God als spelbreker
1986-10-17
Het is de vraag wie na de glorieuze overwinning op Nahas meer verrast waren - de Ammonieten of de Israëlieten. Tjongejonge, ging dat even goed! En Saul heeft het nu helemaal gemaakt bij het volk.- Jaargang 30
- nummer 40
Als Samuël dan ook voorstelt om het koningschap te vernieuwen, is iedereen het daar roerend mee eens (11, 14). Die vernieuwing houdt in, dat Saul nu officieel wordt ingehuldigd als koning over Israël. Zo is de instelling van het koningschap in Israël in drie fasen verlopen: eerst is Saul door Samuël geroepen en in het geheim gezalfd te Rama (10, 1);'daarna is hij door loting aangewezen en aan het volk voor· gesteld te Mizpa (10, 18vv); tenslotte is hiJ door heel het volk aanvaard en ingehuldigd te Gilgal (11, 15).
Dat is een groot feest geworden met uitgebreide offermaaltijden.
Ongetwijfeld is het volk uitgelaten geweest. Hebben ze er niet alle reden voor? Wat hebben ze die Nahas te pakken gehad! En dat heb..
ben ze te danken aan hun koning.
Wat klinkt dat eigenlijk goed: 'hun koning'! Eindelijk is hun wens dan toch vervuld. Saul - zijn naam betekent 'de gewenste'. Hij is werkelijk de vervulling van hun verlangen.
Tja, Samuël was er destijds niet zo gelukkig mee. Hij had het hen behoorlijk kwalijk genomen toen ze met hun verzoek bij hem kwamen in Rama (hfdst. 8). Nog in Mispa had hij wat gemopperd (10, 18. 19). Toch was hij toen kennelijk wel ingenomen met Saul (10, 24). En na de overwinning op Nahas had Samuël zelf het initiatief genomen tot deze feestelijke inhuldiging.
Blijkbaar is hij nu toch met het idee verzoend.
Ach ja, zoiets moet natuurlijk ook de tijd hebben. Misschien, zo denken sommigen wellicht, hebben we ook wel wat teveel aan onszelf en te weinig aan Samuël gedacht. Het is toch ook geen kleinigheid nà Zoveel Jaren richterschap plaats te maken voor een ander.
Dan VT3JagStamuël het woord. De: mensen ,zullen er eens echt voor zijn gaan zitten. Want Samuël is natuurlijk de aangewezen man voor de feestrede. Maar wat het volk te horen krijgt is allerminst: een feestrede! Aanvankelijk heeft men dat niet zo in de gaten. Als Samuël van het volk de verklaring vraagt, dat zijn richterschap rechtvaardig was (vs. 3 v.), dan geven ze dat grif, toe.
Als Samuël geen genoegen neemt met een goedmoedige bevestiging vanwege de rozige feeststemming, maar hen hiervoor de eed afneemt, dan doen ze dat (vs. 5). Want het was immers altijd goed.
Maar dan wordt plotseling deze eed het uitgangspunt voor een proces: Samuël daagt het volk uit voor een rechtsgeding. Ga staan, roept hij hen toe in vs. 7 en 16. En bevreemd komt het volk in de benen.
En dan klaagt Samuël het volk 'clan. Want zij hebben het oordeel van de heilige God verdiend. Dat dit maar geen loze woorden zijn, blijkt uit het indrukwekkende teken van het noodweer in een periode van het jaar dat er gewoonlijk geen drup regen valt (vs. 18).
Het blijde feest valt zomaar in het water. Dit is voor Israël letterlijk en figuurlijk' een donderslag bij heldere hemel. Hun blijdschap slaat onverwachts om in angst voor de dood (vs. 19).
Wat is dat toch? Kan God het niet laten spelbreker te zijn? Verdragen godsdienst en feestelijkheid zich dan zó slecht met elkaar?
Geen sprake van God gunt zijn volk de vreugde van harte. Maar dan wel de ware vreugde, die alleen te vinden is in het leven in verbond met Hem. Wat Samuël het volk verwijt is kort en goed, dat het zijn heil, zijn welzijn en geluk, zoekt buiten God om.' Israël streeft naar emancipatie. Zijn verlangen naar een koning is in wezen een motie van Wantrouwen tegen het koningschap van God (8, 7). Dat biedt hun niet genoeg zekerheid.
Ze miskennen op grove wijze Gods goede zorgen voor hen; Immers, wat hebben ze in Samuël een goede 'leider gehad. Dat hebben ze net nog volmondig toegegeven en zelfs bezworen! Ja, waarom vroeg Samuël dat zo van het volk? Het kan lijken alsof hij naar komplimentjes vist. Wij zouden het maar vreemd vinden als een dominee zo deed bij het 'afscheid van zijn gemeente. Maar u moet dit lezen in het licht van vs. 11, waar Samuël zichzelf een geschenk van God noemt. Dat is geen zelfverheerlijking, maar besef van eigen roeping. En Samuël wil graag zien vastgesteld, dat Israël van zijn richterschap, dat een geschenk van God was, alleen maar voordeel heeft 'Ondervonden. Het is een zacht juk en een lichte last geweest, Waarom zijn ze toch zo dom om een koning te willen, die hen veel meer zal belasten (8, 10-18)?
Maar deze domheid en ondankbaarheid blijkt typerend voor het volk. Daarvan getuigt heel hun geschiedenis vanaf de uitleiding uit Egypte tot dan toe (vs. 8-13). Gods handelen spreekt van zijn vrijmachtige verkiezing (vs. 22).' Uit grondeloze barmhartigheid - barmhartigheid waar geen gronden voor zijn - heeft Hij Israël als zijn volk aangenomen en hemel en aarde bewogen om hen in Kanaän te brengen. Van God zijn alleen maar rechtvaardige daden te noemen (vs.
7). Maar Israël heeft al in de woestijn en in de richterentijd met ondankbaarheid gereageerd.
En wat ze nu hebben gepresteerd, dat slaat alles. Nee, Samuël kan er maar niet over uit, dat ze dit hebben aangedurfd: het verlangen naar een koning. Een verlangen, dat duidelijk een ontkenning inhoudt van Gods koningschap. We lezen het in 8, 19; 10, 19 en 12, 12 telkens zo onder woorden gebracht: Nee, een koning moet over ons regeren! Aldoor dat 'nee' heel nadrukkelijk 'Voorop. Het verlangen van Israël is negatief geladen.
Het is een zich afzetten tegen de regering van God tot nu toe. Daarom zegt Samuël in vs. 13: Ziedaar de koning, die jullie gekozen hebben.
Samuël neemt er afstand van.
Hoe sympathiek hij Saul als persoon ook vindt, als koning is hij de koning van Israëls keuze tegen God.
Wat vieren jullie eigenlijk? zegt Samuël als het ware-.Besef je dan niet, dat jullie bezig zijn een feest te maken van jullie afwijzing van God!
Nu, op zó'n feest is God spelbreker!