Pastorale notities

1986-03-28
  • Jaargang 30
  • nummer 13
In de tijd kort voor de doleantie (1886) deden er zich hier en daar incidenten voor tijdens de kerkdienst. Ik denk aan het Friese Lollum, aan Amsterdam, waar de ouderlingen Ruysch en Knap beurtelings openlijk, van de ouderlingen bank uit, de gemeente waarschuwden tegen de preek die zij zojuist gehoord had en aan Maassluis, waar ds F. Haverschmidt uit Schiedam voorging. De man is beter bekend als Piet Paalt jens. Hij werd door het woedende kerkvolk het dorp uitgedreven na de kerkdienst Er is al veel over de . doleantie geschreven, in dit herdenkingsjaar, maar ik vond geen antwoord op een vraag die bij me leefde, nl. wat de dominees bezielde in die tijd: Zij - de rechtzinnigen uiteraard uitgezonderd - hebben met een soort sadistische wellust het geloof van de gemeente bespot.
Niets was hun heilig. Het is alsof de predikanten-stand van grote hoogte af de verachtelijke slaven van de kerkleer wil sarren. Zij zijn de mannen van de wetenschap, het volk is te dom en te bekrompen om in te zien, hoe dwaas het geloof in de bijbel is.
Het ging vooral om de opstanding.
Honderd jaar later is dat anders.
Er mag nog eens een uitschieter wezen, zoals enkele jaren geleden toen een predikant verkondigde dat de dood van een mens z'n definitieve einde is..Ik heb Buskes tegen die man horen preken voor de radio. Buskes zei: Zo iemand moet een baan zien te krijgen op de gemeentesecretarie.
Daar schrijven ze een overledene uit. De Christelijke Kerk doet dat nooit.
Maar dit was een uitzondering.
De huidige predikers staan ootmoedig als herders temidden van hun kudde. Maar de opstanding is zo'n groot probleem. Ze zouden graag met wat meer stellig.
heid preken, maar ze doen het aarzelend, Misschien, misschien.
W ie weet ... Het zou zo mooi zijn als het waar was, de opstanding.
Het is misschien ook wel waar, maar we kunnen er niet zeker van zijn.
Het is te hopen, dat vele predikanten nog tot die éne stap komen, zondag. Tot vreugde voor zichzelf en van de gemeente.
Dat zij mogen komen tot de rijkste belijdenis van de kerk van alle eeuwen: "De Heer is waarlijk opgestaan!"
Ook wij, in onze kring zal ik maar zeggen, mogen op dit punt, geloof ik, nog wel eens kritisch oordelen over onze preken. Een jaar of dertig geleden verscheen er een boekje van prof. Greijdanus: De opwekking van Christus. Het bevat een nauwkeurige exegese van de verslagen die de evangelisten uitbrachten over de gebeurtenissen op de Paasdag. Verder een beschrijving en bestrijding van allerlei meningen die de opstanding loochenen. Er was toen een recensent, in een hervormd blad, meen ik, die vond dat alles in het boekje wel keurig op een rijtje stond, maar dat je de jubel erin miste: De Heer is waarlijk opgestaan! Ik denk dat dit niet hoefde in een exegetisch werk, maar in de preek op Pasen moet het toch sterk doorklinken.
Misschien is de gemeente tevreden als de oude waarheid verdedigd wordt tegen allerlei wind van leer, maar er zullen velen in de kerk zitten, die wachten op de duidelijke roep van de predikant: De Heer is waarlijk opgestaan!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief