De strijd tegen de slang vraagt om inzet van heel het volk van God

1986-10-10
  • Jaargang 30
  • nummer 39
De Ammonieten hebben met Israël nog een appeltje te schillen. Ze zijn nog niet vergeten hoe ze door dit volk o.l.v. Jefta zijn afgetuigd (Richt. 11,30-33). Nu slaat het uur van de wraak.
Maar het is een wraak van satanisch gehalte. Nahas betekent 'slang'.
En menig uitlegger brengt deze naam in verband met de oude slang, die in het boek Openbaring duivel en de satan wordt genoemd. Want Nahas is vervuld van een gloeiende haat tegen het volk van God. Hij wil het voor heel de wereld voor aap zetten. Het is hem er uitdrukkelijk om te doen om een smaad te leggen op heel Israël (vs. 2). In Jabes wil hij heel Israël belachelijk maken. Dat is satanisch!

Mogen de inwoners van Jabes heel Israël dan ook te hulp roepen? Je gaat je gang maar, zegt Nahas, Hij gaat er kennelijk van uit, dat het volk toch niet in staat is om een vuist te maken. En dat zal de schande voor Israël nog eens zo groot maken. ' Hij lijkt gelijk te krijgen. Het is met Israëls weerbaarheid en daadkracht miserabel 'gesteld. Want de reaktie op hun boodschap is teleurstellend.
We lezen in vs. 4 dat het gehele volk zijn stem verhief en weende. Natuurlijk slaat dat allereerst op de bevolking van Gibea, dat in het begin van dit vers vermeld wordt. Maar de manier van zeggen doet vermoeden, dat dit klagen kenmerkend was voor heel Israël.
Tot meer lijkt het volk niet in staat.
Ach en wee roepen, de handen wringen - maar daden blijven uit.
Het is niet best met de kerk als ze zo'n beeld vertoont. Van een klagende christenheid gaat weinig uit.
Toch valt die neiging ook vandaag op te, merken. Ook vandaag roepen christenen ach en wee als de kerk en het geloof in God wordt aangevallen of met duivelse spot belachelijk wordt gemaakt. En we leven immers in een tijd, waarin dit steeds meer hatelijk gebeurt!
De geest van Nahas, de oude slang, waart ook vandaag rond om het volk van God te bespotten.
En eerlijk gezegd gaven we er ook nogal eens aanleiding toe. Hoe rollen we meer dan eens als christenen al vechtend over de straat.
Twisten binnen kerken of christelijke organisaties worden herhaaldelijk onder het oog van een groot publiek uitgevochten. En we lezen elkaar over en weer meermalen de les op een wijze die 'teveel herinnert aan de geschiedenis van Richt. 19-21. Dat maakt ons natuurlijk enorm zwak tegenover de buitenwacht en tot een gemakkelijke prooi voor hun kritiek.
Maar daarom hoeven we nog niet in onze schulp te kruipen. Zeker niet als de kritiek met name bedoeld is om de kerk en de Héér van de kerk belachelijk te maken.
Als dat de mentaliteit is, dan heeft de wereld ongelijk, wàt ze ook zegt!
En dan is het niet juist om als een geslagen hond met de staart tussen de poten af te druipen.
Als Saul na zijn werk van die dag thuis komt van het land en hij hoort wat er aan de hand is, dan is zijn reaktie volkomen anders! We krijgen niet de indruk, dat de mannen van Jabes speciaal voor Saul naar Gibea gekomen zijn. Dat Israël inmiddels een koning heeft, is mogelijk nog niet doorgedrongen tot deze stad in het grensgebied aan de overkant van de Jordaan.
De inwoners van Gibea hebben hen blijkbaar ook niet wijzer gemaakt op dit punt. Want anders zouden de boodschappers toch wel naar de koning hebben gevraagd.
Nu moet Saul hun boodschap van anderen. horen (vs. 5). In Gibea moet' men duidelijk nog wennen aan de gedachte, dat Saul, de boerenzoon, inmiddels koning is. Dat de inwoners van Jabes juist ook naar Gibea komen, heeft ongetwijfeld vooral te maken met de bloedbanden tussen deze plaatsen (zie vorige week).
Als Saul dus bij zijn thuiskomst hoort, wat er gaande is, grijpt de Geest van God hem aan en hij ontsteekt in hevige toorn (vs. 6).
Toornt hij tegen de aanranding van Gods volk en dus van de Naam en de eer van God door dat serpent van een Nahas? Of tegen de klagerige besluiteloosheid van het volk?
Beide. is mogelijk. Voorlopig zoekt zijn toorn zich een uitweg in het onmiddellijke slachten van zijn runderen.
Saul weet: nu is het de tijd om zich los te rukken van zijn oude beroep en definitief het koningschap over het volk van God te aanvaarden.
En hij begint zijn koningschap in een' vlaag van toorn. Van hèilige toorn! Toorn onder invloed van de Geest van God. Hij maakt zich verschrikkelijk kwaad, omdat men Gods volk en daarin God zelf te na komt. Dat neemt Saul niet!

Ik denk, dat het niet goed met ons is als we om zulke zaken niet meer woedend kunnen worden. Wanneer we er niet heet of koud meer van worden, wat er ook over God en de kerk gezegd wordt. Of wanneer we alleen maar klagerig ons hoofd schudden en ons verder koest houden.
Saul bezweert Israël met hem op te trekken. Met hem en Samuël.
Saul is er zich van bewust, dat zijn naam alleen nog niet genoeg gezag 'heeft. Vandaar dat hij steunt op de autoriteit van Samuël (vs. 7). Zijn oproep maakt enorme indruk.
De schrik des HEEREN valt op, het volk.
Daarover sprak de Bijbel al eerder, maar dan als de schrik die de heidenen' verlamde, zodat ze geen stand konden houden voor Israël (Ex. 23, 27; Deut. 2, 25). Hier is die schrik kennelijk nodig geweest om binnen Israël zelf alle tegenstand tegen Sauls oproep te breken!
En zo krijgt Saul de beschikking over een grote legermacht. In een verrassend tempo, binnen 'n week, is Saul in staat de niets vermoedende Ammonieten kompleet te overrompelen. En de smaad, die Nahas Israël wilde aandoen, komt , neer op zijn eigen hoofd. De slang', deze althans, wordt de kop vermorzeld.
Maar wat is nu het meest verblijdende in deze geschiedenis? Niet allereerst dat de vijand de kous op de kop heeft gekregen. Maar vooral de verandering die bij deze gelegenheid binnen het volk heeft plaats gevonden. Dat ze uittrokken als één man (vs. 7). Als één manl Alsof er nooit een schanddaad in Gibea heeft plaats gevonden. Alsof er nooit een strijd op leven en dood heeft gewoed tussen de elf stammen en de ene stam Benjamin. Ze trokken op als één man, nota bene onder leiding van een Benjaminiet, uit Gibea nog wel! Ze trokken als één man naar Jabes, dat ze destijds zo hard en wreed geslagen hadden - maar nu om hulp te bieden. Want Jabes hoort bij Israël! Wie Jabes aantast, tast Israël aan - tast Gods volk aan. Als één lid lijdt, lijden alle leden mee!
Kijk, zo maakt God het verleden levend om het te overwinnen! En waar de weg onvindbaar scheen, mocht Israël opnieuw beginnen.
Wat een verblijdende eenheid! Een eenheid die sterk maakt en de vijand overwint.
Ja, dat soms eerst de schrik des HBEREN op Gods volk moet vallen, voor het zijn verdeeldheid overwint en de gelederen sluit in de strijd tegen de slang! Laten we ons toch scharen achter onze Koning, die zich zelf liet slachten als een lam 'en voortdurend zijn boodschappers rondzendt met zijn lichaam en zijn bloed, waarmee Hij onze eenheid met God en met elkaar tot stand bracht!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief