Persschouw
1986-02-21
In "Kerknieuws" (thans onder eindredactie van B. van der Ros) stond een verslag van een tweedaagse konferentie van de Evangelisehe Alliantie, die in de maand januari te Dalfsen werd gehouden. Op de konferentie sprak o.a., Prof. dr K. Runia uit Kampen, die een referaat hield over de vraag: "Wat kunnen evangelischen van reformatorischen leren?"- Jaargang 30
- nummer 8
Onder het kopje: drempels leze we dan vervolgens in "Kerknieuws":
"Prof. Runia legde uit, dat de evangelische beweging uit drie lagen is opgebouwd. De onderste laag is de Reformatie en komt o.m. tot uitdrukking in de nadruk, die wordt gelegd op het onvoorwaardelijk gezag van de Heilige Schrift. De tweede laag is het piëtisme, wat blijkt uit het belang, dat gehecht wordt aan een persoonlijk geloof en een persoonlijke heiliging. De derde laag is die van de opwekkingsbewegingen van de achttiende en negentiende eeuw, tot uitdrukking gebracht in de sterke missionaire drang. Vervolgens ging hij in op de z.i. zwakke plekken bij de evangelischen.
Hij constateerde, dat evangelischen geen gemeenschappelijke theologie hebben, maar eerder enige aversie tegen wetenschappelijke theologie.
Dit wreekt zich o.a. door een gebrek aan zicht op de eenheid van de Schrift, wat leidt tot allerlei vormen van biblicisme.
Dit laatste manifesteert zich m.n. op het gebied van de eschatologie. De gereformeerde hoogleraar benadrukte, dat· we de Schrift vooral sámen moeten horen en sámen verstaan.
Prof. Runia waarschuwde verder voor teveel nadruk op het persoonlijke en eigen ervaringen.
De kerk is geen optelsom van losse gelovigen, maar de gemeenschap van Gods volk!
Daarom horen ook de kinderen erbij en worden zij gedoopt: God vervult zijn verkiezende liefde in de bedding vim het verbond.
Hiermee raakte de referent ook een andere z.i. zwakke plek onder evangelischen: het te weinig oog hebben voor het geheim van de verkiezing. Weliswaar gaat het om een gematigde vorm van Wesleyaans Arminianisme, maar ook daarin blijft er teveel afhangen I van de mens, die het heil aanneemt. Prof. Runia: "Maar ook mijn aannemen is Gods werk. Dat is juist ook de troost van de verkiezing; alles is aan Hem te danken en dus ligt alles in Hem ook vast!"
Tenslotte noemt de spreker dan de z.i. zwakste plek van de evangelischen; de leer van de kerk.
Hij sprak zelfs van de valse leer van het geestelijke, onzichtbare lichaam van Christus. Gelovigen horen thuis in de concrete en zichtbare gemeente. In die zichtbare kerk is een reveil, een reformatie nodig. Daartoe .zouden evangelischen hun geestelijke kracht moeten aanwenden, was de wens en hoop van Prof. Runia".
Het blijkt opnieuw, dat Verbond, ambt en kerk in geding zijn. Dat zijn drie belangrijke noties, die nooit verwaarloosd of geëlimineerd mogen worden.
In een zinnig gesprek zullen deze noties steeds weer onderdeel van de diskussie vormen. Welke steun we dan hebben te vragen en te verwachten van de evangelischen is mij niet helemaal duidelijk.
Zeer zeker hebben we een nieuw élan nodig. En wat dat betreft kunnen we het één en ander van de evangelischen leren. Maar het woord reveil ligt mij te zeer in de emotionele sfeer. Het is ook niet sterk belijnd.
De term reformatie heeft een duidelijke inhoud. Reformatie betekent immers terugkeer naar de oude vorm. Niet, omdat die vorm als zodanig het zou doen. Maar omdat die vorm beproefd is gebleken in de loop van de kerkhistorie als de vorm, die ontleend is aan en terugvoert naar de H. Schrift en de kerkelijke belijdenis.
We zijn overigens erg dankbaar voor de woorden, die Runia heeft gesproken. Hij aarzelde niet om op 'een gegeven moment te spreken van een valse leer.
Dat is niet meer "in". Maar we hebben er niets aan als we de zaken bemantelen met gemoedelijke woorden, die het hart van de kwestie niet raken. Een scherpe analyse tilt een diskussie op een verantwoord niveau.
En het is heel goed oog te hebben voor het geheim van Gods verkiezende liefde. Het woord liefde wil ik zeker in dit verband onder geen enkel beding missen.
Het is de taal van de Bijbel! En als we daar geestelijk ingroeien zullen we vanzelf gaan verstaan en ervaren, dat er inderdaad genade voor nodig is om genade aan te nemen. Dat is onze troost!