Oud en Nieuw
2007-12-21
Waarom gaan we eigenlijk rond de jaarwisseling naar de kerk? In sommige gemeenten zowel op oudejaarsavond als op nieuwjaarsmorgen. Is dat niet teveel van het goede? Is het integendeel bedenkelijk als de Nieuwjaarsdienst ingeruild wordt voor een soort receptie?- Jaargang 51
- nummer 25
Met deze vragen begint een artikel van ds. J.H. Kuiper, in de Gereformeerde Kerkbode (Vrijgemaakt) van 23 november.
Hij vervolgt:
1. Het verschijnsel Oud- en Nieuwjaarsdiensten is betrekkelijk jong binnen de kerken. Het komt, net als de onderhouding van Goede Vrijdag, uit de negentiende eeuw. Het is ontstaan binnen de hervormde kerk, waar de behoefte groeide om het jaar samen met de gemeente en God af te sluiten en te beginnen. Vanuit de afgescheiden kerken was er een sterk wantrouwen tegenover deze groeiende gewoontes.
2. Als je verder terugkijkt, dan kom je in de tijd van de Reformatie. Daar zijn twee bewegingen te onderscheiden: a. Een beweging, waarbij de kerken zo min mogelijk feestdagen wilden onderhouden.
Bekend/berucht is het verhaal over Calvijn die met Kerst over Deuteronomium preekte, vanwege de orde voor de preekteksten. Dit komt vanuit de ontdekking dat de gewone wekelijkse diensten centraal horen te staan.
b. Een andere beweging, waarbij men van de nood een deugd wilde maken.
De nood was dat mensen vrij hadden op die dagen (en op de tweede feestdagen).
Dit leidde tot allerlei uitspattingen die men wilde voorkomen via kerkdiensten. Zo ontstond er in later tijd een sterke aandrang om op de eerste dag van het nieuwe jaar toch maar het feest van Christus’ besnijdenis te vieren. Dat was dus een andere Nieuwjaarsdienst dan die wij kennen.
Vanuit deze beweging valt het te duiden dat de synode van Dordrecht 1618/’19 een aantal feestdagen ter onderhouding voorschreef.
3. Bij de herziening (binnen de GKV, mhtb) van de kerkorde in 1978 is wel de Goede Vrijdag in de kerkorde terecht gekomen, maar niet de Oud en Nieuwjaarsdienst. Dat was met opzet: door alle bijzondere diensten moeten de ‘gewone’ van elke zondag niet in gedrang komen. Dat is een aansluiting bij de beweging vermeld onder 2a. Op de synode van 1969/’70 was er zelfs een voorstel om ook de huwelijksdiensten af te schaffen en de bevestiging naar de zondag te verplaatsen. Dat stond in het kader van het waken voor - men gebruikte zware woordeneigenwillige godsdienst. Waar is het op gebaseerd dat je de gemeente doordeweeks kunt samenroepen voor een eredienst?
In zijn massiviteit geen sterk argument, maar wel een signaal om niet te vanzelfsprekend allerlei bijzondere diensten te beleggen. Om af te wijken van het gewone ritme van de zondag, heb je goede argumenten nodig. De situatie rond Oud- en Nieuwjaarsdiensten is dus dat het beleggen daarvan in de vrijheid van de kerken ligt.
4. Cijfers over het voorkomen van Ouden Nieuwjaarsdiensten heb ik niet.
Soms beleggen kerken op beide dagen een kerkdienst, soms wordt alleen een jaarwisselingdienst belegd. Ik heb wel de indruk dat er steeds meer gekozen wordt voor het laatste. Soms afwisselend: het ene jaar op oudejaarsavond, het volgende jaar op nieuwjaarsmorgen, al dan niet gecombineerd met een nieuwjaarsreceptie. () 5. Ga je dan overwegen wat verstandig is, dan komen er een paar dingen bovendrijven: a. De eredienst van elke zondag blijft het voornaamste. () Een kerkenraad moet er ook voor waken dat alleen al door de opeenstapeling van kerkdiensten de aandacht bij predikant en gemeente verslapt. Met een tiendaagse veldtocht is niemand gebaat. Niet het vele is goed, maar het goede is veel. Afgelopen jaar viel het allemaal erg mee, maar nu Kerst en de jaarwisseling midden in de week vallen, is dat echt een punt om op te letten.
b. De behoefte om het jaar met God af te sluiten en te beginnen is prachtig. Hij is echter gegroeid in de negentiende eeuw in een kerkverband, waarbij het mogelijk was ‘op wieltjes’ kerklid te zijn. Dat verklaart het wantrouwen van de afgescheidenen tegenover het toen betrekkelijk nieuwe verschijnsel. ‘s Zondags blijven ze thuis, maar op die Oudhoogtijdagen zie je ze wel verschijnen.()
c. Voor je echter iets afschaft, moet je heel goed nadenken. Denkend aan het voorstel uit 1970 om de huwelijksbevestigingen naar de zondag te verplaatsen: niets op tegen, maar in de tijd waarin we leven, zou het geen goed signaal zijn. Je geeft een liturgische mogelijkheid weg. () Liever dan voor afschaffen zou ik daarom kiezen voor een goede invulling van een samenkomst als gemeente. ()
d. Een aantal mogelijkheden: - In feite is het een soort bid- en dankstond. Laat mensen meedenken en eventueel meedoen in de dienst van de gebeden.
- Er zijn kerken waar in de Oudejaarsdienst de broeders en zusters herdacht worden (en met name genoemd) die in het betreffende jaar overleden zijn.
- Het is een goede gelegenheid om met elkaar vooruit te kijken, je vertrouwen in de God van de toekomst uit te spreken.
() Elk jaar brengt ons dichter bij de terugkomst van Christus en de definitieve afrekening met het kwaad.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.