Mijn naasten eer en goed gerucht...

1986-10-10
  • Jaargang 30
  • nummer 39
Het negende gebod is vaak in het geding. Dat er tal van mensen zijn, die het met de waarheid niet al te nauw nemen is algemeen bekend.
Dat er een krant is, die zich ook nog de gereformeerde krant wil en laat noemen, is ook voldoende bekend. Juist deze krant, ja ik bedoel het Nederlands Dagblad, een krant die vooral gelezen wordt in de kring van de vrijgemaakt gereformeerden, geeft weer eens aanleiding om haar berichtgeving eens nader onder de loep te nemen ..

Onder de kop: Zorg om de jongens in Duitsland, wordt in het Ned. Dagblad van woensdag 10 september 1986 een verslag gedaan van een bezoek aan een Geref. (vrijgemaakt) predikant en een verslaggever van genoemde krant aan de legerplaats Hohne/Langamannshof van de Nederlandse krijgsmacht te W.-Duitsland. Een plaats waar het COGMA ook geregeld de gezinnen en dienstplichtige militairen, behorende tot de Chr. Geref. en Ned. Geref. Kerken te bezoeken. Ook meereizende predikanten uit genoemde kerken gingen regelmatig voor in de kerkdiensten van dit garnizoen.
De legerpredikant in dit gebied is ds A. Bakker, Chr. Geref. predikant (vroeger te Hengelo, O.) en wonende met zijn gezin te Bergen Hohne.
We citeren nu uit genoemd dagblad het navolgende: Ds Krol vraagt hoe het zondags gaat. Zijn de militairen trouw in het houden van samenkomsten, ook op de zondagen als er geen dominee uit Nederland is? Zijn vraag raakt een gevoelige plek. Ze gaan op zondagmorgen wel eens naar de dienst van de legerpredikant (ds A. Bakker dus, citaat van mij, B.) vertellen ze.
Waarom? Omdat je dan toch het gevoel hebt, dat het zondag is, luidt het antwoord. Dat kan ik begrijpen, zegt ds Krol, maar hij is niet tevreden. Draaien jullie dan toch 's middags en 's avonds nog een preekbandje, vraagt hij. Tuurlijk niet, is de reaktie. In Nederland ga je toch ook niet drie keer naar de kerk? Dat kan niet ontkend worden. Ds Krol: "Dat hoeft ook hier niet. Maar als er dan één van de drie moet afvallen, wil ik wel dat dat die oecumenische dienst is, lieden!!"
Ze praten er over door. En langzamerhand komt er meer begrip voor het standpunt van de dominee.
Eigenlijk vinden ze de preek in de oecumenische dienst maar een zeikverhaal". Het gesprek gaat vervolgens over andere onderwerpen.
Maar zondagavond na de tweede samenkomst snijdt de dominee de zaak nog even aan. En er worden afspraken gemaakt. Ze zullen weer twee maal per zondag bandjes gaan beluisteren. Ds Krol zegt dat hij blij is dit aan de C.C.G.G, (het contactorgaan van de vrijgemaakte kerk) te kunnen rapporteren.

Dit is een slechte beurt van het Ned. Dagblad. Allereerst wordt voor de woordbediening van een legerpredikant, of hij' nu Christelijk Gereformeerd, Ned. Gereformeerd, Hervormd of Gereformeerd synodaal is, doet in dit verband niet terzake, een woord gebruikt, dat men b.v, wel van de VPRO verwacht, maar toch niet in een .gereformeerde krant.
Jarenlang heeft men zelf niet aan de geestelijke verzorging van onze jongens in de militaire dienst deel genomen en nu gaat men op een afstand toekijken en: op een schandelijke wijze kritiek leveren.
Na veel heen en weer gepraat valt van de kant van de militáiren dan het gewraakte woord. Ik kan een dergelijke uitdrukking van een jonge militair nog wel aanvaarden, maar dat dit zonder enige vorm van kritiek, zowel door de' dominee als door de verslaggever wordt aangehoord gaat toch alle perken van fatsoen te buiten.
Dat de verslaggever dit woord zelfs nog durft te publiceren is ronduit smakeloos.
En de legerpredikant, die dag in dag uit in de weer is om in de militaire dienst ook aan ongelovigen het .evangelie bekend te maken, krijgt een brevet van onvermogen opgespeld.
Zondag 43 van de Heidelberger waarschuwt ons ernstig voor dit kwaad. Niemand lichtelijk en overhoord oordelen of helpen veroordelen ... Mijn naaste eer en goed gericht naar mijn vermogen voorsta en bevordere.
Ds Krol en de verslaggever moeten nog maar eens bij zich zelf te rade gaan of ze aan deze criteria hebben voldaan.
Het is niet met een zekere voldoening dat ik dit voorval in de kerkelijke pers ga brengen. Over het algemeen kan men discussies in de kerkelijke pers beter vermijden.
Toch wil ik dit keer een uitzondering maken, vooral bedoeld .als waarschuwing aan het adres van onze kerkjeugd.
We weten met' elkaar maar al te goed, dat kerkelijke moeiten ook de Chr. Geref. en Ned. Geref. Kerken niet voorbij gaan. Maar met Gods hulp zullen we in eensgezindheid de moeiten echt wel weer te boven komen. Maar we kijken in onze kerken gelukkig nog niet in zelfverheffing op de ander of op andere kerken neer. Een kerk die zo met het evangelie durft om te gaan heeft immers alle recht; van spreken verloren.
Is het werkelijk zo gesteld met onze broederschap aan de andere kant van het kerkelijk gordijn?
Zijn we 'in 17 jaar al zover uit elkaar gegroeid?
Waarom toch elkaar in broederliefde niet opgezocht?
Samen iets gaan betekenen voor de wereld in nood.
Zondag 5 oktober is het COGMA weer te gast geweest op een militaire basis. Ds H. Stolk heeft daar Gods Woord bediend.
Was dit nu een oecumenische dienst? Wees toch eerlijk in de voorlichting, dit was een kerkdienst voor militairen van hoog tot laag, van Ned. Hervormd tot Ned. Geref. en alles wat daar tussen ligt, iedereen was daar van harte welkom om de boodschap van het eeuwig Heil te horen verkondigen.
Niet voor 5 à 6 militairen, een groepje van gelijkgezinden, maar een verkondiging DIE HEEL HET VOLK ZAL TEN DEEL VALLEN.
We kennen in de militaire dienst geen oecumenische diensten.
Er is een Protestantse en Katholieke geestelijke verzorging. En het is het· goed recht van iedere Nederlandse staatsburger -om daar al of niet aan deel te nemen.' Maar ik ontzeg het Ned. Dagblad het recht om met smakeloze praatjes de Protestantse Geestelijke Verzorging in discrediet te brengen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief