De betekenis van de reformatorische beweging van de jaren '30 voor het Gereformeerde leven (4)

1986-02-14
  • Jaargang 30
  • nummer 7

8) Hoe het na de oorlog met de ontkomen kerken is gegaan

De in de oorlog van synodale overmacht bevrijde gemeenten hebben als Vrijgemaakte Gereformeerde kerken in een geestelijk ontredderd Nederland hun weg vervolgd.
Er waren grote dingen gebeurd op aarde. Enige tientallen miljoenen mensen waren omgekomen. Europa was uiteengescheurd. Meer dan een derde van het oude bondsvolk Israël bleek te zijn vermoord.
Nederland was afgebroken, het vooroorlogse gereformeerde leven stukgebroken. In de kerkelijke wereld van Europa en Amerika openbaarde zich een in de oorlog versterkt streven naar een nieuwe oecumenische kerkelijke eenheid, waartoe de Schrift datgene wat bruikbaar was had bij te dragen. Er was een zoeken naar een nieuw levensuitzicht voor de wereld.

In die van voor-oorlogse zekerheden beroofde, geestelijk ontwrichte situatie bevonden onze vrijgeworden kerken zich na de oorlog. Zij hadden hun vrijheid ontvangen in een zware strijd tegen de ontzagwekkende macht van menselijke wetenschap die zich, niet alleen in Nederland maar in de gehele christenheid, boven de Schrift had gesteld. In die strijd was het gereformeerde leven uiteengescheurd. De macht van de Heilige Godgeleerdheid was gebroken, het geloof in de Schriften was behouden. Langs de weg van terugkeer naar de Schriften in de jaren '30 had de Here veel kerken weer vrijheid gegeven te leven bij Zijn Woord alleen. Het was echter een van alle zijden bedreigde vrijheid. In de gehele christenheid rukte de macht van het theologisch denken op. Het was een levenszaak voor de kerken in de weg van de jaren '30 voort te gaan.
Spoedig bleek echter dat velen in de vrijgeworden kerken de oorsprong van de scheur niet hadden gezocht in het feit dat de gereformeerde kerken waren gaan leven bij menselijke theologische leringen en daarin God de rug hadden toegekeerd, maar in het feit dat men verkeerde theologische leringen was gaan volgen.
Het grote onderscheid tussen enerzijds het leven bij het concreet sprekende Woord van God tot redding van het gehele leven en anderzijds het leven bij een wetenschappelijk verwerkte Schrift die de levenspraktijk nauwelijks raakt, was door velen niet gezien.
In de na-oorlogse opbouw van het vrijgemaakte kerkelijke leven is niet de terugkeer naar de Schrift uit de jaren '30 centraal komen te staan, maar het streven de Kuyperiaanse theologische gedachtenwereld door een betere theologische gedaohtenwereld te vervangen.
Zo is het o.i. gebeurd dat niet de Schrift en ook niet de profetische gedachten van prof. Schilder of van A. Janse in de plaats zijn gesteld van de theologische arbeid van dr A. Kuyper, maar de theologische gedachtenwereld van prof. Schilder die plaats is gaan innemen.
Dat was in zeker opzicht wel winst, maar het gaf de Boze opnieuw het beproefde wetenschappelijke middel in handen de terugkeer van de vrijgemaakte kerken naar de Schrift zelf een zware slag toe te brengen, de gemeenten in beginsel weer onmondig te maken en de vrijgeworden kerken in een nieuwe broedertwist te storten.
Na de oorlog zijn de vrijgeworden kerken met groot elan er naar gaan streven de gebroken macht van het gereformeerde leven, zo veel als dat onder de gewijzigde omstandigheden mogelijk was, te herstellen.
.Een eigen wetenschappelijk theologisch centrum, voortgekomen uit de School der kerken, (4) ging de plaats van de theologische faculteit van de V.U. innemen.
Toen bleek ook dat de kerken het onschriftuurlijk karakter van de synodocratische concentratie van kerkelijke macht niet hadden doorzien, ondanks het ondervonden geweld. Het leek alsof de synode zich slechts tegen de verkeerde personen had gericht.

De vrijgeworden kerken zijn er naar gaan streven dooreen betere en sterkere kerkelijke organisatie de waarborg te scheppen dat een strijd als in de jaren '30 zich niet zou kunnen herhalen, noch op het terrein van de leer, noch op het terrein van de kerkelijke machtsuitoefening.
Dit, alles was vanuit menselijk gezichtspunt zo begrijpelijk. De gevaren die de gemeenten van Christus omringen zijn immers groot. Een hecht georganiseerd kerkelijk leven heeft een grote
bekoring en lijkt een krachtig middel ter bewaring van de eenheid en de Waarheid. Maar in 1517 was dat niet zo en in 1834, 1886, 1944 en in de jaren 1967-1970, zoals blijken mag, ook niet.
Een kerkelijke machtsorganisatie is o.i. in de Schrift niet te vinden.
Gemeenten van Christus worden wel geroepen elkaar in de strijd der geesten krachtig met het Woord te steunen en elkaar in moeilijkheden met raad en daad bij te staan, zonodig met vermaan en verbreking van de omgang als het er naar is.
Heersen met machtsmiddelen in plaats van regeren met het Woord, is echter geen vrucht des Geestes.

9) Het ware kerk zijn
Een belangrijk gevolg van de centrale plaats die de theologische ontwikkeling in de vrijgemaakte kerken heeft gekregen, is o.i. geweest dat een gesystematiseerd begrip "ware kerk" zijn stempel heeft kunnen drukken op de vrijgemaakte levenshouding.
Het nieuwe kerkbegrip verbond per consequentie het ware kerk zijn van een gemeente aan het formeel toebehoren tot de gemeenschap van vrijgemaakte kerken. Het praktische spreken van de Nederlandse Geloofsbelijdenis over de ware kerk. dat in de zware strijd met Rome de geesten duidelijk onderscheidde, werd in een theologisch versmald kerkbegrip van zijn levend en met schriftuurlijke wijsheid te hanteren karakter beroofd. De vaderen uit de dagen van de Reformatie van de 16e eeuw zagen het onderscheid tussen de ware kerk en de valse Roomse kerk scherp uitkomen 'n de prediking, de sacramentsbediening en de tuchtoefening.
Die drie kenmerken hebben zij in hun belijdenis gezet. Maar die drie kenmerken gebruikten zij niet los van alles wat de Schrift over de gemeente van Christus zegt. Zij leefden bij het gehele Woord van God, dàt stelde hen in staat schapen van wolven te onderscheiden, daardoor konden zij zo maar opmerken wat de valse kerk was. Zij hebben de Lutherse kerk met zijn niet gereformeerde sacramentsopvatting nooit valse kerk genoemd.
Als de synode van Dordrecht van 1618 de drie kenmerken van de ware kerk theologisch versmald en los van de Schrift had gehanteerd, was er geen plaats geweest voor de bisschop van de Anglicaanse Staatskerk die een ereplaats kreeg. Hoewel het in deze romaniserende Engelse Staatskerk, ondanks zijn gereformeerde confessie, met de zuivere prediking, sacramentsbediening en tuchtoefening zorgelijk gesteld was en het hoofd van die kerk, koning Jacobus, de gereformeerde kerkregering verfoeide, in eigen land gelovigen vervolgde, maar temidden van dit alles inzag welke strijd in de Nederlandse kerken gaande was.
De theologisch begrensde visie op de kerk van Christus heeft ernstige gevolgen gehad voor de vrijgemaakte kerken. Het al of niet instemmen met deze opvatting van het ware of valse kerk zijn, werd door velen ervaren als een dwingend kriterium voor het volwaardig lidmaat zijn van een gemeente van Christus.
Dit sjibbolet liet niet na grote spanningen ...op te roepen in het belangrijke streven naar voortgaande reformatie op het terrein van onderwijs, politiek, maatschappelijk leven, enz. Datgene wat vrucht des Geestes behoorde te zijn, werd door velen ervaren als opgelegde kerkplicht, die in de ambtelijke bearbeiding tot uiting kwam. De door dr A. Kuyper in zijn werk "Pro Rege" ("Voor de Koning") breed uitgewerkte gedachte dat dom voortgaande reformatie het rijk van Koning Jezus op aarde zal worden opgericht, speelde o.i., daarin een 'weinig opgemerkte rol. In diverse gemeenten ontstonden rondom deze zaken grote spanningen. Locale conflicten breidden zich uit tot eindeloze procedures in de meerdere vergaderingen. Maar de onschriftuurlijke wortel ervan, de aan het lidmaatschap van de ware kerk verbonden reformatorische verplichtingen, werd door velen niet gezien. Er ontstond opnieuw een strijd in de kerkelijke bladen, waarin een toetsing in het licht van de Schrift van de gang van zaken in het kerkelijke en niet-kerkelijke leven, als in de jaren '30, in conflict kwam met een steeds sterker wordende theologisch geleide vrijgemaakte gedachtewereld.
Dit kerk-centrische denken had temidden van de op alle gebieden om zich heen grijpende verwereldlijking, door een indrukwekkende en bekwaam geleide organisatorische krachtinspanning, grote dingen tot stand gebracht. Een eigen dagblad, eigen scholen, een politieke partijen diverse organisaties waren tot stand gekomen.
Maar dit theologisch-rationaliserende denken verdrong wel het profetische Woord.
Het leven bij de Schrift zelf was opnieuw op de tweede plaats komen te staan.
Men kon op de kerkelijke vergaderingen met de Schrift niet meer terecht.
Dat is o.i. de voorgeschiedenis van de scheuring in de vrijgemaakte gereformeerde kerken, die zich in de jaren 1967-1970 heeft voltrokken.
De Boze was er opnieuw in geslaagd het gereformeerde leven met theologische wapenen uiteen te scheuren. Het was een tweede triomf, temidden van de afval en de steeds duidelijker wordende tekenen der tijden.
Wie zou niet wenen.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief