Meedoen

2011-05-13
  • Jaargang 55
  • nummer 10
We zijn naar Gouda geweest om het Passie-spel te zien. Of eigenlijk: om deel te worden van de menigte die in het jaar van onze Heer 2011 het verhaal van dood en opstanding van Jezus wil meebeleven. Ik vind mensenmassa’s wat bedreigend.
Een menigte is makkelijk te manipuleren. Je kunt mensen ‘halleluja’ en ‘kruisig Hem’ laten roepen. En dat was ook de bedoeling. We zullen met ons allen eerst: ‘Barabbas’ dan ‘Kruisig Hem’ roepen. We hebben nog even de tijd om er over na te denken. Zeg ik nou als Petrus: ‘Dat nooit’? Zijn het de Joden, de heidenen die Hem kruisigden?
Ik zal meeroepen, besluit ik, niet hard, maar ik zal meedoen. Niet om de massa , maar om te beseffen dat ik aan de verkeerde kant sta in dit verhaal.
Als het zover is houd ik mijn mond.
Waarschijnlijk omdat in de hoek waar ik sta niemand echt mee roept. Bovendien de teksten van de liederen en het applaus na elk lied maken me tot toeschouwer, meer bewust van de entourage dan van de inhoud. Daar staat Barabbas, een kop groter dan de Jezus-figuur en het volk moet kiezen. ‘Barabbas’ klinkt het op het plein en dan ineens, naast me twee hoge stemmetjes: ‘Nee, nee Jezus!’ Twee meisjes, met paardenstaarten, die op hun tenen staan, armen in de lucht. Ik sla de handen als vanzelf voor mijn gezicht. Het raakt me. Hoe stonden de mensen die van Jezus hielden daar in Jeruzalem? Hadden ze het lef om iets anders te roepen? En de kinderen? In de tempel hielden ze, even eerder, niet op met hun hosanna’s tot ergernis van de priesters.

‘U begrijpt het niet’, zeggen de tienermeisjes in de jeugdinrichting wel eens. ’Natuurlijk kan ik zelf kiezen en zeggen wat ik denk. Maar soms…eigenlijk ook niet. Als al je vrienden…of als je verliefd bent…of als je je schuldig voelt en rot…’.
De volgende dag, voor de Goede Vrijdag-viering loop ik de lerarenkamer in van de school in de inrichting om te kijken of de meisjes die naar de viering komen zijn afgemeld in hun les. Leuke lui, die leerkrachten, met wie ik goed kan opschieten. ‘Tuurlijk wil zij naar Jeannette’ hoor ik achter mijn rug. ‘Die heeft koekjes bij de thee.’ ‘Ja, dat is een belangrijk geloof: koekjes.’ Er wordt gelachen. ‘Deze viering valt er niks te snoepen’, zeg ik weinig overtuigend.
Ik ga weer. Zowel hier als in de gevangenis is dat wat je altijd hoort: mensen gaan naar de dominee voor de koekjes, of voor andere weinig principiële motieven. Het steekt.
Het ís ook niet zo. Ik spreek zelden een meisje dat niet begint over bidden, geesten of geloof.
Misschien komen ze ook wel om een uurtje uit de les te zijn, of om met iemand te praten van wie ze niets hoeven, of om die aandacht alleen. En naar de kerkdienst komen ze vooral omdat anderen ook gaan. Sterker nog: soms vertellen ze dat ze wel wilden komen maar niet bij de groep weg durfden.
Koekjes krijgen ze op de groep ook wel.
Ik denk opeens aan die gedetineerde die regelmatig bij mij zat te huilen over wat hij verpest had. Ik hoorde hem tegen een bewaker zeggen dat ik zulke lekkere koekjes had. Dat hij daarom kwam. En omdat ik een vrouw was.
Ik zeg niks. Ik verdedig mezelf niet (heel nobel), ik verdedig het geloof niet (minder nobel).
Minstens drie keer is me dit al overkomen. Ik kan toch gewoon zeggen: ‘Misschien willen ze wel meer dan koekjes.’ Die kleine meisjes op het plein waren geen tieners en geen volwassenen. Die konden zich wat permitteren.

Jeannette Westerkamp is parttime justitiepredikant namens de NGK in Houten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief