De betekenis van de reformatorische beweging van de jaren '30 voor het Gereformeerde leven (5)

1986-02-21
  • Jaargang 30
  • nummer 8

10) De scheur in de jaren 1967-1970

Wij komen nu tot de gebeurtenissen uit de jaren '60, weer vol verdriet en tranen, waarvan sommigen blijvend letsel hebben overgehouden.
Het is allerminst de bedoeling met woorden broederschappen die beide hebben te worstelen tegen de wereldbeheeersers dezer duisternis en tegen de boze geesten in de hemelse gewesten (Efeze 6: 12), verder van elkaar te verwijderen. Het gaat om inzicht in het gebeuren.
Hoe is het de Boze gelukt ook deze scheur tot stand te brengen?
In geding was o.i. weer dezelfde zaak als in de jaren '30: waarbij zullen we leven, bij het profetische Woord of bij een daarvan afgeleide theologische gedachtewereld, als in de dagen van Kuyper, welke dagen grote dingen te zien gaven, maar gevolgd werden door een vervreemd zijn van de Schriften zelf.
In de verwarde kerkelijke strijd dreigde dat grote dilemma echter steeds weer uit het oog te worden verloren, waardoor het zicht op Gods zware weg met het gereformeerde volk in deze landen zich verduisterde en vertwijfeling de harten kon verscheuren, als in de dagen van de Afscheiding en de Doleantie.
Ons inziens is de Here al die jaren bezig geweest het gereformeerde volk voor te bereiden voor het verstaan van de grote komende heilsgebeurtenissen die het profetisch Woord heeft voorzegd.
In een zware strijd met twee scheuringen is de weg gebaand voor het weer daadwerkelijke stellen van de Schrift zelf boven alle theologische en kerkrechtelijke leringen, die haar hadden toegesloten.
De profetische vrijheid is o.i. toen verworven voor het ongehinderd luisteren naar wat de Schrift zegt over het grote heil waarvoor de Here in deze tijd zo duidelijk de aandacht van Zijn gemeente vraagt, t.w. de vervulling van de christelijke hoop en toekomstverwachting in de naderbij komende terugkeer van Jezus Christus de Heer. De toerusting met dit heerlijke, tot het grote verlossingswerk van Jezus Christus behorend onderwijs, heeft het opgroeiend geslacht zeer nodig temidden van de toenemende spanningen van onze tijd. Het smartelijke banen van de weg voor het profetische Woord voor deze tijd, werpt licht op de zware weg die de Here met de gereformeerde kerken in deze landen is gegaan.
Over deze dichterbij komende vervulling van de christelijke hoop straks nog iets meer. Eerst echter over de laatste scheur in de gereformeerde kerken.

11) Hoe de spanning tot uitbarsting kwam

Een aantal feitelijke gegevens zijn te vinden in het Informatieboekje 1974 van de Nederlands Gereformeerde kerken, van de hand van prof. C. Veenhof. De gang van zaken was o.i. als volgt.
In het na-oorlogse vrijgemaakte kerkelijke leven met zijn vele kerkelijke procedures was de terugkeer naar de Schriften, die de kracht was geweest van de reformatorische beweging van de jaren '30, bijna geheel "uit het zicht verdwenen. In die gespannen situatie is een predikant van de grote vrijgemaakte gemeente van Groningen een samenspreking begonnen meteen synodale kerkeraad ter plaatse. Deze stap getuigde o.i. niet van inzicht in de kern van de spanningen in de vrijgemaakte kerken. De spanning werd veroorzaakt door enerzijds een willen leven bij de Schrift -zelf, met alle gebrek, en anderzijds een leven uiteen vrijgemaakte theologische en kerkrechtelijke gedachtewereld. Het verschil was zo moeilijk tot uitdrukking te brengen maar werd zo sterk ondervonden. Terugkeer naar de synodale kerken, die een terugkeer naar de Schriften zo tegenstonden, leefde niet in de vrijgem. kerken. Slechts door nood gedrongen zijn sommigen teruggegaan. De betrokken predikant is echter vanwege deze samenspreking door zijn kerkeraad, tegen het advies van, de genabuurde kerk in, met een geringe meerderheid, geschorst.
Deze schorsing heeft, na alle kerkelijke fasen te hebben doorlopen, de generale synode van 1964 te Rotterdam-Delfshaven bereikt, waar zij na stormachtige debatten, met 14 stemmen voor en 13 tegen, is goedgekeurd.
Tijdens de schorsingsduur hadzich rondom de geschorste predikant een zgn. "noodgemeente" gevormd. Deze gemeente is de andere vrijgemaakte kerken om hulp en voorbede gaan vragen.
Enige maanden later is door een aantal kerken, waaronder 19 predikanten, in een "Open Brief" aan de noodgemeenten hulp en bijstand toegezegd.
De Open Brief is o.i. een noodkreet over de gang van zaken in de vrijgemaakte kerken van vrijgemaakte broeders, ieder met zijn eigen zorg en visie. Een en ander is terug te vinden in de redactie van de brief. De ondertekenaars voelden zich echter allen gedrongen op te komen tegen de bijna tot vertwijfeling brengende ontwikkeling in de kerken, waarin een geestelijke strijd weer in een machtsconflict dreigde te ontaarden. Voor die noodkreet was moed nodig.
De Open Brief waarschuwt tegen een roemen in de vrijmaking en het ware kerk zijn. Zij wijst een bepaald "vrijmakingsgeloof" af, omdat het hart daarin licht wordt afgetrokken van het vertrouwen op Jezus Christus en gericht wordt op het vertrouwen op menselijke ideeën.
De vrijmaking komt daardoor op een verkeerde plaats te staan.
Deze kritiek op het vrijmakingsgeloof, die een uiterst gevoelige plek in het vrijgemaakte leven raakte, bevatte echter zinsneden die voor tweeërlei uitleg vatbaar waren en in de. vertrouwenscrisis van die dagen als een tekort aan zicht op de diepte van de kloof met de synodale kerken en als een heil zien in overleg en gesprek konden worden uitgelegd. Dat is dan ook gebeurd, hoewel de ondertekenaars nadrukkelijk stelden dat zij een "goed vertrouwen op onze Here Jezus Christus hebben met betrekking tot de daad der vrijmaking die zij in 1944 stelden in gehoorzaamheid aan Zijn geboden" en zij erkenden "dat deze gehoorzaamheid door de Heilige Geest in hen werd gewerkt, die hen de ongerechtigheid in het kerkelijk handelen van toen deed zien en hen de kracht gaf er mee te breken".
Het kiezen voor of tegen deze brief is in de strijd die volgde tot het sibbolet geworden met behulp waarvan de vrijgemaakte kerken in de jaren '60 uiteen zijn gescheurd.

12) Hoe de scheur zich voltrok

De scheur is als volgt tot stand gekomen. De generale synode van 1967 te Amersfoort besloot, nadat zij reeds was geconstitueerd, na een langdurig en bewogen debat, een van haar leden, afgevaardigd door de kerken van Noord-Holland, wegens zijn ondertekening van de Open Brief, alsnog als lid van de generale synode uit te sluiten. Deze uitsluiting was gebaseerd op een zodanig beredeneerde uitlegging van de Open Brief dat haar inhoud de belijdenis disputabel stelde en per consequentie de ondertekening van de Open Brief een "onaanvaardbare tegenstrijdigheid" met de instemming met de belijdenis kon worden genoemd.
Dit synodebesluit veroorzaakte grote ontsteltenis in de kerken.
De ondertekenaars van de Open Brief verwierpen unaniem haar uitlegging door de synode als een misduiding.
De particuliere synode van Noord-Holland heeft daarop, in een driedaagse bespreking van de uitsluiting van een van haar afgevaardigden, uitgesproken dat de "onaanvaardbare tegenstrijdigheid" tussen het instemmen met de belijdenis en de ondertekening van de Open Brief, als ook de uitspraak dat een ondertekenaar van de Open Brief "uit kracht van de belijdenis der Waarheid" niet als lid van de synode kon worden ontvangen, moest worden verworpen als ongegrond en onbewezen. Zij vroeg de generale synode op haar besluit terug te komen.
Hierop heeft de vrijgemaakte kerk van Wormerveer en daarna ook die van Koog-Zaandijk, uit het ressort Noord-Holland, in een brief aan de generale synode meegedeeld, dat door de aantasting van de credentiebrief van de kerken van Noord-Holland, in de uitsluiting van een van haar afgevaardigden, zij zich niet meer op genoemde synode vertegenwoordigd kon achten en de besluiten van de genoemde synode voor haar geen kracht konden hebben.
Hier sprak het kerkrecht waarop de kerken uit' de Doleantie en de Vrijmaking van 1944 zich hadden beroepen, Generale synoden hebben geen macht in zich zelf, zij ontlenen die aan de plaatselijke kerken.
De generale synode heeft de brief van Wormerveer en die van Koog-Zaandijk voor kennisgeving aangenomen.
Echter, het veel gezag hebbende kerkelijke blad "De Reformatie" heeft dit niet gedaan. Een hoogleraar betoogde daarin met grote klem dat de beide kerken met hun uitspraak alle kerken die zich in de genoemde synode vertegenwoordigd achtten, aan de kant hadden geschoven. Gelovigen, die gereformeerd wilden blijven, behoorden achter kerkeraden die hun gezag misbruikten, vandaan te gaan. Dat was de weg naar christelijke vrede.
Daarmee was de zaak omgekeerd.
Niet de generale synode misbruikte haar gezag, de kerkeraden die er tegen op kwamen, deden het. Tegen deze de gemoederen opzwepende oproep tot scheuring rees verzet in de kerken en een aanklacht tegen de desbetreffende hoogleraar bereikte de generale synode. Deze heeft echter niet dit wegroepings-kerkrecht afgekeurd, maar de aanklagers geschreven om 's-Heren wil de beschuldiging van openbare scheurmaking terug te nemen, wat de aanklagers niet hebben gedaan. In diverse gemeenten ontstonden daarop acties tegen de ondertekenaars van de Open Brief.
In een aantal plaatsen werden weer ambtsdragers geschorst en afgezet.
Op andere plaatsen werden door enkele "getrouwe" ambtsdragers, zo nodig gewone gemeenteleden, de "getrouwe" gelovigen achter de "ontrouwe" kerkeraden weggeroepen en opgeroepen elders bijeen te komen. Waar klassikale vergaderingen de weggeroepen groepen erkenden, was de breuk gelegaliseerd. Twee emeritus-hoogleraren werd de toegang tot de senaat van de Theologische Hogeschool ontzegd, aangezien zij niet een zodanig enge binding door de generale synode aan de confessie konden aanvaarden, die haar in feite boven de Schrift stelde.

Zo zijn in de jaren 1967-1970 de vrijgemaakte kerken "binnen" en "buiten" het verband van de vrijgemaakte kerken ontstaan.
De Boze leek de oproep tot terugkeer naar de Schriften uit de Jaren '30 definitief te hebben uitgeschakeld.

(slot volgt)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief