, wat van allerlei boeken niet altijd kan worden gezegd. Ik las pas in Jesaja 8, een Bijbelhoofdstuk. dat je niet los kunt zien van wat ons verhaald wordtin 2 Koningen 16. Daar gaat het over een bondgenootschap tussen koning Pek ah van het tienstammenrijk en koning Rezin van Syrië, die samen optrekken tegen het kleine tweestammenrijk Juda. Wat moet koning Achaz van Juda dan doen? Hij luistert niet naar wat de profeet Jesaja hem zegt, maar hij gaat zijn hulp zoeken bij koning Tiglath-Pileser van Assyrië. In plaats van naar de tempel te gaan om te bidden, haalt hij goud en zilver uit de tempel om aan de koning van Assyrië te geven. Het lijkt allemaal nog goed te gaan ook, want Pekah en Bezin worden verslagen. Dan moet Jesaja weer wat gaan zeggen.,Hij moet de feeststemming van Juda omver gooien en zeggen, dat Assyrië eens tot een vijand zal worden. (Jes. 8 : 7): Immers: niet alles is een verbintenis wat het volk een verbintenis noemt (vers 12). God moet de eerste blijven in het Verbond, Hij moet heilig worden geacht.
Dan volgt in vers 16: 'Bind de getuigenis toe, verzegel de wet onder mijn leerlingen'. God gaat Zich verbergen voor Zijn afvallige kinderen. Niet alleen maar voor het tienstammenrijk.
maar ook voor het tweestammenrijk. Bind de getuigenis toe, spreek er niet meer over tot het volk!
Dat kàn, God kan Zich voor ons verbergen. Zich niet meer laten vinden: Als mensen het beter denken te weten dan God,Hem niet meer nodig denken te hebben, Zijn Woordgeen gestalte meer willen geven in hun , leven, dan kan Hij zich terugtrekken. Dat gebeurde tóen en het gebeurt nu. Een waarschuwing voor ons allemaal.
We kunnen klagen over minder wordende kennis van God.
Misschien ontdekken we ook bij ons wel eens wat mindere belangstelling voor wat de Here nu echt zègt. Jesaja heeft er wat bij gezegd: '...verzegel de wet onder mijn leerlingen'. Voor Zijn leerlingen blijft God altijd een open boek, Jesaja weet het: 'En ik zal wachten op de HERE, Die zijn aangezicht niet verbergt. Jesaja màg met de kinderen die God hem gegeven heeft -zijn leerlingen - blijven hopen. Hij mag blijven wachten, verwachten.
Kennis van God vandaag? De HERE vraagt leerlingen, geen onderwijzers.