Pastorale notities

1986-02-14
  • Jaargang 30
  • nummer 7
Het verhaal van vorige week moet ik even afmaken. Marot was dus uit Genève vertrokken en het psalmboek was nog maar voor een derde klaar. Béza heeft hel werk voltooid. Ook hij was een bekend dichter in Frankrijk.
Toen hij in Orleans studeerde waren er al verzen van hem verschenen en later, toen hij in Parijs werkte, verscheen van hem zijn bundel poëzie “Juvenilia".
Hij had naam als latijns dichter.
Maar misschien heeft menige lezer de gedachte, dat Béza toch niet de eerst-aangewezen man was voor het berijmen van de psalmen. Ik wil deze notitie dan ook gebruiken om hem een beetje recht te doen. De suggestie wordt wel eens gewekt, dat de stap van Calvijn naar Béza een stap terug is. Béza zou niet in de schaduw van Calvijn kunnen staan wat kwaliteiten
betreft en bovendien zou er bezwaar te maken zijn tegen de leer van Béza. Calvijn was een Biibels theoloog, met de klemtoon meer op Bilbels dan op theoloog, terwijl Béza de man zou zijn van de schema's, de scholastiek, het geredeneer buiten de Bijbel om. En was Béza niet de eerste supralapsariër?
Wat dat is, kan ik in dit hoekje niet uitleggen. Ik wilde alleen zeggen, dat ik Béza ánders ben gaan zien dan vroeger, door, lezing van een proefschrift uit 1973 over Béza's leer inzake de predestinatie.
De dissertatie van een Amerikaan, John S. Bray, thans hoogleraar in Nebraska. Verder is er nogal eens bezwaar gemaakt tegen het feit, dat Béza, in tegenstelling tot Calvijn, aan het volk het recht van opstand toekende. Maar laten we daarbij niet vergeten dat Calvijn bang was voor een volksopstand omdat hij al voor ogen zag hoe de Franse rivieren rood zouden zien van het bloed. Zo schrijft.
hij ergens. Béza schrijft na de Bartholomeusnacht; het bloedbad is toch gekomen.
Genoeg hierover. Ik wilde iets moois vertellen over de verhoudingen in Genève. Er zou in Frankrijk een godsdienstgesprek worden gehouden. Dat waren toentertijd grote gebeurtenissen, vergelijkbaar met grote schaakcompetitie. Je naam was gevestigd wanneer je als overwinnaar tevoorschijn treden kon uit zo'n theologisch debat tussen de grootsten op dat gebied.
In 1561 is het Béza die in Poissey spreekt namens de Franse protestanten. Besloten was dat Calvijn dit niet zou doen. Want de Franse koning zou er zijn, en men was bevreesd dat Calvijn in het debat driftig zou worden en gaan uitvaren, hetzij tegen de koning als die een domme vraag zou stellen, of in tegenwoordigheid des konings, tegen een ander. Béza bleef altijd een heer; Calvijn kon zich niet altijd beheersen.
Trouwens, studenten in Genève vonden Béza nog knapper dan Calvijn maar vooral hoffelijker, vriendelijker en minder afstandelijk dan Calvijn. Calvijn nám het dat de tweede man de eer te beurt viel waar hij, Calvijn, recht op had. Hoe vaak is het in een school of in de kerk plezierig geweest, soms door één man, van wie men zei: "Dat is toch zo'n aardige man." Enkele vriendelijke mensen kunnen in de kerk het cement zijn tussen de granietblokken, zodat de muur overeind blijft staan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief