Persschouw

1986-01-31
  • Jaargang 30
  • nummer 5
Gemeenzaam met het heilige
Op de in de januarimaand gehouden predikantenkonferentie van de gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde kerk sprak dr A. van Brummelen uit Huizen (N.-H.) over bovengenoemd onderwerp. "De Waarheidsvriend" geeft van deze lezing enkele belangrijke punten weer. Wij citeren:

"Teleurstelling geeft ook vaak het gebrek aan geestelijk gehalte in de gemeente. Verder moet de dominee altijd voor anderen preken. Het gevaar is er om dan bij teleurstellingen het eens-goed-te-zeggen. Verder is er het gevaar van alles voor het voetlicht doen, zodat men op effect uit is. Ook kan er sprake zijn van een zekere schizofrenie, een tweeslachtigheid' als het gaat om woorden en daden, een gespletenheid tussen ambt en persoon. En tenslotte is er het gevaar van de sleur, de dode gewoonte, de machinerie, de vanzelfsprekendheid der dingen, wat in bepaalde gevallen zelfs kan leiden tot een zekere verharding. . .. Als een prediker de wil Gods op zichzelf laat inwerken zinkt ook het gevaar weg van het steeds anderen te moeten preken. En de schizofrenie maakt door de eenheid met Christus plaats voor een heerlijke eenheid. Dr v. Brummelen sloot af met te zeggen: "Het is niet de kunst de kerk door te vliegen, hier en daar, tal van vergaderingen bij .te wonen waar de koffie het enige vocht is. Neen, het vraagt zielekracht het eenvoudige stille werk te doen. Stipt en trouw. Met het horloge aan de pols.
Geoefend in zelftucht. Op de plaats waar God ons stelt."
Ook al moet vandaag een dominee wel eens langer in een gemeente dienen - door het beperkt aantal vacatures - dan vroeger wel eens het geval was."

Hier worden goede opmerkingen gemaakt waarmee iedere pastor in de gemeente zijn winst kan doen. We hebben er niets aan bij de pakken te gaan neerzitten en elkaar en onszelf te beklagen als het ambtelijk werk soms onnoemelijk zwaar op ons drukt. We. mogen de kracht putten uit Hem, die de Bron van troost en licht is.
Daarbij moet je wel op de tijd letten. Oeverloze gesprekken stichten niet. Maar aan de andere kant moeten we ook niet krampachtig arbeid èn vanwege gebrek aan tijd. Dan komt het bezoek en het effekt van het bezoek. dat wij beogen, bij voorbaat in de knel. Het is belangrijker de tijd bij te houden zoals Gods wéreldklok die aangeèft.
Tijdloze gesprekken met gemeenteleden zijn geestdodend.
Alleen maar kletsen over koetjes en kalfjes zet geen zoden aan de dijk voor het Koninkrijk Gods. Het kan ter inleiding van het pastoraal gesprek een funktie hebben, maar daarin mag het gesprek absoluut niet opgaan. Het gaat erom de gemeente te stimuleren in het geloofsvertrouwen op Gods beloften voor nu en stràks te leven. Toen in 1942 ds S. G. de Graaf, destijds predikant in Amsterdam-Centrum, ds P. Visser in zijn eerste gemeente te Vijfhuizen in het ambt bevestigde preekte hij over Johannes 1 : 1. Hij zei toen in het begin van zijn preek het volgende: "Een goede' aanleg van de dienaar des Woord, gave voor de ambtelijke bediening, aanvankelijke aansluiting tussen u en hem, dat alles biedt geen waarborg voor een zegen, welke van 'zijn bediening zal uitgaan. Al zouden alle gegevens niet anders dan gunstig lijken, dan nog blijft deze zegen in de hand des Heren besloten en moeten wij die zegen in gebed zoeken.
Er zal voor de toekomst heel veel van afhangen, of er contact is tussen de gemeente van Vijfhuizen en de Here." Vooral die laatste zin vraagt onze intense aandacht! Het kan dus gebeuren, dat er geen contact is tussen een plaatselijke gemeente en de Here. In hoeverre is de kerk dan nog kerk? Hier is de diepste dimensie van het kerk-zijn in deze wereld aangeboord.
Elke Woordverkondiging dient erop gericht te zijn de mensen te aktiveren tot het zoeken van het kontakt met de Here, dat kontakt te oefenen en te onderhouden. Dan gaat de kerk léven, léven voor Gods aangezicht. Op zondag en door de week. Want de rijke prediking van het allesomvattende evangelie van Christus werkt vanuit de zondagse erediensten naar de alledaagse praktijk van de werkweek toe. Geloof en gebed zijn de twee vleugels, die het kontakt met de Here als almachtige God dragen. Ook daarin zal de pastor een voorbeeld der kudde dienen te zijn!
Maar dat alles ontslaat de gemeente zèlf nimmer van haar plicht zich terdege bewust te zijn van haar omvangrijke taak als volk van Gods Verbond in deze boze wereld.
Kontakt, vertikaal met God en horizontaal met de mede-gelovigen, dàt is beheersend voor het waarachtig kerk-zijn óók in deze fase van de wereldgeschiedenis.
Daarom besluit ik met een andere zin uit de aangehaalde preek over Johannes 1 : 1: "Ge zijt allen slechts voor één ding in de wieg gelegd, en geheel uw levensgang heeft slechts één doel: dat ge de gemeenschap Gods vinden' zoudt".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief