Gerard Walschap (4)

1986-03-14
  • Jaargang 30
  • nummer 11
Het nu volgende werk kan gerekend worden tot de stroming die we het vitalisme noemen. Wat is dat? Aan het woord is al te zien dat het over leven gaat. En dan speciaal over het leven om het leven zelf, niet om het leven vanuit bv. christelijke waarden of om een christelijk idee uit te dragen. Eigenlijk gaat het de aanhangers van deze stroming alleen maar om de intensiteit van het leven. Zelfs de kwaliteit is daaraan ondergeschikt. Het leven behoeft dan ook niet genormeerd te zijn aan wat dan ook, behalve aan de mens zelf.

"Houtekiet"
Met dit werk is dus Walschap aangekomen in zuiver humanistische wateren. Het is dan ook in deze zelfde tijd, dat hij zijn' "vaarwel dan" toeriep aan de kerk. "Houtekiet" is de roman van Jan Houtekiet, een mythisch lijkende man. Vanwaar hij komt weet niemand, maar hij is zeer aanwezig in de wildernis achter "ons" dorp. En daarheen lokt hij een vrouw. En een andere vrouw volgt. En mensen die geen heil meer zien in een ordentelijk en geordend leven volgen ook. En zij die niet te maken willen hebben met opgelegde regels.
Br ontstaat een kolonie in de Wildernis, geheel op zichzelf, zich in niets storend aan de buitenwereld, zonder God en gebod.
Moord en doodslag zijn niet onbekenden overal in Deps, "ons” nieuwe dorp, ziet men kleine Houtekietertjes rondlopen. En Houtekiet zelf regeert met zwijgend overwicht, hij bedrijft het goede en het kwade met dezelfde gemoedsrust. Hij voert zijn strijd met de machten van de adel; het gerecht en. de kerken moet niets hebben van enige civilisatie.
Tot er iets gebeurt. Ook de dood doet zijn entree in Deps. Dan doet zich vooral bij de vrouwen de vraag voor of je iemand in ongewijde aarde begraven kunt.
"Onze stamvader begreep wel niet waarom het niet eender is waar men ligt". Maai hij liet het toch toe, dat de dode bij de kerk in gewijde grond begraven werd.
En later komt in Deps zelf een kerk, en Houtekiet bouwt mee; hij maakt zelfs de toren. En er verschijnt een pastoor, een "boerenpastoor" met begrip voor de mensen van Deps. Dat lijkt ondertussen steeds meer Op een normaal dorp. En als dan Lien, de vrouw met wie Houtekiet al zo lang leeft, ook met hem trouwen wil, dan wordt het hem te gortig en hij vertrekt. Pas na jaren keert hij weer. En hij, niet ontvankelijk voor liefde maar wel voor vrouwen, hij ontdekt dan toch nog de echte liefde, al is het te laat. En het dringt tot hem door wat hij verspeeld heeft.
Walschap heeft zich in dit boek het meest volledig uitgeschreven.
Hef wordt wel zijn beste roman genoemd. Dat is dan vooral vanwege de ideeën van humaniteit/ humanisme in deze roman. Houtekiet houdt er geen moraal op na, behalve die van hemzelf. Je vraagt je af: Waarom laat Walschap dan toch de kerk een steeds belangrijker rol in het Depser leven spelen? Waarom komen de pastoor, het kerkelijk huwelijk, de gewijde begrafenis op een steeds belangrijker plek?
Walschap zelf heeft eens gezegd: ,,(er) werkt in het boek mijn humanistisch principe dat de ware heiden, heraut van de vrijheid, zijn medemens laat en zelfs helpt leven zoals hij dat verkiest." Ziehier het humanistisch en tegelijk vitalistisch standpunt in een duidelijke notedop!
Om Walschap te leren kennen, kunt u niet langs dit boek heen.
Wat in de vorige romans reeds min of meer verborgen aanwezig was, is hier in het volle licht gesteld: de mens is niet onderworpen aan enig gezag dan aan dat van hemzelf - anderzijds ziet hij geen kans dit ideaal van geheel-zichzelf-zijn te verwezenlijken; de mens is pas volledig mens in een levensverband met anderen.

"Zuster Virgilia"
Twaalf jaar na "Houtekiet" verscheen "Zuster Virgilia": een prachtige, doorleefde roman. In de grond is Walschap niet veranderd.
Toch is hij in dit verhaal zo mild en begrijpend.
Eigenlijk is het wat verbazingwekkend dat hij, die ruim een decennium eerder op zo schampere wijze afscheid van de R.K.-kerk genomen had, nu zo begrijpend en zonder wrok en met verdraagzaamheid over die kerk kon schrijven.
Wat is het verhaal? In de Middeleeuwen werden ter lering van het gewone volk heiligenlevens geschreven. Die waren eigenlijk bedoeld als voorbeelden. Deze bedoeling had Walschap in het geheel niet. Hij meende in "Zuster Virgilia" aan te tonen, dat geloof en 'humanisme gelijkwaardig naast elkaar kunnen bestaan.

Het verhaal. De jonge Alberta van Caleken verzorgt na de dood van haar lieve moeder het molenaarsgezin op meer dan voortreffelijke wijze. Zij is haar broertjes en zusjes meer dan een zorgende zus. Als door de jaren heen die zorg van haar wordt afgenomen, treedt ze in het klooster. In prachtige beschrijvingen wordt de lezer ingeleid, niet alleen in het kloosterleven, maar ook in het "heiligen"-leven van Zuster Virgilia, zoals Alberta nu heet. Vooral de tijd van het noviciaat komt ons helder voor de geest te staan. Haar karakter door Walschap met tederheid en groot psychologisch inlevingsvermogen geschreven, leren we kennen: een -jonge vrouw, heel vroom, die in ieder ander meer ziet dan in zichzelf; iemand die zichzelf wegcijfert; iemand die in al haar eigen goede eigenschappen nog wel iets kwaads weet te ontdekken. Tenslotte doen zich aan haar verschijnselen voor, die erop wijzen dat ze een heilige zou kunnen zijn: de bilocatie - het op twee plaatsen tegelijk zijn -, de elevatie -het opgeheven worden -, de helderziendheid, de boetedoeningen, het wegkwijnen. Tenslotte sterft ze.
En rondom haar zien we de gehele familie. (Dit boek zou je ook best een familieroman kunnen noemen.) Daarin neemt haat: vader een voorname plaats in, verder zijn daar haar ooms, haar zusters en haar broers. Van die laatstgenoemden is Robert de oudste, hij is het die Walschaps ideaal onder woorden brengt. Robert is van zijn geloof afgedwaald en wil dat ook weten.
Hij verwoordt dat ideaal als volgt: "Zolang jullie mij uit den zeemzoeten hoge behandelen, zal ik jullie de rug toekeren. Zodra jullie bekennen, dat ik tot een wereldbeschouwing ben overgegaan die dezelfde rechten heeft als die van jullie, word ik wederom van ganser harte en zoals in onze beste dagen, je liefhebbende broer Robert." Hij houdt zielsveel van zijn oudste zus en is juist daarom zo verontwaardigd over haar zijns inziens onzinnig offerleven in het klooster, dat leidt tot haar dood.
Rond Zuster Virgilia staat de familie, verdeeld in twee kampen: symbool voor de onverzoenlijke tegenstelling tussen gelovigen en ongelovigen.
Maar in het boek komt ook Oom Steven voor, een man van invloed en van studie; een man.
die wel gelovig gebleven is, maar die het ideaal van Robert dicht nadert, want hij is vervuld van begrip voor de andere wereldbeschouwing.
Ik citeer uit 'een paar brieven van hem, eerst uit één, gericht aan Alberta: "Maar als Robert mij vraagt waarom ik geloof en of dat allemaal zeker is, dan moet ik nederig bekennen dat ik het wel weet en dat het zeker is voor mij, maar dat ik geen enkel argument heb dat hem kan overtuigen- - -

“….ik kan Robert geen enkel verwijt maken. Ik kan niet bewijzen dat hij zich vergist. Ik moet toegeven en ik doe dat met plezier, dat hij streng logisch redeneert en vermits ik niet kan bewijzen dat ik de waarheid heb mag ik geen hoge toon tegenover hem aanslaan. Het geloof is een genade, hij heeft ze verloren.
Misschien heeft God ze hem ontnomen en dan kan ik niet weten waarom. Misschien heeft Robert ze verbeurd door eigen schuld en dan mag ik daar niet over oordelen-- -

"Kindlief, gij eet graag zuurkool en kunt geen rode kool zien, Robert eet graag rode kool en kan geen zuurkool zien en ik eet graag zuurkool en rode kool."
Nu uit een brief aan Robert: "Er zijn gelovigen door opvoeding en gelovigen die nadenken.
Voor de eersten is het geloof vanzelfsprekend en taboe. Als dat dom is, is het dom van de Aziaat rijst te eten. Hij kan evengoed koren en tarwe winnen als wij, maar sinds eeuwen eet hij rijst en bevindt zich er goed bij, waarom dan veranderen?- - -

"Ik ben in de zekerheid van het geloof gesprongen over een aantal raadsels en twijfels heen die achter mij onopgelost liggen, en dat maakt ook mij menselijk, mild en diep."
In deze roman zien we, beter en milder en geloofwaardiger overgebracht dan in "Houtekiet", wat Walschaps wereldbeschouwing is, een visie die de onze niet kan zijn.

"De verloren zoon"
Een boek met deze titel van Walschap? Jawel, maar stelt u zich niet voor, dat het boek gaat over de u bekende verloren zoon. Walschap schreef het in 1958 en keerde eigenlijk terug naar zijn thema's van vóór de veertiger jaren. Ik zie met goed, hoe het mogelijk is, dat een auteur die toch eerder - wel vanuit zijn humanistisch standpunt - zo mild over de kerk en haar verschijning had geschreven, nu weer zo'n bitter boek loslaat.
"De verloren zoon" gaat inderdaad over de verloren zoon, maar nu over zijn leven met vóór, maar na zijn thuiskeer. En het Palestijnse land lijkt verdacht veel op het Vlaamse. Zelfs de synagogen lijken roomse kerken, en de tijd lijkt wel die van ons.
Gad, de teruggekeerde zoon, heeft allang spijt van zijn terugkomst.
Het dorp kijkt hem er op aan en vergeving is er niet bij.
Zijn vader kan de schaamte niet aan en zijn oudste broer Joseph laat maar al te graag merken, dat hij zo'n goede zoonis. Gad verlaat zijn dorp Nazareth dan ook weer en trekt naar Jerusalem, waar in de buurt hij een landbouwbedrijf vestigt, trouwt, kinderen krijgt. Zelfs oom Joseph is onder de indruk. Daar maakt hij ook kennis met een andere jongen uit Nazareth; van het hoog-heike, Die Jezus trekt het land door met zijn boodschap.
Maar met die boodschap kan Gad niet veel beginnen. Helemaal niet als hij vanaf zijn terras ziet hoe Jezus, de idealist, gekruisigd wordt. Ook begrijpt Gad zijn oude vriend Ruben van de koster niet meer. Die is in Jerusalem tot een machtig heer in het Sanhedrin opgeklommen, maar hij heeft meer inzicht in starre kerkelijke wetten dan in menselijke eigenschappen en noden. Bij een feest in Nazareth wordt Gad enthousiast ingehaald, toch voelt hij zich er niet meer thuis; folklore is aardig, maar niet nuttig. En op de terugweg leert hij zijn jongens met de heidense namen nog een spreuk: "Wij zijn het zout der aarde. Er is niet veel zout en er is ook niet veel nodig, maar zonder' zout begint ze te rotten en te stinken en daarom moeten we volhouden."
Wel een lelijke verdraaiing van Jezus' woorden.
Hoewel een roman van formaat, vind ik dit boek een terugval, vergeleken met "Zuster Virgilia" en zelfs met "Houtekiet" .

Nabeschouwing
Ik heb u behalve door een korte schets van zijn leven, met Walschap willen laten kennismaken door een zevental boeken te beschrijven.
Ik benadruk nog eens, dat mijn keuze subjectief is. Net zo goed had ik deels andere of nog meer kunnen kiezen. Veel beter leert u hem kennen door hem zelf te lezen. Dat wil ik u aanbevelen. Uiteraard niet om zijn "geloof" na te volgen. Wel om kennis te nemen van een levensbeschouwing die hoe langer hoe meer gewoon lijkt te worden.
Een levensbeschouwing die, zo niet meerwaardig aan het christelijk geloof dan toch op zijn minst als gelijkwaardig daaraan wordt voorgesteld.

Walschap een modern auteur
Herinnert u zich nog uit het begin van deze serie dat hij in 1898 geboren is? Blijkbaar was hij iemand die zijn wereld kende en daarin zijn gang ging, uiterst zelfstandig zijn gang ging.
Hij is nu een oude man, deze moderne schrijver. Zijn protest tegen het overwicht van de geestelijkheid, zijn strijd voor geestelijke vrijheid, zijn pleidooi voor tolerantie, kortom zijn roep om humaniteit, en uiteraard niet te vergeten zijn volmaakte beheersing van het schrijverschap, hebben hem in het land van de literatuur tot een groot man gemaakt.
In 1968 ontving hij uit handen van Koningin Juliana de grote prijs der Nederlandse Letteren.
Sinds 1975 mag hij de eretitel van Baron dragen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief