Wat zoekt u de Levende bij de dode?
2008-03-14
Waar vind je, dat op Goede Vrijdag tientallen en honderden naar de kerk komen om daar de kruisdood van Christus te vieren? Met auto's en taxi's, waarbij kosten noch moeiten worden gespaard. Voor een kerkdienst, die minstens drie uur duurt en kan uitlopen tot zo'n vijf uur. Terwijl er op paaszondag bijna niemand in de kerk komt!- Jaargang 52
- nummer 6
Het is dichterbij dan u denkt, want als u komende week zou afreizen naar KwaZulu-Natal en in het weekend een van onze zendingskerken zou bezoeken, dan zou u zien, wat ik hierboven beschreef. Iets meer over dit verschijnsel, dat zeer verweven is met de Afrikaanse cultuur.
De 'levende doden'
U zult op zendingsavonden vast wel meegekregen hebben dat de cultuur van de Afrikaan een cultuur is die cirkelt rondom de (magie van de) dood.
Dr. J.J.F. Krüger - zendeling van de kerk van Leerdam - schrijft hierover: 'Men zegt dat een groot deel van de Zoeloecultuur en -denkwereld draait om de dood. Dit merken we ook rond Pasen. Het leven van de Zoeloemensen wordt vooral bepaald en aangestuurd door de voorvadergeesten (de amadlozi).
Wanneer iemand in je familie sterft, wordt hij of zij in de (onzichtbare) wereld van de voorvaderen opgenomen.
De Zoeloes geloven dat deze mensen niet echt dood zijn - ze noemen ze vaak de 'levende doden'.
Vanuit deze wereld van de voorvaderen, bepalen de 'levende doden' (die grote macht hebben) bijna het hele leven: verwekking van kinderen, seksuele driften, succes of mislukking in geldzaken, oogsten, ziekte en dood.
Alle aandacht van de nog levenden is daarom op het verleden gericht - op manieren om de 'oude mensen' (de gestorvenen) rustig en tevreden te houden. Worden de doden vergeten of door de nog levenden niet in ere gehouden, dan wreken ze zich door allerlei rampen en ellenden over de mensen te brengen. We zeggen daarom dat de Zoeloemensen vastzitten in het verleden en in de dood en de doden.' Deze manier van denken maakt deel uit van een levensbeschouwing waarin de kringloop van het bestaanopgaan, blinken en verzinken - centraal staat. We noemen dit het cyclische denken. Die voor ons ongrijpbare wereld van de 'levende doden', is voor de Afrikaan heel reëel. En alle aandacht die daarmee uitgaat naar de wereld van de 'levende doden', maakt dat de Afrikaan in het algemeen, en de Zoeloe in het bijzonder, leeft met zijn rug naar de toekomst. Hij is volledig gefixeerd op het verleden en de gevolgen daarvan voor zijn dagelijkse leven.
Het lijden van de mensen
Die aandacht voor de 'levende doden' wordt ook aangewakkerd doordat Afrika in steeds sterkere mate geconfronteerd wordt met de dagelijkse dood in allerlei gedaanten. In KwaZulu-Natal is dit vooral de dood, veroorzaakt door besmettelijke ziekten als aids en TBC. De gemiddelde leeftijd voor een Zoeloe is gedaald naar 41 jaar en in de komende jaren zal dit nog verder dalen. Deze dagelijkse confrontatie met de dood, doet de Afrikaan alleen maar meer beseffen dat dit leven zwaar en vol lijden en daarmee behoorlijk moeizaam is. Dit geeft hem de overtuiging dat er geen beter leven is dan een leven tussen de 'levende doden'.
Jezus Christus, de 'levende dode'
In deze cultuur en religieuze gedachtewereld wordt het evangelie van Jezus Christus gebracht. Voor een deel is dat het evangelie van de helpende en reddende mens, die al zijn aandacht geeft aan wat verloren en ellendig is. En deze mens in wie zich op Goede Vrijdag al het lijden van deze wereld samenbalt, gaat vrijwillig de dood in.
In de denkwereld van de Afrikaan betekent dit niets anders dan het binnengaan van de wereld van de 'leven-
de doden'. En dat betekent dan haast vanzelfsprekend dat Hij een bijna onbeperkte macht heeft om de mensen in al hun nood en vooral hun lijden in deze wereld te helpen en te redden. Aan deze gestorven Jezus Christus heb je wel degelijk wat!
Vandaar naar mijn mening de geweldige aantrekkelijkheid van Goede Vrijdag voor de Zoeloe in het bijzonder en voor de Afrikaan in het algemeen.
Maar bedenk wel: nog steeds met de rug naar de toekomst!
En Pasen?
Ik laat weer even dr. Krüger aan het woord: 'Heel jammer is het dan dat de opstanding van Jezus, en de veel grotere macht van Jezus als opgestane Heer en de Koning van alle dingen, niet echt doorslaat in het leven en in de gedachten van onze mensen. Het idee van een opstanding uit de dood is absoluut vreemd voor de mensen.
Misschien vinden ze het ook niet zo nodig - de dood is niet zo'n verschrikking voor de Zoeloes als voor westerse mensen. Het beste leven vindt je immers pas tussen de voorvaderen!
Waarom zou je dan ook willen terugkeren naar dit leven? Verder zien ze in dit leven niet zoveel van de mooie dingen die wij als gevolgen van de opstanding van Jezus verkondigen: nieuw leven, verbreking van de macht van de dood, het rijk van Jezus in deze wereld. De Jezus tussen de voorvadergeesten kan dit alles net zo goed als 'levende dode' doen als wanneer Hij opgestaan is. Waarom dan zo moeilijk doen over zo'n onbegrijpelijke belijdenis dat Hij ook opgestaan is?'
Vragen
Ik denk dat hier nu anderzijds ook met de vinger naar onszelf als westerlingen gewezen moet worden. De Amerikaanse filosoof en theoloog Thomas Cahill schreef een boek met de titel 'Dankzij de Joden' (The gifts of the Jews). In dit boek probeert Cahill duidelijk te maken dat de westerse wereld dankzij de Joden - lees: dankzij het geloof in een levende God - het bij de mens vertrouwde cyclische denken heeft ingeruild voor het lineaire denken en welke gevolgen dat heeft.
Cahill schrijft heel optimistisch over het lineaire denkpatroon dat dankzij de Joden in ons als westerlingen heeft postgevat, maar ik geloof niet dat dit ook helemaal werkelijkheid is. Is ons wereldbeeld werkelijk open naar Gods toekomst? Geloven wij werkelijk dat Pasen meer is dan Goede Vrijdag (Romeinen 8) en dat wij leven in het kielzog van een Overwinnaar die bezig is alles aan Zich te onderwerpen en tenslotte de dood (1 Korintiërs 15)? Of staat het leven met Christus ten diepste toch buiten de werkelijkheid van ons dagelijks bestaan? Leven wij zelf niet ook weer in twee werelden: die van de werkelijkheid van ons bestaan en die van een leven met God in eeuwigheid?
Is het voor ons daarom ook niet moeilijk om afscheid te nemen van dit voor ons zo vertrouwde en goede leven met veel minder lijden dan het leven voor de Afrikaan? Ons sterven is toch een doorgang in het eeuwige leven, waarbij ik al het onvolmaakte loslaat en alleen het onvergankelijke en volmaakte overblijft? Zo 'rechtstreeks' is ons sterven.
Van de Franse geleerde Pascal (1623-1663) is de volgende uitspraak: 'Het verleden is onherroepelijk voorbij. Het heden is maar even; want bij de volgende ademhaling is het heden al verleden.
Van de toekomst gaat verwachting uit. De toekomst is doel en geeft aldus hoop. Terwijl de dood de enige zekerheid is, beduidt de vraag naar de toekomst de vraag naar het zinvolle en ware leven.' Dat is voor de Afrikaan, maar ook voor ons de moeite waard om te overdenken, zeker in deze tijd van het kerkelijk jaar.
Ds. Daan Fijan is predikant van de Nederlands Gereformeerde kerk van Wapenveld en ambtelijk secretaris van de Nederlands Gereformeerde Zendingsvereniging Nqutu.