Boekbespreking
1986-02-28
Een Christelijk Manifest- Jaargang 30
- nummer 9
door Francis A. Schaeffer, met een introductie van drs W. G. Rietkerk.
Uitg. Gideon, Hoornaar.
148 blz., prijs f 12,50.
Onlangs zat ik voor de t.v. te kijken naar een programma waarin de vader van een junky geïnterviewd werd die een boek over de hulpverlening bij drugsverslaving geschreven had vanuit de ervaring die hij daar zelf mee had opgedaan. Deze man zelf geen christen - had het op gegeven ogenblik over het 'dogma van de vrije wil' waarin die hulpverlening verstrikt zat. Dit dogma maakt het stelselmatig onmogelijk, zo vond hij, dat in bepaalde situaties een heilzame dwang tot afkicken wordt uitgeoefend.
Elke behandeling kan afstuiten op de vrije (on)wil van de betrokkene hoe zwak die ook zonneklaar blijkt. De vader beklaagde zich daarover. Inderdaad ondervindt de samenleving op dit en nog veel meer andere punten de schadelijke gevolgen van de humanistische afgodendienst aan de vrije wil. Het komt de maatschappij in materieel en geestelijk opzicht duur te staan dat ze gaandeweg meer op humanistische leest geschoeid wordt.
Wat dit voor de wetgeving in onze westerse landen betekent, daarover met name gaat het in het hier besproken boek van de publicist Francis Schaeffer, die in onze kringen zeer bekend en geliefd geworden is vanwege het I'Abri-werk. Het is dan ook de Nederlandse l'Abri-man drs W.G. Rietkerk die meteen uitvoerige introduktie het boek bij ons inleidt en aanbeveelt.
Schaeffer signaleert in de naoorlogse wettenmakerij een verschuiving van een christelijke naar een humanistische levensbeschouwing.
Hoewel hij zijn beschrijving voornamelijk aan de Amerikaanse wetgeving ontleent, zegt hij toch ook voor ons Westeuropeanen zeer behartenswaardige dingen. Goeddeels immers loopt de ontwikkeling ten onzent parallel met die aan de overzijde van de Atlantische Oceaan. Dat laat Rietkerk ook duidelijk zien in zijn inleiding.
Achtereenvolgens worden door de schrijver de zedelijkheidswetgeving, de afbraak van het gezin en de legalisering van niet-huweIijkse samenlevingsvormen, de abortus en de onderwijswetgeving genoemd. De ontwikkeling op al die gebieden iaat zien, zo zegt hij op pag. 27, dat er een soort aardverschuiving gaande is: wèg van een wereldbeschouwing die op (soms onbewust overgenomen) christelijke principes gebouwd was naar iets totaal anders, namelijk een levensbeschouwing die gebaseerd is op de idee dat de laatste werkelijkheid onpersoonlijke materie is die haar huidige vorm gekregen heeft door een onpersoonlijk toeval.
Schaeffer geeft een analyse van de uitgangspunten van dit humanistische denken. Dat is precies ook zijn sterke punt. Terecht schrijft drs Rietkerk: "De kracht van Schaeffers boek ligt met name op dit ene punt dat hij zegt: wij houden ons bezig met details, maar wij zien veel te weinig de samenhangen de oorsprong van de problemen van vandaag" (pag. 16; vergelijkbare uitspraken op pp. 60 en 141). Inderdaad kennen wij Schaeffer als de man van de visie en de grote lijn. Hij is geen vakwetenschapper maar schrijver van een hoog nodige verbindende tekst tussen de uit elkaar drijvende vakgebieden en levensverbanden.
Men mag zeggen dat, Schaeffer de alarmklok luidt in dit boek.
Opnieuw citeer ik uit het voorwoord van Rietkerk: "Ik zou dit boek van Schaeffer geen recht doen als ik niet ook dit element naar voren haalde. Met nadruk zegt Schaeffer: het moment is nabij dat we zullen moeten kieien voor burgerlijke ongehoorzaamheid" (pag. 20). Deze bewering wordt dan wel terecht afgegrensd tegen gevaarlijke misverstanden, maar dat neemt de ernst van waaruit Schaeffer schrijft niet weg. Hier valt ook te wijzen op. het woord 'manifest' in de titel. De schrijver zoekt met zijn boek duidelijk de publieke. en politieke aktualiteit.
Ik kan de aanschaf en de lezing van dit boek van harte aanbevelen.
Schaeffer is een helder denkeren een warme christelijke getuige. Zijn woorden steken je een hart onder de riem.
Als ik dan toch wat puntjes van kritiek mag noemen:
1. Te vaak spreekt Schaeffer mij van de 'joods-christelijke' traditie, 'of iets dergelijks. Een mijns inziens aanvechtbare term. Wat is bedoeld? Jodendom of christendom bij elkaar opgeteld?
Maar die verschillen te zeer dan dat je er een verbindingsstreepje tussen kunt zetten. Of is het Oude en het Nieuwe Testament bedoeld? Maar dat is Schrift, geen traditie. En de Schrift is noch joods noch christelijk; zij is Gods Woord. Schaeffer zou dit zeker beamen; hij gebruikt de term niet doordacht, is mijn indruk. Toch is het in een boek dat het humanisme bestrijdt een niet al te gelukkige term. Juist omdat het jodendom zelf een sterk humaniserende tendens heeft stelt het als bondgenoot in die strijd teleur. Dat merk je wel niet aanstonds bij de aangesneden ethische onderwerpen van dit boek, maar wel als je zoals schrijver bedoelt doorstoot naar de uitgangspunten.
2. Bij Schaeffers kritiek op het Constantijnse Tijdperk merk je dat de angelsaksen altijd wat meer 'constantijns' geweest zijn dan wij op het kontinent. Wat b.V. te denken van deze zin: "Wij "moeten het christelijke geloof niet in onze eigen vlag wikkelen" (pag. 130). Dat zullen wij niet zo gauw doen, maar de Engelsen met hun vlaggen in de kerk ....
3. Op pag. 79 lezen we: "Christenen vermochten niet in te zien dat de abortus-kwestie in werkelijkheid slechts een symptoom was "van een veel groter probleem. Het is geen probleem op zich". Ik zie die bredere samenhang wel, maar zeg toch: abortus is daarnaast óók een probleem op zichzelf. Als meisje zou ik er blij mee zijn dat in geval van verkrachting bijvoorbeeld tegenwoordig de mogelijkheid bestaat om zonder Ievensgevaar van de daardoor ontstane zwangerschap af te komen.
4. Om nog een punt van diskussie te noemen: naast het gerechtvaardigde en nodige protest tegen de ontkerstening van de samenleving moeten we niet verzuimen ons te bezinnen op een strategie die het ons mogelijk moet maken om ook een gesekulariseerde wereld optimaal te gebruiken tot Gods eer en het heil van de naaste. Er staan wat dat betreft woorden in het evangelie die om zo te zeggen 'de sekularisatie voorbij' zijn. Zoals: "Maakt u vrienden uit de onrechtvaardige mammon", of: "Weest getrouw in de omgang met het goed van een ander (= de overste van deze wereld)", Lukas 16: 9, 12. Ook de ontkerstende wereld staat ons ter beschikking.
5. Wat de Nederlandse vertaling betreft, die is goed te noemen.
Wel weet ik niet wat ik verstaan moet onder de uitdrukking 'op articulate wijze' (pag. 82) en de vertaling van 'form and freedom' met 'vorm en vrijheid' (pag. 35 e.v.) bevredigt mij ook niet geheel. Men zou het in dit verband zeer Engelse woord 'form' toch wel het beste kunnen weergeven met 'gebondenheid' of iets dergelijks.