Waarom een koraalvoorspel?

1985-06-28
  • Jaargang 29
  • nummer 26
We zijn er allemaal mee vertrouwd dat - wanneer in de kerk een psalm of lied wordt opgegeven - de organist een voorpel speelt. Wat is de betekenis van zo'n koraalinleiding eigenlijk? Is dat een tijdvulling. om de zangers in staat te stellen de betreffende psalm op te zoeken? Is het een eeuwenoude traditie? Of is het koraalvoorspel functioneel, onderdeel van de eredienst, en dus aller aandacht waard?

Op alle drie vragen past een positief antwoord en wel in opklimmende mate. De reeds genoemde Constantijn Huygens bepleitte een koraalvoorspel: "om niet alleen de stemmen der gemeente, maar ook de harten der gelovigen voor te bereiden op de aanstaande heilige woorden". Is dat niet mooi gezegd? Natuurlijk moeten de kerkgangers, ook de langzame, de opgegeven psalm rustig kunnen opzoeken; de tekst doodopen en herkennen, en onderwijl zich de melodie inprenten.
Dit eeuwenoude gebruik dateert van 1637 en kan nog steeds nuttig zijn.

Ja, nuttig is een koraalinleiding: zeker wanneer daaraan de nodige aandacht wordt geschonken.
De organist; die naar wij hopen lang vooraf zijn liturgiebriefje 'Ontving, heeft de tekst' en de melodie van elk lied grondig bestudeerd. Het is immers zijn taak de harten der kerkgangers voor te bereiden op de aanstaan- de heilige woorden. Dat kan niet zonder zichzelf -voor te bereiden.
Nu, dan 'heeft hij de toonhoogte gekozen, die bij de tekst en zijn gemeente past: voor een boetelied past geen hoge toon, maar voor een lofzang zelfs een "verhoogde toon". Ook denkt hij zich het tempo in: voor een 'gebed neemt hij een rustige tijdmaat, die overeenkomt met de eerbied, welke in de harten leeft; voor een bekende Iofzang een iets frisser tempo; samenhangend met een ietwat versnelde polsslag.

De organist doet nog meer. Hij geeft in zijn voorspel als het ware een samenvatting van de tekst. De rust, die van het ene lied uitgaat, wordt weergegeven in klassieke gronddrieklanken. De spanning, welke een andere psalm uitdrukt, vindt haar weergave in meer samengestelde akkoorden en stemvoeringen. De klacht, waarvan een kerklied kan spreken, wordt gekleurd met mineurakkoorden, verlaagde intervallen en een trager tempo. De jubel, welke in veel psalmen de boventoon voert, kan met stralende akkoorden of juichende stemmen worden geschilderd. Zo wordt de stemming van de psalm de gemeente aangereikt. Zo worden de harten der gelovigen voorbereid op wat ze gaan zingen.

En dan de vorm van het voorspel. In de Angelsaksische landen speelt het orgel een ondergeschikte rol; daar is het eigenlijk een verlengstuk van het kerkkoor.
Dat koor draagt de samenzang. In zulk een situatie heeft het orgel zich te beperken tot het meest elementaire gegeven: het aanreiken van de toonhoogte en het tempo. Dit gebeurt dan ook door het spelen van de eerste regel, of de eerste twee regels, of de eerste en de laatste regel van het lied.

In de Nederlandse kerken, waar gewoonlijk geen kerkkoor beschikbaar is, krijgt het orgel een belangrijke rol. Toch doen onze organisten wellicht goed, iets elementairs van hun overzeese collega's over te nemen. Namelijk dat hun voorspel in de eerste plaats de melodie der psalm in herinnering brengt: door een of twee beginregels, of de eerste en de laatste regel te spelen. Dat kan in simpele vierstemmige zetting, maar ook in een kunstvorm. Voor een onbekend lied kan natuurlijk de hele melodie duidelijk verstaanbaar worden voorgespeeld; het maakt de gemeente ermee vertrouwd. Voor een zeer bekend lied kan een fugato goede diensten bewijzen. Een fugato is een korte orgelvorm, waarbij het thema enkele keren, door diverse stemmen, graag op diverse toonhoogten, wordt aangereikt. Het is alsof elke koorstem zijn inzet krijgt aangegeven en wanneer de onderscheidene stemmen elkaar hebben begroet vinden ze elkaar in een gemeenschappelijk slotakkoord, dat de gemeente op de juiste inzet plaatst.
Veel psalmwijzen verdragen ook een canonische behandeling goed. Psalmwijzen zijn zo kneedbaar als was. Wanneer bijvoorbeeld een melodie in extenso gespeeld wordt en (als door een schaduw) op de voet wordt gevolgd door eenzelfde melodie, nu een, octaaf (of andere interval) hoger of lager, dan wordt het effect verdubbeld, Zoals sommige reclames met hun schaduwletters diepe indruk maken, zo is een melodie in canon sterk suggestief. De canon brengt een "tweede getuige" ten tonele, waardoor deze zaak buiten twijfel gesteld wordt. Ook wie niet muzikaal gevormd is neemt dit onbewust op.
Intussen, zal het duidelijk zijn, dat de organist niet maar een "stukkie" speelt, maar de gemeente een psalm, een lied, aanreikt. Wie op dat ogenblik nog niet weet 'hoe hij moet inzetten, of welke wijs er gezongen gaat worden, heeft zijn aandeel in de kerkzang verspeeld, En heeft de organist werkelijk vooraf een "stukkie" gespeeld, dat met de zang geen verband hield, dan heeft vooral ,hij zijn aandeel in de gemeentezang verspeeld.

Tegenover de koraalinleiding staat de koraalafsluiting. Deze is de symmetrische tegenhanger van de eerste en helpt de lijst vormen, waarin de zang wordt gevat.
Weer geldt als uitgangspunt het eenvoudigste gegeven, dat van de koorzang wordt afgeleid: de lang aangehouden slottoon. Zo schreven het de oudste 'kerkboeken trouwens. Heeft de gemeente geen lange adem, dan kan de organist een slotakkoord aanhouden.
In de Schotse liturgie (en wees nu niet bang dat ik kwalijke ideeën van buitenlandse oorsprong introduceer: de contacten van onze vaderen met de Schotse kerken hebben de Nederlandse kerken veel winst opgeleverd) in de Schotse liturgie wordt elk lied, elke psalm, elke parafrase, afgesloten met een "plagale cadens". Een plagale cadens wordt gevormd door de eerste toontrap (waarop het lied sloot),gevolgd door de drieklank op de vierde toontrap en afgesloten door wederom de eerste toontrap. Dat klinkt ingewikkelder dan het is, Zie maar naar het voorbeeld (zie afbeelding).

In Schotland hebben we die plagiale cadens, waarop 'amen' gezongen wordt, beperkt tot de psalmen en parafrasen. Bij de hymns wordt die weggelaten, om een dode sleur te voorkomen. Niettemin zingen Schotten de cadens als die gespeeld wordt, tot de laatste tel met 'amen' mee.

Een organist kan meer doen. Hij kan natuurlijk een breed slotakkoord geven. Maar hij 'kan ook een simpele tot kunstzinnige slotcadens leveren. Hij kan bij voorkeur, terwijl hij de slotnoot in het pedaal vasthoudt, in de bovenstem(men) een samenvattend motief geven, bijvoorbeeld een herhaling van, de slotregel. Ps. 36 biedt zulk een herhaling, Daarbij kan dat motief zelfs in een contrasterende toontrap staan zodat de "plagiale cadens" wordt ingebouwd; zie ps. 135. En de herhaling van de inzet vindt u bij ps. 34.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief