Doorstrepen en opnieuw beginnen

1986-03-07
  • Jaargang 30
  • nummer 10
Wanneer Galilei in het voetspoor van Copernicus, werkelijk had aangetoond dat de zon stilstaat en dat de aarde daar in grote vaart om heen cirkelt, zou hij de mensheid een dienst hebben bewezen.
Dan zou hij een duizenden jaren oud misverstand hebben opgehelderd.
Misschien ook hadden wij christenen dan wel aanvaard, dat de Bijbel zich wat onbeholpen heeft uitgedrukt. Wat, misschien?
Wel zéker zouden we! We hebben het immers aanvaard, en nog wel zonder enig geldend bewijs.

Want als het puntje bij het paaltje komt heeft Galilei niets bewezen.
"Geen enkel fysisch experiment heeft ooit bewezen, dat de aarde werkelijk in beweging is", zei Albert Einstein. Galilei heeft alleen de algemeen geldende filosofie over het hemelruim, de kosmologie zogezegd, weten om te krijgen. En daarin was hij de eerste niet, en de laatste evenmin.
Want de geschiedenis van de kosmologie is er een van doorstrepen en opnieuw beginnen.
Wat is immers het geval? Het hemelruim wordt door de mens nauwlettend waargenomen.
Zoals Abraham zijn ogen gebruikte, de Chinezen hun gradenboog, Galilei zijn verrekijkers en latere geleerden hun telescopen en electronische apparaten, zo sturen we vandaag satellieten naar boven, die nauwkeurig rapporteren wat ze waarnemen.

Het hemelruim wordt doorgelicht... voor zover we het kunnen bereiken. Maar dat is niet ver.

En daarna begint de moeizame arbeid van het catalogiseren der verschijnselen en het zoeken naar verklaringen. De kosmografie (= beschrijving van de kosmos) gaat over in kosmologie (filosofie van de kosmos). Die kosmologie gaat uit van gecontroleerde verschijnselen en ontwerpt een theorie, over wat er vermoedelijk gaande is. En nu schiet de mens te kort: want bij elke verklaring van waargenomen verschijnselen komt een aantal veronderstellingen te pas, die onbewijsbaar zijn. Het is net als met de theologische veronderstelde wedergeboorte: je loopt altijd vast omdat je geen houvast hebt.

Zo hebben geleerden de eeuwen door elkaar afgelost: hebben doorgestreept de denkfouten van hun voorgangers, om nieuwe en eveneens onbewijsbare theorieën in de plaats te stellen. Wetende dat ook een nieuwe theorie slechts de verschijnselen redt, maar verder een kort leven zal hebben.

De oorzaak? Om met zekerheid te kunnen zeggen wat er gebeurt in het hemelruim zouden we eerst een plaats in dat hemelruim moeten innemen, om van daar uit objectief waar te nemen en te concluderen. "Geef mij slechts een vaste plaats om op te staan", zei Archimedes 2222 jaar geleden, "dan zal ik de aarde bewegen". Maar er is in hemel en op aarde slechts één Persoon, die de schepping volkomen kan overzien. Galilei heeft met zijn theorie getracht, zich naast die Persoon op te stellen.
Darwin heeft later geprobeerd, die Persoon van het toneel te verwijderen.

De schrijver Wolter van der Kamp; geboren Kampenaar, dertig jaar geleden naar Canada geëmigreerd, heeft daar het christelijk onderwijs gediend en ontwikkelde zich als amateur-astronoom, sterrekundige. Leerling van wijlen ds G. Visee en overgegeven Schilderiaan, is hij al aan zijn taalgebruik te herkennen: degelijke zinsconstructies, speelse termen, pakkende betoogtrant, plezierige manier van uitleggen, waterdichte bewijzen en een reformatorische drang om recht te maken wat krom is.
Zijn boek is allerminst simpel (al weet hij moeilijke dingen eenvoudig te zeggen) maar wel voor de leek geschreven; zal u evenals mij pakken.

Wat hij publiceert (ik heb zijn boek twee maal geheel en eenmaal gedeeltelijk gelezen) is allerminst een slag in de ruimte; de schrijver weet van wanten, is de hele geschiedenis der kosmologie doorgekropen, en weet met gereformeerde (haast zou ik zeggen: met Kampense) nauwkeurigheid het zwakke punt in elke theorie aan te wijzen, daarbij verlicht door de Schrift.
Voorts - en dat vind ik persoonlijk het meest vermeldenswaard - blijkt hij een nederig christen, die zijn inzichten wil prijsgeven voor betere.

Maar de schrijver is onder ons (althans bij de oudere generatie) geen onbekende. Over de laatste oorlog schreef hij een boeiend dagboek "Jan Jansen in bezet gebied"; in de goede tijd van het Gezinsblad was hij er onder het pseudoniem Adriaan van Boven kind aan huis; ook vertaalde en berijmde hij een bundel kerkelijke liederen van Theodorus Beza en was psalmdeputaat; ook was hij de man die met moderne werkmethodes een concordantie op de NBG-vertaling ontwierp en uitvoerde. En wie dan bedenkt dat hij ruim dertig jaar Engels gesproken, geschreven, gelezen en onderwezen heeft, verbaast zich dat hij zulk een beschaafd en mooi Nederlands is blijven schrijven.

Dat Van der Kamp zijn theorie publiceert, wetende dat zijn voorgangers allen slechts tijdelijke erkenning ontvingen, is omdat hij twee pluspunten in het veld brengt, die tot nu toe niet telden. In de eerste plaats ziet hij het falen van vorige kosmologieën gelegen in het feit, dat men geen informatie van buiten de aarde gebruikte. Zonder deze informatie, dus met miskenning van de Schrift, lopen we vast met onze filosofie over de verschijnselen.

Het tweede pluspunt van de schrijver is zijn experiment met een speciaal ontworpen apparaat, dat onbetwistbaar het stilstaan van de aarde in de ruimte zou aantonen; waarbij een meting van lichtstralen in alle richtingen gemoeid is.

Deze dingen moeten we meetellen, voordat we hem verdenken van een wetenschap, die uit de Bijbel zou zijn afgeleid. Hij is een modern wetenschapsman, die waarneemt en de verschijnselen laat spreken. Maar nooit laat spreken tegen de Bijbel in, los van de Schepper.

Wat die twee pluspunten betreft: over zijn apparaat spreekt hij nauwelijks; pas wanneer het boek uit is geeft hij, in een aanhangsel, voor deskundigen nauwkeurige verantwoording van wat hij gemeten heeft. En wat zijn Schriftkennis betreft: in de vier hoofdstukken, waarin hij pleit voor de opvatting dat de zon om de aarde draait, gebruikt hij geen enkel argument uit de Schrift.
Hij blijft wat men noemt zuiverwetenschappelijk, al verwijst hij herhaaldelijk naar zijn komende verantwoording aan het slot. Die verantwoording vormt zijn vijfde en beste hoofdstuk; dat is in hoofdzaak voor zijn geloofsgenoten geschreven, met wie hij de geloofsgrond gemeen heeft, maar met wie hij een kwestie te behandelen heeft Deze kwestie: dat onze christenheid zich krampachtig vasthoudt aan de heidense kosmologie, in plaats van een lichtend licht voor deze duistere maatschappij te doen schijnen, Daarom bewaren we dit vijfde hoofdstuk voor een slotartikel.

Doorstrepen en opnieuw beginnen!
"Er zijn in de natuurwetenschap geen theorieën van eeuwigdurende geldigheid", zei de grote Einstein, waarmee hij afstand nam van zijn eigen beroemde theorieën. Elke theorie is gebaseerd op de fouten van een voorgaande. "Wat eens de wijzen als wijsheid verkonden, straks komt een wijzer die 't wegredeneert", schreef ds P. A. de Genestet.
Nu was De Genestet een uitzonderlijk objectief predikant. Maar de schrijver vond juist bij theologen vrijwel geen gehoor: "in het algemeen zijn zij geneigd aan natuurkundige hypothesen dezelfde onaanvechtbaarheid toe ie kennen, die zij voor hun dogmatische formuleringen opeisen, niet beseffende dat in feite zulke formuleringen ook slechts theorieën zijn over de waarheid, waarover zij het onder elkaar evenmin eens kunnen worden als de geleerden in wat voor tak van wetenschap ook". Deze zinnen zijn bepaald geen dolksteken naar onze ambtsdragers, eerder broederlijke ribbestootjes om hen wakker te maken en om hen het tegendeel te laten bewijzen.

Het hemelruim, door Kepler 300 jaar geleden nog als eindig verdedigd, werd sinds Newton als oneindig gedacht; maar sinds dertig jaar bestaat de conceptie dat het hemelruim uit een eindige, vierdimensionaal gekromde ruimte bestaat (hebt u dat?) en onder Einsteins relativiteitstheorieën zijn maten en tijden inkrimpbaar en zodoende onmeetbaar geworden. De aarde beweegt, zo houden velen vol; maar die beweging is onmogelijk te bewijzen, zeggen ze erbij.
En om nog enkele uitspraken te citeren: "Een stelling, welke de verschijnselen verklaart, is daarmee nog niet bewezen", sprak Thomas van Aquino; "De wetenschap is gebaseerd op onzekerheden.
Elke keer komt de verbazing, dat we tot nu toe verkeerd waren", Lewis Thomas.
"We zijn altijd, zo blijkt het, fundamenteel fout", zei dezelfde.
"Voor wie alleen feiten aanvaardt (en geen theorie) vallen alle sterrekundige boeken onder de ban. Er zijn geen pure waarneembare observaties van de hemellichamen. Sterrekundige metingen zijn zonder uitzondering metingen van verschijnselen, die plaats vinden in een aardse sterrewacht of station; slechts door middel van theorie worden ze vertaald in kennis van een zich daarbuiten bevindend heelal", zei A. S. Eddington.
Is dit boeketje aforismen genoeg om uw vooringenomenheid aan het wankelen te brengen? Dan gaan we in een slotartikel nog even door. En wel over de aspecten van godloosheid, evolutionisme, menselijke autocratie, inclusief abortus, euthanasie, genocide, en nog enkele verwordingsverschijnselen, die met, de leer van het heelal samenhangen.

(slot volgt)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief