Pasen in Jacobs tent
1986-03-28
Er liggen zo'n twintig jaar tussen Genesis 37 en Genesis 45. En al die twintig jaar heeft vader Jakob rouw gedragen over z'n zoon Jozef. We herinneren ons nog wel dat woord uit Genesis 37: 35: ;,Al zijn zonen en al zijn dochters deden hun best hem te troosten, maar hij weigerde zich te laten troosten, en zeide: Neen, rouwdragend zal ik tot mijn zoon in het dodenrijk neerdalen."- Jaargang 30
- nummer 13
Met het doodsbericht van Jozef heeft Jakob de zin van het leven verloren, Hij heeft zich vastgebeten in de dood en zijn hart toegesloten voor het leven. Het leven van Jakob en het leven van zijn gezin staat voortdurend onder die loodzware druk van de dood.
En wanneer de broers van hun tweede reis naar Egypte terugkeren bij vader Jakob, en hem vertellen dat Jozef leeft, dan vermag dat bericht het hart van Jakob niet te doen smelten, Genesis 45 : 26 "Toen zij hem vertelden: Jozef leeft nog en hij is zelfs heerser over het gehele land Egypte, bleef zijn hart er koud onder, want hij kon het niet geloven."
De dood drukt een zwaar stempel op het leven. Niet voor niets noemt Paulus in 1 Korinthe 15 de dood de Iaatste vijand. Zij het, dankzij Pasen, een overwonnen en een onttroonde vijand, Goede Vrijdag heeft op de Paasmorgen een heilzaam vervolg gekregen. Wij zullen daarom ook anders tegen de dood moeten leren aankijken. Niet de dood heerst over het leven, maar de Paasvorst triomfeert over de dood en heeft door Zijn opstanding de dood dienstbaar gemaakt aan het leven.
In het verborgene spint God voort aan de draad van het leven.
Op onnavolgbare wijze heeft Hij dat gedaan, nadat de leerlingen van Jezus hun Meester naar het graf hebben gedragen.
De dood wordt verzwolgen in de overwinning. En de engelen bij het graf verkondigen de leerlingen het Paasevangelie: “Wat zoekt gij de levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgewekt.” (Lucas 24: 5,6)
Voor Jakob valt het levensdoek, wanneer hij hoort, dat Jozef is gestorven. God evenwel spint verder aan de levensdraad, zij het dat dit voor Jakob verborgen blijft. God werkt in het verborgene (Egypte) aan de verhoging van Jozef, zodat het ook voor Jakob Pasen zal worden.
Wanneer we er op letten hoe de Here werkt, dan valt het ons op, dat de weg van Jozef naar de verhoging een hele lange weg is. Een weg door de vernedering heen. Ben weg door de diepten heen. Maar op die weg is de Here met Jozef, Hij laat hem niet alleen gaan. De geweldige diepte, waar de Here Christus door heen moest, de Godverlatenheid, dié is Jozef bewaard gebleven.
Wanneer hij door Potifar gevangen is gezet lezen we in hoofd, stuk 39 : 21 "En de Here was met Jozef; Hij bewees hem genade en deed hem de genegenheid winnen van de overste der gevangenis." En zulke woorden horen we telkens weer in de geschiedenis van Jozef. De Here is met Jozef, de Here bewijst hem genade. Het kwaad dat Jozef wordt aangedaan, wordt door de Here 'ten goede gekeerd. Hoe donker het ook is in de gevangenis, de Here doet het licht voor Jozef schijnen, zodat de duisternis moet wijken.
Van Jozef heeft dit alles veel geduld en volharding gevraagd.
Er lijkt maar geen einde te komen aan die lange weg van de vernedering. Hoe diep is hij niet afgedaald, voordat eindelijk de weg ten einde was, het lijden volbracht.
Ik moet in dit verband denken aan de Here Jezus, op wie Jozef in zijn vernedering zoveel heeft geleken. En dan wijs ik m.n. op dat woord uit de brief uit de Hebreeën (hoofdstuk 5:7-9) waar van Christus gezegd wordt: “Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst, en zo heeft Hij, hoewel Hij de zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden, en toen Hij het einde bereikt had, is Hij voor allen, die Hem gehoorzamen, een oorzaak van eeuwigheid geworden….”
Wat hier van Christus gezegd wordt, daarin herkennen we ook iets van Jozefs levensweg. Tot het einde toe heeft hij de leerschool van het lijden doorlopen. En daarna volgde zijn verhoging en is hij voor zijn vader en broers en voor Egypte een oorzaak van heil geworden.
Opmerkelijk toch, dat de verhoging er komt, niet dankzij mensen, want die vergeten en vernederen Jozef, maar dankzij de Here, die via de lange weg van de gehoorzaamheid uitredding en verlossing brengt.
Zo werkt de Here in het verborgene aan de draad van het leven, laat Hij het ook voor vader Jacob Pasen worden. De sluier van de dood wordt opgetild, wanneer de bewijzen van het leven op tafel worden gelegd. Genesis 45 : 27, 28 "Maar toen zij hem al de woorden overbrachten, die Jozef tot hen gesproken had, en toen hij de wagen zag, die Jozef gezonden had om hem te vervoeren, leefde de geest van hun vader Jakob op.
En Israël (!) zeide: Het is genoeg, mijn zoon Jozef leeft nog; ik wil gaan en hem zien, èer ik sterf."
Heel mooi heeft Bert Hofman deze episode uit Jakobs leven onder woorden gebracht in het gedicht 'Jacobs Pasen'. (Woordwerk, jrg. 3, nummer 12):
Jacob zit.
Hij ziet de drukte aan.
Op zijn borst beeft laag
de brede witte baard.
Hij zal niet gaan.
Hij zal niet reizen in de waan
van zijn verdwaasde zonen.
Jozef in Egypte wonen?
Kleurloos is zijn hoop
als de lang verdroogde korsten
op de verschoten rok
waar ze bokkebloed op morsten.
Zijn oog rust op de karavaan.
Het erf staat vol met wagens.
De vreemde zwarte paarden staan,
het schuim nog op de flanken,
in de schaduw van de bomen
met de leidsels op de rug
in zichzelf gekeerd te dromen.
Twintig ezels, zwaar beladen,
drommen om een drinktrog [samen.]
Waar 't geschenk zo gauw [bewaren?]
Hier in deze povere kamer?
Zilver, waardevolle kralen,
specerijen, dranken, etens [waren ... ]
kostbaarheden die hem ráken.
Hoe wist hij mijn smaak te [raden?]
Wat? Kende hij mijn stille nood?
Maar ... Jozef is niet dood!
Het erf staat vol met tekens
van mijn verrezen zoon.
"Hij leeft!", klinkt schor [zijn kreet]
door 't open raam,
"ik ga, zijn wagens staan gereed."