Boekbespreking

1986-02-14
  • Jaargang 30
  • nummer 7
“Tussen verlangen en werkelijkheid"
- Opstellen over de waardigheid van mensen met een verstandelijke handikap - (213 blz.) Redactie: J. Stolk en M. J. A. Egberts.
Uitgave: Boom, Meppel. Prijs: f 29,50.

Onlangs werd er in 'Opbouw' geschreven over euthanasie en zwakzinnigheid. Twee publikaties die in dat artikel werden genoemd (van de hand van drs Musschenga en dr Arts) zijn opgenomen in de bundel "Tussen verlangen en werkelijkheid", die vorig jaar bij uitgeverij Boom in Meppel verscheen. Deze bundel bevat echter meer opstellen daarom is het goed om aan het boek nog wat meer aandacht te schenken.

"Tussen verlangen en werkelijkheid" bevat 11 opstellen. Het boek werd samengesteld door dr J. Stolk en drs M. J. A. Egberts, die beiden werkzaam zijn op de afdeling speciale pedagogiek aan de Vrije Universiteit. De meeste auteurs in deze bundel zijn afkomstig van dezelfde universiteit.
Zeven artikelen beschrijven pedagogische onderwerpen.
In de bundel komt het spanningsveld tussen hoop en wanhoop, tussen verlangen en yaak harde werkelijkheid in bijna ieder artikel naar voren. Dat is één van de grootste verdiensten van het boek. Er wordt niet "sprookjesachtig" over de zwakzinnige, zijn ouders of zijn opvoeders geschreven, tóch wordt gesteld dat de zwakzinnige ondanks zijn handikaps - rechten heeft: recht op verzorging, op acceptatie, op liefde, op juridische bescherming en mondigheid.
Het is deze balans, deze voortdurende tweestrijd, die vaak gemist wordt in de literatuur over zwakzinnige mensen. Of er wordt geschreven in termen van het 'defekt' (wat de zwakzinnige niet kan), óf de verstandelijk gehandikapte wordt (bijna) heilig verklaard.
Het meest intrigerende komt naar mijn mening deze tweestrijd naar voren in het eerste artikel, geschreven door (redacteur) Stolk. Dit artikel heeft een diepe indruk op mij gemaakt, zowel vanwege de theoretische onderbouwing als vanwege de warme betrokkenheid van de auteur bij ouders en hun zwakzinnige kind.
Een andere verdienste van het boek is dat het niet alleen van achter het bureau werd geschreven.
De (theoretische) kwaliteit van de artikelen ligt op een hoog, peil, maar er worden ook praktijksituaties.
beschreven. Zo heeft Egberts een aantal dagen op een leefgroep met diepzwakzinnige kinderen doorgebracht, mensen met een heel broos bestaan, die dagelijks voor hun leven moeten vechten.

Ook positief in deze bundel acht ik het feit dat er niet gemakkelijk met een beschuldigende vinger naar de ouders wordt gewezen, maar dat er (op niet-moraliserende wijze) aandacht wordt gevraagd voor de buitengewoon moeilijke opdracht die ouders van verstandelijk gehandikapte kinderen hebben gekregen.
In het boek ook aandacht voor de woonsituatie van zwakzinnige mensen. Dr K. Abrahams-van der Korst gaat in op de leefsituatie binnen de zwakzinnigeninrichting.
Er is tegenwoordig veel kritiek op deze (veelal massale) voorzieningen; de schrijfster konkludeert echter dat ook daar menswaardig leven mogelijk is, mits (o.a.) het teveel opgelegde groepsleven kan worden doorbroken. Van Zijderveld schrijft dat een tehuis een goede voedingsbodem kan bieden voor de opbloei van liefdesrelaties tussen zwakzinnigen. De gevolgen van de "seksuele revolutie" gaan ook aan deze zorg niet voorbij; Van Zijderveld beschrijft voor- en nadelen. Overigens zullen veel lezers van 'Opbouw' - denkend over de konsekwenties van dit artikel - wel hun bedenkingen en bezwaren hebben.

Interessant is het historische artikel van Jak over ds C. E. van Koetsveld, een predikant die in de vorige eeuw veel heeft gedaan voor zwakzinnige mensen.
De problemen die Jak beschrijft (via de boeken en aantekeningen van Van Koetsveld) zijn overigens in onze tijd soms ook nog aktueel.

Ds C. P. van Andel schrijft vanuit de Bijbels-antropologische gezichtshoek over de plaats van de zwakzinnige. Bij zijn Bijbelsantropologische overwegingen heb ik mijn bedenkingen; wel ben ik het met Van Andel eens dat God bijzondere aandacht vraagt voor het bedreigende en kwetsbare leven.
De konsekwenties die deze predikant aangeeft naar 'het leven in de gemeente van Christus' kan ik - op twee kritiekpunten na - onderschrijven. Enerzijds vind ik zijn voorstel om (b.v.) ieder kwartaal de hoofddienst op de aanwezigheid van verstandelijk gehandikapten af te stemmen wat mager (kan men rnet proberen veel vaker, "maar dan geïntegreerd in de kerkdienst, proberen om kinderen, maar ook verstandelijk gehandikapten, aan te spreken?). Anderzijds zijn de suggesties van deze predikant ook weet te hoog gegrepen: voor dieperzwakzinnigen en verstandelijk gehandikapten die in hun gedrag moeilijk te hanteren zijn lijken mij zijn ideeën geen haalbare kaart.

Het laatste artikel in de bundel is geschreven door een jurist: mr C. Blankman. Hij heeft een helder artikel geschreven, waarin o.a. de onder curatele-stelling aan de orde komt: Zijn konklusie is dat de mondigheid van geestelijk gehandikapten in het Nederlandse rechtsstelsel nog nauwelijks is doorgedrongen.

"Tussen verlangen en werkelijkheid" is een op goed niveau geschreven boek, dat een genuanceerd beeld weet te schetsen over de zwakzinnige en de zorg om hem heen. Binnen de bundel is soms sprake van een wat tegenstrijdig standpunt, maar als rode draad valt steeds weer de 'menswaardigheid' van geestelijk gehandikapten te beluisteren.
Ik kan U het boek van harte aanbevelen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief