Boekbespreking

1986-01-31
  • Jaargang 30
  • nummer 5
"Wat wij geloven" - Discussieinterviews vanuit de gereformeerde gezindte door Rik Valkenburg.
Uitgave vanKool B.V. te Veenendaal. 280 pag. Prijs: f 29,75.

Het is een goede zaak zich in deze forse bundel- enige tijd te verdiepen. Al zijn verschillende destijds geïnterviewden al overleden je krijgt een behoorlijk beeld van hun denken zoals die bepalend was en bepalend is voor velen in de zogeheten gereformeerde gezindte. Het zijn markante figuren, die achtereenvolgens aan het woord komen.
Onder hen bevinden zich Dorsman en Exalto, Van Haaren en Kamphuis, Mallan en J. Overduin, Veenhof en Vergunst en nog verschillende andere predikanten, die alle hun mening over ettelijke zaken naar aanleiding van soms al te indringende vragen van Valkenburg spuien. Dat betekent hélaas niet, dat de problematiek, die in sommige diskussies wordt aangesneden, vandaag voor ons nog aktueel genoemd kan worden.
Maar met veel van wat te berde gebracht wordt kunnen wij allen onze winst doen. Het meest interessant heb ik de betogen van J.Overduin, J.Kamphuis en C. Veenhof gevonden.
Wanneer J. Overduin ingaat op de vraag of de kerk haar tijd heeft gehad, antwoordt hij o.a.: "Bedoelt men een bepaalde vorm van kerk-zijn, dan kunt u dat cadeau krijgen. Wat nooit zijn tijd zal hebben gehad, is de Persoon en de Boodschap van Christus. Waarom? Omdat het Evangelie geen zaak is van een bepaalde tijd, een bepaalde provincie, een bepaalde cultuur, maar voor alle tijden, plaatsen en mensen. Eenvoudig, omdat Gods Boodschap in Christus het diepste van de relatie, Godmens, mens-mens, mens-wereld raakt. Dat wil helaas niet zeggen, dat ieder, die zich christen noemt, dit ook beleeft in geloof, hoop en liefde. Maar het is de moeite waard je leven daarvoor in te zetten. Ik geloof niet in Christenen, maar in Christus en in Christenen, voor zover Christus in hen een gestalte krijgt." (p, 208). Op de vraag: Degenen, die het dichtst bii elkaar staan, staan vaak het felst tegenover elkaar? antwoordt J. Kamphuis: "Bij Zwolle gaat de spoorweg van Leeuwarden en Groningen uit elkaar en dan ben je in Zwolle nog heel dicht bij elkaar. Daarna wijkt de weg; dat gaat automatisch, er worden wissels gelegd en daarmee is het klaar.
Het gaat in het menselijk leven vaak zo, dat met de mensen bij wie je het dichtst staat de meningsverschillen komen en iuist omdat je dan dicht bij elkaar staat kom je vaak scherp tegenover elkaar te staan, met alle persoonlijke moeilijkheden, die dat meebrengt." (P. 121).
Aan C. Veenhof werd o.a. de vraag gesteld: U bent er niet op. uit, dat u persoonlijk recht wordt gedaan? - "Nee, helemaal niet. Een schorsing in je ambt als je het dominee mogen zijn als een rijk geschenk in een genadevolle opdracht van God beleeft is een verschrikkelijk ding. Wat dat is kan alleen iemand beseffen, die dat moest doorleven. Maar ik kan zeggen, dat ik, voor zover ik mij bewust ben, geen wrok, bitterheid of rancune koester jegens de kerken en mensen, die in 1944 schorsten en uitstootten. Maar ik zoek ook "mijn recht" niet.
Wat is dat trouwens? Ik vind het alleen maar zeer triest, dat het gebeurd is. En ik vrees dat kerken, die dergelijke manipulaties aandurven, de zegen des Heren verspelen. Er staat in de Bijbel ook één en ander over het aanraken van Gods oogappel." (p. 233). Zo hebben wij Veenhof gekend en zo blijft hij in onze dankbare herinnering voortleven als iemand, die van binnenuit in zijn leven wist, dat de balans van het lijden doorslaat naar de komende heerlijkheid.
Er zou nog heel war te citeren zijn, maar wij willen het hierbij laten.
Het boek ziet er keurig verzorgd uit al is het niet vrij van drukfouten.
Wie zich breder wil oriënteren ten aanzien van wat er leefde en leeft in de kring van het rechtse deel van kerkelijk Nederland kan hier terecht!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief