Centrale Diakonale Conferentie, 2 november 1985 te Ede
1986-10-17
't Is alweer een poos geleden, dat er een opmerkelijk bericht in de krant stond: "Oudere vrouw lag drie dagen dood in huis." Er achter stond: "Niemand miste haar."- Jaargang 30
- nummer 40
- Daar komt wel de hedendaagse nood schrijnend op ons af. Een vrouw, eenzaam haar weg zoekend in het leven, struikelt en niet één die haar opvangt. Het leven stroomt uit haar weg en niemand mist haar.
Het tekent de samenleving van vandaag.
Kunnen we nog wel spreken van samenIeving? Is er niet eerder een conglomeraat van individuen? Ieder heeft z'n eigen leven.
Zonder de tijd van vroeger te idealiseren, . kunnen we. toch zeggen, dat er meer natuurlijke en bloedsgemeenschap was. Zo de familie al niet in één huis woonde, dan toch .
wel in dezelfde plaats of in de buurt. Dat is sterk veranderd. De ouders wonen in Groningen. Een broer woont in Rotterdam en de zus is gaan wonen en werken in Enschede. We komen niet meer eventjes om 't hoekje kijken.
De buren misschien, - kunnen we daar nog gemeenschap van verwachten?
Er zijn kostelijke voorbeelden van burenhulp: Een goede buur is beter dan een verre vriend.
Maar over het algemeen is het toch anders. Sinds ook de werkende vrouw haar intrede heeft gedaan en de kinderen de crêches bevolken, lijkt de straat uitgestorven.
Het leven is een competitie geworden.
We streven tegen elkaar op en streven elkaar voorbij.
We kijken naar 'elkaar, maar we zièn elkaar niet meer. Want de ander is een concurrent geworden.
Letterlijk: Eén die met me oploopt, met de bedoeling om langs me heen te komen en vóórop te lopen.
Zeg niet: Dat komt in de kerk niet voor.
De evangelist Johannes vertelt van een man, acht en dertig jaar al ziek, verlamd. Dat is al heel erg, maar het allerergste is als niemand ooit naar je omkijkt. ' Als je vergeten bent.
En dàt was die man!
Geen sterveling keek naar hem om.
Z'n vrienden hadden hem natuurlijk de 'eerste tijd wel bezocht, maar dat hield zo langzamerhand op.
Wie houdt het vol om iemand acht en dertig jaar te bezoeken?
Bovendien: Hij had z'n ziekte aan zichzelf te wijten. Dat blijkt wel uit wat de Here Jezus later tegen hem zegt: "Zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkomt."
Hij had een zondig leven geleid en daarbij had hij zijn gezondheid in z'n jonge leven verwoest.
Toen kwam die vreselijke ziekte in z'n leven.
Z'n armen werden lam, z’n benen wilden niet meer vooruit. Toen bleven z'n vrienden weg.
Zo gaat dat. Heel dik en innig als er wat te halen is of als we eer met . iemand kunnen inleggen.
Maar 0 wee, als de' ander aan lager wal geraakt. ,Dan is het. uit met de vriendschap.
Zo was het ook met die man in Bethesda.
Niemand kende hem meer. Ze lieten hem allemaal links liggen en mogelijk hebben ze hem nog een trap na gegeven.
Welnu, toen Jezus Bethesda binnenging, zag Hij deze man liggen.
Dat was iets ontzaglijks voor deze verlamde, dat hij eindelijk gezien werd, dat warme liefde z'n verkleumde leven omkoesterde.
o ja, hij werd keurig verzorgd daar in Bethesda. Hij kreeg zijn natje en zijn droogje op tijd. Hij was echt niet verwaarloosd. Maar je kunt ook wegteren uit gebrek aan lièfdel En nu kwam daar iemand op hem af, die belangstelling voor hem had.
Er kwam eens een vrouw bij een psychiater. Haar mankeerde eigenlijk niets. Dat had die dokter direkt wel in de gaten. Ze wilde zich alleen maar eens een keer uitspreken over heel gewone, alledaagse dingen. Haar man had blijkbaar geen tijd. meer om naar haar te luisteren of geen liefde.
Dàt is de twintigste eeuw, de eeuw van de 'koude harten.
Jezus vroeg aan de verlamde: "Wil jij gezond worden?"
Of hij gezond wil worden? Lieve mensen, wat een vraag! Natuurlijk wil hij dat. Daarvoor lag hij immers in het huis van barmhartigheid.
Ja, dat lijkt een vreemde vraag van Jezus. Maar met die vraag wil Jezus die man uit zijn verdoffing trekken, waarinie ziekte van acht en dertig j-aren hem gedompeld heeft. Jezus trekt hem bij de schouders en zegt a.h.w.: Dat water vlakbij jou, wordt toch van tijd tot tijd bewogen. En er is voor jou tooh ook een kans!
En dan komt dat hulpeloze antwoord: "Heer, ik heb geen mens -om mij in het bad te werpen."
lik heb geen mens ...
Naar mij kijkt niemand om. Ja, mijn buurman, diè heeft vrienden, - .die heeft nog een' kans.
Maar ik niet. Ik heb geen mens ...
Hoeveel mensen, ook in de gemeente, zouden dat deze man niet nazeggen? Ik denk dat er geen eenzamer tijd is dan onze tijd, ondanks alle communicatiemiddelen.
We wonen boven op elkaar, maar nooit waren we minder alleen en nooit waren we meer eenzaam.
Zonder hart drukt men elkaar "hartelijk" de hand.
We missen de barm-hartig-heid. ' Wat zal de naam v n dat sanatorium die man als een vloek in de oren geklonken hebben. Bethesdahuis van barmhartigheid. Ha, het mocht wat! Ze hebben mooie priesters en prachtige samenkomsten, maar als bet er op aankomt, laten ze je ...
De Here Jezus is met innerlijke ontferming over die man bewogen.
Dàt is wat onze generatie nodig heeft: milde ogen, een barmhartig hart.
De gemeenten van Macedonië vertoonden in haar hulpverlening die gestalte van Jezus Christus.
Daar schrijft Paulus over in de 2e brief aan de Corinthiërs, hoofdstuk 8.
Zelf bitter vervolgd, diep-arm, hebben ze gedaan wat ze konden voor de straatarme gemeente van Jerusalem, Vrijgevig, mild hebben ze van hun armoede gegeven. Toen Paulus met zijn collectezak rondliep langs verschillende gemeenten, hebben die christenen uit Macedonië uit eigen beweging gevraagd: "Mogen wij ook meedoen, Paulus?
Meedoen aan het dienstbetoon?"
Mooie uitdrukking, hè. Die moet je proeven.
Dienstbetoon voor heiligen.
Dat .is maar niet je portemonnaie opentrekken of je blauwe girokaart invullen, het is je hàrt openen.
Zo zegt Paulus dat ook: Zij gaven zioh eerst aan de Here, en daarna en op grond daarvan ook aan de' broeders en zusters in nood.
Paulus tekent verder in 2 Cor. 11 : 29 dat dienstbetoon aan de broeders op prachtige wijze. Ik geef het in de Willebrord-vertaling: "Niemand is zwak of ik ben het , ook. Niemand komt ten val of het grijpt me in de ziel."
Ik kan een ander alleen helpen, als ik zijn last draag, zijn moeite op me neem. Mee-lijd, zijn kruis meetors.
Zo heeft Jezus Christus het toch ook gedaan?
"Hij is om u arm geworden, hoewel Hij rijk was."
Hij heeft zich ontledigd tot op de laatste lap aan het kruis om ons te bekleden.
Nu kunnen wij er over klagen, dat onze tijd, arm wordt aan daadwerkelijk dienstbetoon. Maar tegelijk ligt hier de kans voor de christelijke gemeente om zich werkelijk dienstbaar te maken.
Nu ook de overheid zich beperkingen moet opleggen, moet de gemeente maar vragen: "Kunnen wij misschien helpen?" Niet opdringerig, maar vriendelijk nodigend.
Allereerst ,in geldelijk opzicht, want je staat er van te kijken hoe stille armoede de gezinnen binnenkomt.
Zijn de diakenen op dit punt voorbereid?
En zijn zij in staat om de drempel te slechten die er ligt tussen hen en de broeder of zuster in nood?
In onverbrekelijke samenhang daarmee wil ik graag stellen, dat diakenen huisbezoek moeten doen, ze moeten de gezinnen kennen, zodat, àls de nood aan de man komt, er een vertrouwensrelatie is, die het gemakkelijk maakt om er mee voor de dag te komen. Aan een vreemde, al is hij ook duizend keer diaken, laat je je hart niet zien!
Dal! blijkt ook, dat er meer nood kan zijn dan alleen financiële.
Soms denk je: Wat moet ik hier eigenlijk doen, want rondkijkend zie je verschillende teksten aan de wand hangen met daarop geschreven: "Wentel uw weg op de Here", of: .De Here is mijn Herder, mij zal niets ontbreken", of: "Vrees niet, want Ik heb de wereld overwonnen!"
Maar je mèrkt het wel: -Ze zijn wèl bang.
Soms zijn ze bang voor de dood.
Soms voor een ander die hen kwaad wil doen. , Maar meestal zijn ze bang voor zichzelf, dat ze zichzelf kwaad zullen aandoen.
Wat is het dan fijn, als een vertrouwd mens in de kamer zit, tegen wie ze kunnen aanpraten. En van wie ze weten: "Bij hem of haar is het veilig wat ik zeg."
Tenslotte: Een echte helper is iemand die, weet dat hij in feite machteloos is.
Hij is Atlas niet, die de hele wereld op zijn schouders kan dragen.
Dat kan hij nog niet één mens.
Hij moet als een huisarts zijn, die patiënten door verwijst naar de specialist.
Zo moet een diaken wegwijzer zijn naar de grote Heelmeester, Jezus Christus. "Een man, vertrouwd met ziekte." "Een Hogepriester die mee kan voelen met onze zwakheden."
Als we broeders en zusters op deze Heiland wijzen (= Hij die de dingen heel maakt!), dan hebben wij een voortreffelijk ambt.