Pastorale notities

1986-03-21
  • Jaargang 30
  • nummer 12
Ook ik heb, uiteraard, veel lijdenspreken moeten maken, maar ik kan er weinig van terugvinden.
Waarschijnlijk heb ik ze verscheurd, nadat ik ze gehouden had. Ik vond die, lijdenstijd zo'n lange, lange tijd.
Gelukkig zat er meestal een Avondmaalszondag in en een zondag met classisbeurten". Ik beperkte het aantallijdenspreken tot drie, die van de Goede Vrijdag inbegrepen. Ik voelde me geremd als ik bezig was met een preek over het lijden van de Here Jezus. Als ik de preek uitschreef en méér over het lijdensverhaal zei, dan de Evangeliën doen, dan had ik soms het gevoel dat de Here Jezus over m'n schouder heen op m'n papier keek en zei: “Jongen, je weet niet waar je het over hebt".
Ik denk dat de Heid. Cat. het daarom heeft over de onuitsprekelijke benauwdheid, smarten, verschrikking en helse kwelling.
Ja: onuitsprekelijk.
Maar we zouden dan toch kunnen preken over ónze aanvechtingen?
Want de Cat. brengt die in verband met Christus' lijden.
"Dat ik in mijn hoogste aanvechtingen verzekerd zij dat mijn Here Jezus mij van de helse benauwdheid en pijn. verlost heeft".
Het ligt opgesloten in de betekenis van het woord "aanvechtingen", dat je door iemand wordt aangevallen. De aanvaller, dat was vroeger heel concreet de duivel. De roomsen hebben een traditie op dit punt, van middeleeuwse boetpredikers tot Borromeüs de Greeve in deze eeuw.
De Heid. Cat. wijst er ergens op, dat we niet alleen de duivel als aanvaller moeten zien. We worden onophoudelijk aangevochten door de duivel, de wereld en ons eigen vlees. Toch blijft de duivel voorop gaan in het rijtje.
In de "zware" protestantse kringen kan men er ook wat van. Daar wordt gretig verteld van verschijningen van de duivel, die jou komt aanvechten.
Vooral over sterfbedden gaan er zulke verhalen. De moeder van Bartje, uit het boek van Anne de Vries, had zo'n aanvechting, van de duivel. Er zijn zalvende praters die de aanvechtingen noodzakelijk vinden. Ze waren een bewijs ervan, dat de duivel moeite deed om de stervende te pakken te krijgen. Wanneer de zieke geen aanvechtingen had, kon dat wel eens inhouden, dat de duivel geen moeite meer hoefde te doen. De zieke had z'n ziel al aan de duivel verkocht.
Er is een heel draaiboek ontstaan over alles, wat er aan het sterven vooraf moet gaan, nog afgedacht van de aanvechtingen.
De zieke moet biechten. Hij moet alles uitpraten. Hij moet vrouwen kinderen en vrienden en kennissen en broeders en zusters in de kerk om vergeving vragen voor alles waarin hij tekort geschoten is. Sommige romans beschrijven, hoe dit gehele proces tenslotte doorlopen is. En dan pas is er de bereidheid om heen te gaan.
Dan is alles glad. Hoe groot is de barmhartigheid van de Here Jezus als Hij iemand alle aanvechtingen bespaart en alle pijn en angst. En alle wroeging.
Wanneer de Here de overtredingen toedekt, waarom zou iemand dan nog met zelfbeschuldigingen moeten leuren? Als de Here in de Schrift zegt: "Daar praten we niet meer over", waarom zou iemand dan zeggen: "Maar ik moet het kwijt en ik moet erover praten?"

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief