Pastorale notities

1986-02-28
  • Jaargang 30
  • nummer 9
Prentbriefkaarten bedoel ik.
Dominee roept ons in het kerkblaadje op, om aan een aantal zieken, die hij noemt; een kaart te sturen. Als teken van meeleven.
Een kleine moeite, maar zo'n attentie betekent veel, in het ziekenhuis of thuis.
Dat doen we dan natuurlijk.
Maar laten we geen kaart kiezen met een bijbeltekst erop gedrukt.
Ik zou dit een onbelangrijke zaak gevonden hebben, als ik niet in het verloop van betrekkelijk korte tijd vier keer geconfronteerd was met mensen, die zeiden dat ze aan zulke kaarten een hekel gekregen hebben. Een vrouw. die al jaren lang met "m.s." ligt, heeft al vele honderden kaarten en brieven ontvangen, maar die kaarten met een voorgedrukte bijbeltekst kan ze niet meer zien. Een andere vrouw, ze is al in de vijftig, heeft een labiel zenuwgestel en ze is kinderloos. Dat laatste blijft ze als verdriet meedragen.
Ze laat me op haar verjaardag een kaart zien, die ze "uit de gemeente" ontvangen heeft. Er staat een bijbeltekst op afgedrukt: "Zou voor den HEERE iets te wonderlijk zijn?" Dat is gezegd in verband met Sara, die alsnog een kind krijgen zou. Een ander, wat gemelijk van aard en vaak van slag en ziek, vindt dat ze met bijbelteksten "bestookt"
wordt en bij een vierde is een soortgelijke irritatie.
Nu kun je uiteraard meteen zeggen, dat dergelijke mensen zich "aan het Woord stoten" en zichzelf herzien moeten. Maar ik geloof dat er aan dat drukken van bijbelteksten op ansichtkaarten een armelijke Schriftbeschouwing ten grondslag ligt.
Gods Woord moet vertèld worden.
Verkondigd. Het is een verhaal. De éne zin zit aan de andere vast en hangt van de vorige en de volgende af. Je kunt niet een tekst lospellen uit het geheel, zonder de inhoud te verschralen. Het is te vergelijken met een anthraciet-haard. De kooltjes gloeien prachtig en geven warmte. Uit de vultrechter vallen voortdurend nieuwe kolen neer op het yuur en de uitgebrande zakken weg naar de aslade. Een "losse" wordt weggehaald.
Het kooltje gloeit nog eventjes na maar is binnen een minuut een brokje as geworden, een sintel: dood en koud. Daardoor valt zo'n voorgedrukte tekst vaak verkeerd. De Schriftwoorden worden dan niet gesproken in een gesprek van God met ons, of tussen ons onderling.
Daarom, als er nog zo'n stapeltje ansichtkaarten met bijbelteksten in de doos ligt, met de andere kaarten die nog verzonden kunnen worden, geef ze aan de kleine in de box. Die is er de gehele middag zoet mee. Pak zelf een stadsgezicht uit de doos en schrijf het adres erop van de zieke en doe je eigen hartelijke groeten erbij. Dat zal goed overkomen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief