Pastorale notities

1986-03-14
  • Jaargang 30
  • nummer 11
Er is ook een deeltje over Friesland in de reeks die Kok, Kampen uitgeeft onder de titel: Anderhalve eeuw gereformeerden in stad en land.
Bij 't lezen daarvan kwam ik opeens weer in aanraking met een zaak, waarover ik thuis wel eens iets gehoord had en later, op het Geref. Gymnasium in Leeuwarden had de leraar geschiedenis er iets van gezegd.
Hij vertelde van de Russische revolutie. Eén van de kenmerken daarvan was de nationalisatie van de bodem. De staat kreeg alle land in handen, de boeren werden knechts van de staat op hun vroegere boerderij. Onze leraar zei: Jullie moeten dat niet meteen als goddeloos communisme zien: Hier, in deze stad, zijn "afgescheiden" predikanten geweest die voorstander waren van de nationalisatie van de bodem.
Ik las er nu, in dat boekje van Kok meer over. In onze streekromans zijn het vaak de harde boeren die hun" volk" minachten en slecht behandelen.
Maar ook de boeren hebben het slecht gehad. Vooral rondom 1890. Het was met de boerderijen in het westelijk deel van Friesland zo, dat een adellijke familie, in Den Haag woonachtig, in vele gevallen eigenaresse was en als de boer, door de ernstige en langdurige landbouwcrisis die er heerste, de pacht niet meer opbrengen kon, werd hij van de boerderij geschopt. De nood was groot.
Toen had je in Leeuwarden bij de Chr. Afgescheiden gemeente ds f. v. Andel, een betrouwbaar en bekwaam man, schrijver van vele bijbelverklaringen. Bij de "dolerenden" stond dr L. H. Wagenaar, kerkhistoricus en ook volksschrijver. Zij beiden gingen ijveren tegen de maatschappelijke wantoestanden.
"Het land is van de HEERE, niet van de heren", zei Wagenaar en zo rijpte de gedachte, dat de Staat beter eigenaar van de boerderijen zou kunnen zijn.
Beide predikanten kregen in hun eigen gemeenten tegenkanting.
Van Andel is naar Gorkum vertrokken, Wagenaar naar Arnhem. "Leeuwarden veracht onze prediking", riep Wagenaar uit, "en verwerpt onzen arbeid.
Ziet in de Soc. Democratie hoe God Zijn moker gereed maakt om de onaandoenlijke bourgeoisie te verbrijzelen en het rijke Leeuwarden, dat God niet vreest en geen mens ontziet, te vergruizelen".
Hoe huiverig stonden de meesten tegenover zulke taal. Ontroerend is, wat de latere ds D. v. Dijk vertelde (het wordt in "Anderhalve eeuw gereformeerden" aangehaald): Hij was naar een vergadering van Patrimonium geweest; zeg maar het CNV. Toen hij, een jongen nog, thuiskwam, bleek z'n moeder ziek te zijn en zij ijlde. Zij zag die vergadering van Patrimonium als een begin van de revolutie, van een niet stil willen zijn in de weg waarin de Heere eens mensen leven leidt ... "

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief