In memoriam ds W. Scheele

1986-03-21
  • Jaargang 30
  • nummer 12
Bij het heengaan van ds W. Scheele, mijn vriend, broeder en pastor gedurende een bijkans 40-jarige periode vermenigvuldigen zich de gedachten. Nog zie ik hem voor mij staan met zijn vriendelijke verschijning, trouwhartige ogen, altijd meelevend in droeve of vreugdevolle dagen, met een goed Christelijk woord je opbeurend of zo nodig je vriendelijk vermanend. Ik hield van hem. Trouw en liefdevol, twee eigenschappen, die hem bijzonder kenmerkten.
Na een arbeidzaam leven ging hij op 81-jarige leeftijd heen, ten laatste verlangend zijn God te mogen aanschouwen. Een lege plaats achterlatend voor zijn lieve vrouw, kinderen, kleinkinderen en vrienden, die treuren om het gemis, maar weten, dat hij thuis kwam, thuis, eeuwig thuis bij God, Die hij trouw naar de hem geschonken gaven een leven lang met vreugde heeft gediend.

Hij was een Zeeuw van geboorte. Een ongeval, waardoor hij ten slotte een deel van zijn linkerarm verloor was oorzaak, dat hij voor de theologie-studie koos. Deze studie volbracht hij aan de Theologische Hogeschool te Kampen. Zestien jaar heeft hij de kerken van Hogersmilde, Uithuizermeeden en Zwijndrecht gediend. Twee kenmerkende gebeurtenissen uit dit tijdvak moge ik hier memoreren.
Tijdens zijn ambtsperiode in Uithuizermeeden, welke gedeeltelijk samenvalt met de bange oorlogsjaren van 1940-1945 moest hij zijn trouw aan Koningin en Vaderland, o.m. bewezen door hulpverlening aan onderduikers, beloond zien met een onvrijwillig verblijf gedurende enige tijd, hem opgelegd door de bezettende macht, in het thans beroemde Oranjehotel in Scheveningen.
Gedurende zijn ambtsperiode in Zwijndrecht leidde de kerkelijke beroering in de Gereformeerde wereld tot vrijmaking van de kerk van Zwijndrecht. Als Gereformeerd confessor en man van karakter weigerde Ds Scheele terecht de boven Schrift en belijdenis uitgaande bindingen van Synode en Kerkeraad inzake verbonden doop te aanvaarden. Dit kwam hem op een pijnlijke schorsing te staan.
Deze schorsing werd hem opgelegd door mensen, maar niet door zijn Zender Christus. In het vrijgemaakte Kerkverband werd het ambt in Zwijndrecht voortgezet.

Er valt meer te vertellen over zijn Arnhemse periode. 24 Jaar lang was Scheele dienaar des Woords in Arnhem. De Arnhemse Kerk was in het begin der vrijmaking maar een kleine gemeente. Ds Scheele nam het beroep naar Arnhem aan. Terugblikkend zie ik hem in mijn gedachten, na bevestiging in het ambt door zijn zwager wijlen Ds Pieffers, zijn intreepreek houden in de Doopsgezinde Kerk aan de Weverstraat over Lukas 9 : 62 "Niemand die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt is geschikt voor het Koninkrijk Gods". De begintijd hier in Arnhem na de vrijmaking was mooi. Veel is er gedaan voor en hard is er gewerkt aan de opbouw van het kerkelijk leven. Wat de prediking betreft kan naar waarheid worden getuigd, dat Scheele ten volle was: Verbi Divini Minister - bedienaar van het Goddelijk Woord. De Woordverkondiging was overeenkomstig de H.S. en in overeenstemming met onze belijdenisgeschriften. Altijd weer werd gewezen op de Christus Gods, de enige Behouder en Redder van het leven, op het verzoeningsoffer van de Heiland, als grond van de verzoende relatie, waarin een mens in het Verbond met God door het geloof wordt geplaatst.
Naast Dienaar des Woords was Ds Scheele in de volle schone zin van het woord - herder, vriend van jong en oud, broeder onder de broeders. Het Evangelie werd toen ook door hem verkondigd in ziekenhuis en gevangenis.
Prof. dr K. Schilder, die ik als Delfshavenaar zeer goed gekend heb (hij was toen onze dominee) heeft mij na de vrijmaking gezegd voor Ds Scheele grote waardering te hebben.
Helaas hebben zich gedurende de Arnhemse periode donkere wolken samengepakt over het vrijgemaakte kerkelijke leven. De oorzaken zijn niet-in een paar woorden weer te geven. De gemeente bleef niet voor een nieuwe breuk gespaard. Het ligt nog vers In mijn geheugen hoe een losgeslagen kerkeraad ten onrechte Ds Scheele in zijn ambt schorste op gronden, die voor God en zijn kerk met kunnen bestaan. Ds Scheele was zuiver in de bediening des Woords en der sacramenten. Op leer en leven viel niets aan te merken. En toch... De zachtmoedige Ds Scheele werd geschorst. De zusterkerk in Velp bewilligde hierin niet. Het mocht niet baten, Ds Scheele bleef trouw aan zijn Zender, Die hem immers noch roeping noch ambt ontnam. Maar het heeft hem ontzaglijk veel pijn gedaan. Lijden aan de kerk noemt- men dat tegenwoordig. De arbeid in Gods Koninkrijk werd gecontinueerd. Er volgden nog enkele jaren na de vrijraking, voor zijn emeritaat op 1 januari 1972 inging, van noeste ingespannen arbeid in de gemeente, die buiten verband was geraakt. Een arbeid, die hij ondanks zijn leeftijd enthousiast verrichtte. Bij zijn vertrek liet hij een goed geordende gemeente achter. Hij vestigde zich te Gorssel, waar hij tot het laatst intens meeleefde met de Arnhemse gemeente en onze kerkelijke gemeenschap. Behalve de warm geuite dank van zijn gemeente bij zijn afscheid ontving hij kort daarna voor al zijn werk een welverdiende Koninklijke onderscheiding.

Bij het uiten van waardering zijn voor Christenen m.i. grenzen gesteld.
Die wil ik ook thans in acht nemen. Calvijn heeft ergens gezegd: Le Dieu seul est grand - Alleerst God is groot.
Daarom wil ik ten slotte uit de grond van mijn hart de Vader der lichten en der geesten daarboven hartelijk danken voor wat Hij ons in Ds W. Scheele gedurende zoveel jaren aan de gemeente van Arnhem en ver daarbuiten heeft geschonken.
En het is ook voluit schriftuurlijk onze voorgangers in gedachtenis te houden, die het Woord Gods tot ons hebben gesproken.
Laat ons op het einde van hun wandel letten en hun geloof navolgen. (Hebr. 13 : 7).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief