Leven uit genade

2011-05-13
  • Jaargang 55
  • nummer 10
In Opbouw 8 bepleitte Andy Beeftink meer aandacht voor het belang van het belijden van zonden in het pastoraat.
We weten dat het ‘moet’ net zoals het vergeven van wie ons kwaad heeft gedaan. Maar ‘willen’ we dat wel? De weg van moeten naar willen loopt via de genade. Over ‘kunnen vergeven’ als genadegave.

Het artikel van Andy Beeftink raakte mij. Het raakte mij, omdat het de vinger op een echt wezenlijke en vaak ook zere plek legt van de gelovige.
Ongemerkt dwaalden mijn gedachten tijdens het lezen terug naar al die pastorale gesprekken die ik in de loop der jaren heb mogen voeren.
Boeiende, ontroerende maar ook moeilijke ontmoetingen waren het.
Toch zaten er weinig bij waar het concreet over nog onbeleden zonden ging: onbeleden naar God en/of naar een ander toe. Mijn gedachten gingen verder. Hoe zou dat toch komen?
Wat is daar de oorzaak van? En zo lezend en mijmerend ontstond dit artikel.

Een verhaal schoot mij te binnen. Ik heb het weliswaar uit tweede hand, maar die is echt wel betrouwbaar. ‘Ik zal dat nooit meer bidden, dominee’.
Een dominee was op bezoek bij een broeder uit de gemeente. Een broeder die zich gekwetst voelde door een ander. En hij kon of wilde het niet opbrengen om die ander te vergeven.
Toen ging de dominee, pastoraal bewogen, met deze broeder het Onze Vader bidden. Hij stopte na: vergeef ons onze schulden… ‘Nu kan ik niet verder bidden, broeder. Ik kan nu niet bidden: zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was’. De broeder keek de dominee nadenkend aan en zei: ‘U hebt gelijk, ik zal dat zelf ook nooit meer bidden’.

Arglistig hart
Opeens schoot door mij heen: de essentie van dit verhaal, de moeite om een ander te vergeven, die ik kom wel tegen in het pastoraat. Broeders of zusters die zich gekwetst, bezeerd, gewond voelen door wat een ander hen heeft aangedaan. Door woorden en/of daden. Bewust of onbewust. Dat ter sprake brengen is blijkbaar makkelijker dan andersom. De opmerking: ‘Ik heb het wel vergeven, maar vergeten zal ik het nooit’ heb ik vaker gehoord dan mij lief is. Hoewel de toon waarop dit gezegd wordt natuurlijk wel heel wezenlijk is. Want er kan heel, heel wat gebeurd zijn in een mensenleven.
Er kan sprake zijn van onherstelbare schade en hoe zou je dat kunnen vergeten?
Maar soms hoor ik in die toon ook het koesteren van de ervaring, een verlangen om het niet te willen vergeten. Maar, vraag ik mij af, wat is dan de betekenis, de waarde van de vergeving? En, laten we eerlijk zijn: ons gereformeerde hart kan arglistig zijn. Hoe vaak zou het onder ons niet voorkomen dat we elkaar zonden belijden en vergeven als een noodzakelijk iets, omdat het nu eenmaal moet, omdat het zo hoort. Maar niet van harte. Wat zou toch de oorzaak zijn, dat het belijden en vergeven van zonden in de christelijke gemeente zo moeizaam gaat?

Geen grenzen
Petrus vraagt aan Jezus: Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?
Ik denk dat hij zichzelf bij het stellen van deze vraag al enorm oversteeg.
Zeven keer, er zijn toch grenzen. En laten we eerlijk zijn: dat vinden wij toch ook. Tenminste, als ik eens rondkijk in mijn eigen hart en verder om mij heen. Maar Jezus leert dat er geen grenzen zijn aan vergeven. Dat het maar blijft doorgaan.

Mooi ideaal, maar vergeet het maar.
Dat lukt nooit, dat lukt toch nooit.
Kijk maar in de praktijk. Koude harten en hete hoofden komen ook in kerkelijke gemeente voor.

Genadegave
Het lukt inderdaad niet vanuit mijzelf.
Het kunnen vergeven is geen eigen prestatie. Het kunnen vergeven is een genadegave, werk van de Heilige Geest. En die gave heb je alleen en die kan alleen in je groeien, als je zelf leeft vanuit genade. Als je werkelijk ervaart dat je door Christus in de vrijheid bent gezet. Vrij van o.a. zelfhandhaving, eventueel ten koste van de ander. Dat je in vrijheid bent gezet waardoor je de ander lief kunt hebben, zijns ondanks.

Leven vanuit genade, dat is echt geloven dat je in Christus door God vol liefde bent uitgekozen, om voor Hem heilig en zuiver te zijn. Dat Hij ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd heeft om zijn kinderen te zijn tot eer en grootheid van zijn genade.
In Christus zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade die God ons in zijn overvloed heeft geschonken.
Wat een genade, wat een vergeving.
Ik raak elke keer weer enorm onder de indruk van deze geweldige belofte van God. Elke keer maar weer als ik de fout in ga, als ik diezelfde fout inga. Elke keer weer in Christus vergeven, als ik berouwvol weer bij Hem terugkom. Met het schaamrood op de kaken en een bezwaard hart tref ik bij de troon van de Genadige telkens barmhartigheid en genade aan.

Levenshouding
Naar aanleiding van Petrus’ vraag vertelt Jezus Petrus en de andere discipelen een verhaal. Het verhaal van een schuldenaar die op geen enkele wijze in staat is om zijn schuld te betalen en voor de rest van zijn leven in de gevangenis zal belanden. Maar door medelijden bewogen scheldt de koning hem die schuld zo maar kwijt. Wat een gebaar, wat een onverwacht geschenk. Zoals bekend weet de schuldenaar dit geschenk niet op waarde te schatten. Iemand die bij hem een betaalbare schuld heeft uitstaan, gooit hij ongenadig in de gevangenis.
Ja, en dan kan en wil de koning ook niet meer genadig zijn.
Deze gelijkenis geeft voor mij zo treffend weer dat je de ander alleen echt kunt vergeven, als je zelf ten volle beseft wat de jouw geschonken genade inhoudt. Wat dat echt voor jou betekent!
Dat je leven zo doordrenkt is van het uit genade en uit vergeving leven dat het steeds meer en meer een levenshouding wordt. Wanneer anderen ons iets aan doen - en echt, dat kan gemeen zeer doen - kijk, nee ga dan naar de troon van de Genadige.
Beleef het leven vanuit genade opnieuw, ga drinken uit die genadebron.
Vraag daar God om kracht, om bereidheid en Hij zal je helpen. Ook door de ander door Zijn ogen te leren zien. En geen misverstand: soms is aangedane leed zo groot dat het vergevingsproces jaren nodig heeft.

Van moeten naar willen
Als we zo steeds meer en meer vanuit genade leven beweegt het ‘zonden belijden’ en ‘elkaar vergeven’ van een moeten naar een willen. Van iets dat nu eenmaal moet omdat het zo hoort naar een steeds meer van harte willen omdat jouw leven steeds meer doordrenkt is van het uit genade leven. Dat we zonden kunnen belijden en elkaar kunnen vergeven, omdat wijzelf uit genade leven.

Ik mijmer nog even verder. Wat zou het mooi zijn dat het kenmerk van onze kerken niet alleen is dat wij eigentijds gereformeerd zijn, maar dat in ons omgaan met elkaar zichtbaar is dat we uit Genade leven en daardoor we elkaar van harte vergeven.
Omdat we in Jezus onze vreugde en de zin van ons bestaan vinden. Dat zo door dit in de ogen van de wereld a-normale gedrag Gods Koninkrijk zichtbaar wordt in deze steeds meer verwilderde samenleving. Wat zou het mooi zijn dat we met zijn allen het Onze Vader helemaal kunnen bidden, ook van dat wij vergeven hebben en ook dat zo Zijn Koninkrijk komt.

Op pad
Genoeg gemijmerd, ik ga op pad.
Met mensen praten over Gods genade.
Dan kan het niet anders, dan zal het ook over zonden belijden en vergeven gaan. En dan kan het niet anders dan dat we dat samen voor Gods troon mogen neerleggen en waar nodig met anderen gaan praten.

O ja, nog één mijmering, ter bemoediging: het kan ook zijn dat er zo weinig over vergeving wordt gesproken, omdat we de zonden echt vergeten zijn. Dat zou echt gaaf zijn!

Jan van Raalte is kerkelijk werker in o.a. de NGK Apeldoorn, Dalfsen en Hoogeveen

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief