Herinnering

1985-06-28
  • Jaargang 29
  • nummer 26
De "pastorale notities" moeten natuurlijk ook weer geen memoires worden, maar ik kan het nu toch niet laten om opnieuw iets op te halen uit m'n herinneringen aan West-Borneo. Kortgeleden deed ik dat al eens, met een verhaal over 'n condoleancebezoek en de geschiedenis van een oude Chinees. Het gaat me nu om Batoe. Over hem heb ik 'n jaar of dertig geleden een jeugdboekje geschreven, onder de titel "De generaal". Want die titel droeg hij, "panglima" Batoe.
In dat boekje vertelde ik dóór, wat hij me zo af en toe had laten weten. Hoe hij gevlucht was in z'n jongensjaren, omdat zijn kampong een koppensneltocht had ondernomen. Hoe hij ge: varen had als matroos en in het begin van de tweede wereldoorlog was teruggekeerd op zijn grote eiland. Daar op Borneo (Kalimantan) begon hij als leider van een bende partisanen de strijd tegen Japan. Later stortte hij zich in de politiek. Spreken kon hij, met luide stem. Voor de nationale partij van Soekamo. Hij maakte bij zijn kampong ruimte voor onze zendingspost; zijn vrouw ging geregeld bij ons naar de kerk. Zij en andere vrouwen kregen een band met onze kleine nederzetting, voor een deel via de wederzijdse kleine kindertjes, die met elkaar speelden.
Batoe zelf bleef afzijdig, en soms leek het erop alsof hij vijandig werd. Totdat hij op advies van een paar gelovige Dajaks een teken vroeg van God: als Dié zijn rijstveld bewaken zou tegen de apen, wanneer hij in de kerk zat, dan zou dit voor hem hetteken zijn dat de God van de Hollanders ook de God der Dajakt was. En de Here joeg 's zondags de apen weg van Batoe's ladang.
Toen sloot hij zich bij de gemeente aan. In latere jaren was er een terugval in het heidendom, maar let op zijn einde, Mijn vrouwen ik kregen een brief van ds Arend van Essen, die consulent is van de gemeente in Raèng.
Hij is zendeling van de Geref. Kerk (vrijgemaakt) in Drachten-Z.O., en toen hij van zijn reis naar Raèng weer thuisgekomen was, in Sintagi, schreef hij meteen een brief: "De Here heeft op 4 juni j.l. de panglima Batu uit zijn lijden verlost...ik kwam op die dag in zijn huis en schrok van de toestand van de oude baas, hij was haast onherkenbaar, maar helder van geest ... ik läs hem voor 2 Kor. 4 en 5 en zong uit psalm 103, gelijk het gras is ons leven; na mijn gebed antwoordde hij met luide stem Amen...ik was nog maar kort de deur weer uit of hij stierf. Het is een christelijk sterven geweest van een man die op het laatst duidelijk gekozen heeft. De dukun (priester-tovenaar, A.) wilde hij er niet bij hebben al drongen sommige kinderen erop aan. Op 5 juni, om twaalf uur 's middags is hij begraven; ik heb dat van het begin tot het eind meegemaakt. Nog eens 2 Kor. 4 en 5 gelezen. Op het houten grafkruis stond als jaar van geboorte 1909 en dat komt aardig overeen met wat u verteld hebt". Soms wordt gezegd: het leven hangt van toevalligheden aan elkaar. Een dag of wat voordat we deze brief kregen, had het boekje over Batoe op de huiskamertafel gelegen, want één van onze kinderen wilde het lezen. Je bent dan weer eventjes met zo'n geschiedenis bezig en mijn vrouw zei: wat zou ik graag weten hoe het nu met Batoe is.
Meteen was daar die brief. Zo kan een overlijdensbericht je nog goed doen. Als het verhaal van een overwinning vertelt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief