Een wonder zien op maandagochtend

2011-05-13
  • Jaargang 55
  • nummer 10
Ik hoef u niet te vertellen dat ons kerkverband breed is. De ene NGK('er) is de andere niet. Het is de recente geschiedenis die licht werpt op de huidige stand van zaken en laat zien waarom de plaatselijke zelfstandigheid het typische is van de NGK. Samen met andere ook al heel verschillende NGP-studenten volgden we het vak ‘Nederlandse kerkgeschiedenis van de 20e eeuw’. Dat is zeker geen straf, zelfs niet op maandagochtend.
Al horende en pratende over kerkvisie (is er iets als een zichtbare en onzichtbare kerk?), doopvisie (met termen als ‘veronderstelde wedergeboorte’) en kerkrecht (wat is de verhouding synode – kerkenraad?) komen we tot de kern.
We ontdekken dat er bij de Vrijmaking en de breuk in de jaren ’60 vooral onenigheid ontstond over de binding aan bepaalde leerstukken en de toepassing van het kerkrecht.
Logisch dus dat de Nederlands Gereformeerde Kerken de nadruk hebben gelegd op plaatselijke zelfstandigheid.
Tegelijk werd het ons duidelijk dat de gemeenschappelijke basis van de NGK vooral ligt in de gemeenschappelijke geschiedenis.
Kijkend naar de toekomst rezen er daarom her en der vraagtekens. Kan een kerkverband waarbinnen de meningen en visies op zaken als vrouw in het ambt, de kinderdoop, kinderen aan het avondmaal en praktiserende homo’s in het ambt nog wel langer voortbestaan? Met de kerkelijke historie in het achterhoofd is het bijna een wonder dat we nog bij elkaar zijn! Laten we vooral daarom blijven kijken naar onze Heer en Heiland Jezus Christus, in de hoop dat Hij ons blijft binden als leden van zijn lichaam – en als NGK.

Janneke de Groot is theologiestudent aan de TUA en NGP.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief