Zuid-Afrika, wat is er aan de hand? (1)

1986-02-07
  • Jaargang 30
  • nummer 6
Dezer dagen kreeg de redaktie een artikel in handen van één onzer nederlands gereformeerde zendelingen in Zuid-Afrika, ds J. Vonkeman, over de situatie daar. Het is de lezers van ons blad misschien wel eens opgevallen dat Opbouw - dat er niet tegenop ziet over omstreden onderwerpen te schrijven - ten aanzien van de moeilijkheden in Zuid-Afrika steeds grote terughoudendheid in acht genomen heeft. Dat had zijn reden. Wij wilden en willen op geen enkele wijze schade toebrengen aan het zendingswerk dat door onze kerken in dat land verricht wordt. Als het ergens zin heeft kerk en politiek uit elkaar te hóuden dan wel op net zendingsveld.
Toch kunnen ook onze zendelingen niet helemaal doen alsof hun neus bloedt. Dat heeft ds Vonkeman terecht ingezien en hij schreef onder eigen verantwoordelijkheid iets, op papier. Op onze vraag of hij het goed vond dat zijn zienswijze in Opbouw gepubliceerd zou worden antwoordde hij dat we onze gang konden gaan. "Het enige dat tegen publikatie zou kunnen pleiten", zo schreef hij, "is dat het stuk gewrocht is in augustus 1985. Er is wat gebeurd sindsdien, Het is duidelijker geworden dat Botha inderdaad hervormingen wil. Ik zou het dan ook op prijs stellen dat onder mijn stuk als datum komt te staan: Augustus 1985." Aan dat laatste verlangen komen wij gaarne tegemoet, ofschoon het artikel toch niet zo'n momentopname is als ds Vonkeman zelf meent. Wij voor ons zijn erg blij met zijn mening. (De redaktie)

U zult zich in Nederland de laatste tijd wel eens afgevraagd hebben: hoe gaat het onze zending in Zuid-Afrika? Nog nooit was het er zo onrustig als de laatste tijd. Steeds feller spitsen de tegenstellingen zich toe, en daarbij vallen doden.

Nu hebben we steeds het beleid gevolgd om ons niet met de politiek in te laten. En dat is een goed beleid. We zijn hier voor zendingswerk. En dat is dat. Er zijn al te veel dominees die als 's werelds zedenmeesters optreden.
Maar .... de politiek heeft hier het leven de laatste tijd omgeploegd als nimmer tevoren.
Het sociale leven is ondersteboven gegooid, de economie heeft mede door de politiek hevige tegenwind en zoveel meer, het gebed in zwarte en blanke kerken kan de onlusten niet negeren.
Van het thuisfront uit denkt men misschien: waar staan die zendelingen van ons? En wij van onze kant willen toch ook wel eens bepaalde dingen naar voren halen, die wel eens gezegd mogen worden voor Nederlandse oren.

Van een droom die niet uitkwam
We hebben in Zuid-Afrika onze dromen gedroomd. In een wereld die allerwege kapot gaat aan spanningen tussen volken in één land, zeiden we in Zuid-Afrika: we doen het anders, we passen gescheiden ontwikkelingen toe. Het zat er wel tamelijk dik in dat de blanken vooral hun , eigen bestaan zeker wilden stellen, maar het was dan toch op; recht bedoeld: geef elk volk in zijn eigen culturele raamwerk zijn ontwikkelingskans, parallelle ontwikkeling, wat aanvankelijk naïef “apartheid” werd genoemd.
Met name het tijdperk Verwoerd heeft een rigoureuze afbakeningspolitiek gevoerd; talloze wetten hebben het Zuid-Afrikaanse leven opgesplitst in een blanke-, een zwarte-, een kleurling- en een Indiërsamenleving. En voor een deel lukte dat wel aardig: een thuisland voor Zoeloes, voor Venda’s, voor Ndebeles, kleurlingengebieden en dan nog een welvarende, blanke rest. Zo kregen we onafhankelijke zwarte staten; we zeggen er geen kwaad van, maar de economie laat zich niet dwingen door de politiek. Want in dat blanke Zuid-Afrika wonen miljoenen zwarten die hun arbeid daar verkopen, zonder wie de economie ook niet gaande kan worden gehouden, zwarten die daar soms al een paar generaties wonen en die Zuid-Afrika, waar de blanken de lakens uitdelen, als hun vaderland beschouwen, en niet KwaZoeloe, de Transkey, Boputhatswana of hoe die landen ook heten mogen. In de Verwoerdse tijd zeiden we dan: al die zwarten in ons gebied zijn vreemdelingen, tijdelijk mogen die. in ons midden Wonen (dus de behuizing kan wel wat minder), maar die thuislanden, dáárom, gaat het; die moeten we zo ontwikkelen, dat op den duur alle zwarten in ons midden terugverhuizen naar de thuislanden, en zij die in ons midden nog overblijven, kunnen dan door de thuislanden hun politieke invloed uitoefenen.

Maar het bleef een droom. Wie zou bij de belastingbetaler voor gigantische bedragen durven aankloppen om dat alles waar te maken? En de zwarte in de blanke stedelijke gebieden voelde zich zijn vaderland ontnomen.
Wat moest hij daar in de thuislanden gaan stemmen? Een Amsterdammer stemmen in Vinkeveen?
In plaats van een reusachtige ontwikkeling van de thuislanden, werden de économische centra van het blanke Zuid-Afrika steeds krachtiger en trokken nog meer zwarten uit de thuislanden aan. Amsterdam werd almaar groter en Vinkeveen bleef Vinkeveen.

En de zwartman bleef zich gegriefd voelen door de wetten die hem vreemdeling maakten in eigen land: ontuchtwet, paswetten, wet op afzonderlijke gerieven en wat niet al.

Zo kregen we een politiek van gebiedscheiding, Maar niet alleen dat we kregen de zogenaamde kleine apartheid, die zo irriterend is en gelukkig voor een »groot deel verdwenen is.
Aparte ingangen in het postkantoor. aparte restaurants, vooral niets samen. Alles terwille van de grote droom.

Men oogst wat men zaait
Het zat er bij de blanken af generaties lang in, maar het werd er de laatste 30 jaar nog eens extra ingehamerd èn methodisch: denk er om, we zijn een volk in eigen rechten, alle nadruk op het eigene, de eigen erfenis, de eigen godsdienst, de eigen taal, de eigen cultuur. En zo gaat het dan in dat geweldige benadrukken van het eigene. . . . het gaat ten koste van de ander. Niet alleen werd op bedenkelijke wijze een verkiezing ingegaan met de leus: "glo in jou volk, glo in jou God, glo in jou toekoms", maar naar de ander - en dat is dan de zwartman - werd dan vanzelf verwezen als een potentiële vijand.
Dat houdt het eigen volk bij elkaar. Hoe vaak hebben we het niet gehoord: "die swart gevaar".
Hoe vaak is niet gezegd: "ons moet laer trek", wat refereert aan de befaamde Boerenoorlogen, waar tegen de zwarte vijand een ring van wagens werd gevormd. Zo zijn kinderen op school opgevoed; altijd de nadruk op het volk ten overstaan van de andere volken. De mens als individu kwam er vaak bekaaid af, het gezin werd beoordeeld naar zijn waarde voor het volk, de kerk werd Boerenkerk.

Dat tijdperk is nu wel geschiedenis geworden. We zijn pijnlijk wakker geschrokken. We hebben de zwarten nooit in het overleg betrokken. En we zien wel: sámen met de zwarten wonen we in een land; het is zijn land evengoed als het mijne. En we zullen samen verantwoordelijkheden moeten delen. Politiek waaien er vandaag wel andere winden als voorheen. Maar de sentimenten van de gewone mensen laten zich na zoveel jaar opvoeding niet zomaar omturnen. Wat wordt er niet lelijk van zwarten gepraat dikwijls? De emoties hebben te lang in de pot van het volkseigene staan sudderen.
Vandaar dat de rechtse oppositiepartij, de Konservatieve Partij, het zo makkelijk heeft.
Met zijn politiek van de oude apartheid hoeft het alleen maar op de oude emoties in te spelen.
En de zaal heeft tranen in de ogen! Maar tegelijk is dat een kompliment voor de politieke, moed van president P. W. Botha, in de ogen van vele volksgenoten niet minder dan een verrader. In Europa verstaat men met wat het hem aan politieke moed kost om tegen de stroom van het volkssentiment in te gaan en een beroep te doen op de redelijkheid en te zeggen: mensen, wordt toch wakker. De droom is voorbij.

De Rubicon is overgestoken
Zo heeft staatspresident Botha het medio augustus (1985) gezegd.
Er is nu geen terug meer.
Het moge waar zijn dat er aan concrete hervormingen nog niet zoveel nieuws te melden is, het moge waar zijn dat de nieuwe politiek van mede-verantwoordelijkheid nog maar aarzelend wordt bedreven, Er is nog veel te weinig veranderd. De zwarten in de Republiek hebben volledig staatsburgerschap toegezegd gekregen, de gehate ontuchtwet is weg, instromingsbeheer naar de steden is aan. het verdwijnen, aan de afscheeplocaties zal op forse wijze gewerkt gaan worden.

Maar hoe weinig ook nog is veranderd: de les van de geschiedenis is dat je op een pad van hervorming niet stil kunt staan of om kunt draaien. De Rubicon is overgestoken.

Dat geeft aan de politiek hier iets bijzonder fels. De oude sentimenten van vele Afrikaners zijn gevoelig geraakt. Stel je voor, aan de zwarten medezeggenschap te geven in het land, dat wij opbouwden, ongehoord!
In de Afrikanerkerken is onrust.
Week aan week vind je in "Die Kerkblad", het weekblad van de Dopperkerk, hevig bezwaarde brieven van lezers. Die begrijpen het niet meer. De oude grenspalen die zo lang al de scheiding tussen blank en zwart markeerden, worden de een na de ander weggehaald. Wat moet je aan met je kerk die als Synode besluit dat gezamenlijke eredienst van Christenen van verschillende rassen, Avondmaal ingesloten, uitdrukking geeft aan de eenheid van het lichaam van Christus? Zo luidde een van de besluiten van de laatste Synode van de Dopperkerk.

Zo zit president Botha in een afschuwelijk dilemma. Gaat hij te snel, dan verliest hij al zijn eigen mensen van wie hij er al zovelen verloren heeft aan de Konservatieve Partij. Dan wordt zijn partij weggestemd en wee ons als wij de Konservatieve Partij hier aan het bewind krijgen.
Gaat hij te langzaam, dan begint hier niet alleen de blanke oppositie naar links zich te roeren, maar dan staat de zwarte gemeenschap helemaal in lichtelaaie en wordt elk ordelijk leven ontwricht, om maar te zwijgen van de lijken die op het slagveld achterblijven. Men ziet dus, dat het niet een zaak is van hervormingen of niet, maar om het tempo waarin ze zullen worden uitgevoerd. Hoe snel lopen we nu de Rubicon is overgestoken?

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief