Eerbied

1985-07-05
  • Jaargang 29
  • nummer 27
Dr. H. Vreekamp, "Eerbied." 150 pag. Uitgave Kok, Kampen.

De ondertitel is "De vreze des Heeren als bron van teven" en op de achterzijde van de omslag, staat als informatie "Centraal in dit boek staat de vraag naar hét geheim, qat verborgen ligt in het bijbelse grondwoord: de vreze des Heeren. In dit bronwoord der Schriften wordt niet het, bang zijn voor God: maar het diep ontzag en de eerbied voor de heilige Naam vertolkt. Deze eerbied is voor Israël en de gemeente van Christus de bron van alle leven." De titel van het boek is sprekend voor de inhoud. Telkens weer komt naar voren dat de mens, schepsel, niet dan met diep ontzag over de HERE en Zijn werk mag en kan spreken. Na uiteengezet te hebben, dat onder "vreze des Heeren" niet verstaan mag worden wat velen denken - het bang zijn voor een dreigend gevaar of kwaad" of een onbestemde angst voor God (8) volgt in een zevental hoofdstukken de behandelde stof. Elk van die hoofdstukken is onderverdeeld in drie paragrafen, die onderling sterk verbonden zijn en wel op zodanige manier; dat het volgende patroon te voorschijn komt:

Christus is: gekomen, komend verborgen.
Hij komt met: water, vuur, brood en wijn.
Zijn volk ontmoet Hem in: geloof, hoop, liefde.
Die tekenen duiden aan: vanwaar, waarheen, waar zijn we?

Opmerkelijk is echter dat de vreze des HEREN zoals de Schrift ons die tekent, weinig ter Sprake komt. Het kinderlijk afhankelijk tot de HERE opzien; tot Hem die hemel en aarde schiep en Die ons leven draagt naar Zijn grote toekomst, staat min of meer buiten het thema van het boek; evenals het in geloof door het leven gaan “in de vreze des HEREN". Koning Josafat kende dat (2 Kron. 19 : 9) en hield in zijn bestuur over het volk de oversten vóór te handelen in de vreze des HEREN, in getrouwheid en' met' een volkomen.
hart". Zij die daarvan afwijken en die ook in Gods gemeente Hem niet vrezen, hebben wel reden, beducht te zijn voor Zijn hoge Majesteit, die hen zal neerstoten(Ps. 36). Van dat laatste zwijgt het boek.

Over die verbondsrelatie van de HERE met Zijn volk spreekt dr. Vreeland zó niet. Jammer is dat. Hij had ons dan ook zoveel stof in het Spreukenboek opgenomen, kunnen voorhouden. Tekeningen naar het leven, het gewone leven, gedragen door geloof of verwoest door ongeloof. Zijn uitvoerige verhandeling ligt meer – om het heel voorzichtig uit te drukken – in het “godsdienstige” en het komt tot je als beschouwend geschreven, wat afstandelijk. Niet leven, scherp als een zwaard (Hebr. 4: 12). Zo bijv. in het hoofdstuk over “Het teken van het water”: “Wij verstaan nu dat het zichtbaar worden van de vreze des Heeren tot in het concrete leven van elke dag geschiedt op de wijze, zoals het voor ons oog verschijnt: als een samengaan van dood en leven in één teken, waarbij God Zelf in de diepte scheiding maakt tussen dood en leven. Dit geheim vindt woning in de vreze Christi, verstaan als de huiveringwekkende doortocht, die aan het leven ten grondslag wil liggen. Naar de binnenzijde valt deze doortocht te noemen een wedergeboorte en naar buiten gekeerd is er sprake van een geloof, dat zich uit in de meest wisselende vormen van het leven”. (66) Het Doopformulier spreekt wel anders, ook directer. Als je dit boek weglegt ben je geneigd te zeggen: wat mis ik er toch veel in; wat is het nodig om in deze tijd van godsdienstigheid overal “de vreze des HEREN” te kennen om behouden te blijven.

Dáárvan te vertellen is broodnodig. Resteert te zeggen: er staan toch ook veel goede bladzijden in dit boek. Overigens: Calvijn schreef in zijn Institutie, vierhonderd jaar geleden, kort en zakelijk over de vreze des Heren, boek 111, 11, 26 en ds F. van Deursen wijdde er in zijn boek "Spreuken" een afzonderlijke paragraaf aan. Ook is te wijzen op het boekje van A. Janse "Als onze kinderen de Here vrezen”.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief