Jaarorde en gemeente (1)

1985-07-12
  • Jaargang 29
  • nummer 28
"Het kerkelijk jaar heeft te weinig wortels in de Schrift. Je bent er als gemeente te sterk door gebonden. Waar blijft de vrijheid van de plaatselijke kerk? Volgen van het kerkelijk jaar is hoogkerkelijk gedoe". Dit zijn enkele uitspraken van mensen uit onze kerken die, duidelijk bezwaren hebben tegen een kerkelijk jaar. De schriftuurlijke gegevens hieromtrent zijn summier. De traditie van de kerk vindt men niet normerend. Toch is in al onze gemeenten iets gebleven van zo n kerkelijk jaar. We vier,en. immers Pasen, Pinksteren en Kerstfeest - totdat Christus komt..

Vrije keus
Onze predikanten kiezen zelf de tekst voor de preek. Bij hun voorbereiding hebben ze een grote mate van vrijheid. Hun keus hangt soms af van een vraag uit de gemeente, of ze nemen een gedeelte wat hen op dat moment bijzonder aanspreekt.
Ze kunnen voor geruime tijd een Bijbelboek kiezen, die in z’n geheel wordt gelezen of er worden enkele gedeelten uit genomen. Liefde voor de Schrift. en voor de gemeente zullen hen hiertoe dringen. Er kan veel goeds in dit alles zitten, maar de eredienst als geheel dreigt op deze wijze gemakkelijk in de verdrukking te komen.
De organisten zijn degenen die dat het eerst opmerken. Het orgelbriefje krijgen ze vaak op 't laatste nippertje of helemaal niet. De Iiturgie wordt ondergeschikt gemaakt aan de preek en ook eenzijdlig door tekstkeuze en preek gestempeld. Alle onderdelen van de kerkdienst dienen echter optimaal te functioneren.

Bezwaren
De Rooms-Katholieke Kerk heeft eeuwenlang een jaarorde gekend. Deze omvatte voor iedere zon- en feestdag een keur aan Schriftlezingen, liederen en gebeden. In de westerse kerk is deze jaarorde tot in de 16e eeuw algemeen aanvaard geweest. De reformatie bracht hierin verandering. De Lutherse, Anglicaanse en later de Oud-Katholieke Kerk bleven trouw aan de jaarorde, maar de kerken van Geref. traditie hebben ermee gebroken.
Ze hadden nogal wat bezwaren tegen de klassieke jaarorde, die hier op neerkwamen: Oudtestamentische lezingen waren nagenoeg afwezig, het bijbelgebruik was te selectief, jaarlijks keerden dezelfde lezingen terug, het verband tussen 'de verschillende perikopen’ voor dezelfde zondag ontbrak veelal. Ook vond men een bezwaar dat er geen bepaalde tekst was ,zodat de prediking tussen de lezingen heen en weer zweefde en waardoor de verkondigende kracht' wat teloor ging. Historische omstandigheden en heiligenfeesten waren vaak bepalend voor de keuze.
Op grond van deze bezwaren hebben de Geref. kerken de jaarorde vervangen door een voorgeschreven lectio continua" (doorgaande lezing, wat neerkwam op seriepreken"). De Synode van Dordrecht van 1574 besloot dit, terwijl in 1578 de Nationale Synode van Dordrecht het besluit nam geen feestdagen meer te vieren! De nog gangbare vrije keus dateert van later datum.

Kentering
Toch begint, men ook in onze kerken wat meer rekening te houden met het kerkelijk jaar. In de praktijk omvat dat echter niet veel meer dan het gedenken van feestdagen, advents- en lijdenstijd in de keuze van Schriftlezingen, teksten en liederen. Maar het volgen van een jaarorde gaat nog wel wat verder. Dat dient dan uit te komen in de volgende onderdelen: de introïtus (intochts of beginpsalm), het gebed van de zondag, de keuze van liederen, Schriftlezingen en prediking.
Niet alleen dat dit alles uitkomt in de feestdagen, maar het gehele jaar door! Binnen kerken waar men jarenlang de vrije keus gepraktiseerd heeft, kan men vrijwillig voor de discipline van een jaarorde kiezen. En dit gebeurt steeds meer. Het wijst op een kentering. De liturgische beweging is hierop van invloed geweest. In steeds breder kring gaan de ogen open voor de moeizaamheid van de vrije keus en voor de gevaren van subjectiviteit en willekeur die ermee verbonden kunnen zijn.

Ordeningsprincipe
Een jaarorde met leesrooster verlicht de last van de steeds weerkerende keuze en gaat tegen willekeur in. Er zit een aanleiding in om de voorbereiding van de kerkdienst niet· meer alleen aan de predikant over te laten. We maken er een werkgroeperedienst van en voelen ons gezamenlijk verantwoordelijk. De vragen gaan niet in de eerste plaats over de tekstkeuze van de predikant. Men zal zich afvragen welk karakter een bepaalde zondag of tijd van het jaar vraagt. Wat zullen we bidden, lezen en zingen? Dit kan men vinden in een jaarorde, b.v. uitgewerkt in "De adem van het jaar", van de Prof. Dr. G. van der Leeuwstichting.
En als men daar eenmaal mee aan het werk is, komt men tot de conclusie dat een jaarorde meer is dan een liturgisch gegeven. Ons christelijk geloof kan en mag zich niet onttrekken aan het begrip "tijd", We mogen het niet overlaten aan het burgerlijk jaar. Voor christenen is hun tijd de "tussentijd" van Pasen, Hemelvaart en Pinksteren aan de ene kant. naar Jezus' Wederkomst aan de andere kant. Daarom is de kerkelijke kalender een poging om orde en vorm te verlenen aan het leven in "deze tijd". Vanuit dit ordeningsprincipe bedrijft men. kerkenwerk en catechese. Zo kunnen we ook in huiselijke sfeer gebruik maken van de jaarorde.

Synagoge
In de synagoge had men de gewoonte om op bepaalde feestdagen vaste gedeelten uit de Schrift te lezen. Men verdeelde de Thora zo, dat men in één of drie jaar de eerste vijf boeken van Mozes in z'n geheel had doorgelezen.. Er werd op deze manier en goede verdeling van de stof bereikt.
De gelovigen' van het Oude Testament leefden van Sabbath tot Sabbath en van Pascha tot Pascha. Bij de, Joodse feesten behoorden voorbereidingstijden, wat een weerspiegeling was van de tocht door de woestijn, door de geschiedenis heen, naar het beloofde land. Men vierde onderweg de gedachtenis van de uittocht, om het uitzicht naar de toekomst open te houden. Zoals de Joden leefden van feest tot feest, zo leven de christenen nu van opstandingsdag tot opstandingsdag. Dit is al gauw uitgebreid tot een jaarlijkse viering van het Paasfeest. De apostelen zijn "zelf" getuigen van de opstanding genoemd, Zij roepen ons op te gedenken dat Jezus is opgestaan. Het paasgebeuren van kruis en opstanding is een eenheid. De Joden zijn de eersten geweest in het gedenken van de grote daden des Heren. De gemeente van Christus heeft het gedenkjaar van de Joodse synagoge overgenomen. Zo is de jaarorde, gegroeid vanuit de viering van Pascha.

De Paaskring
Rondom de paasviering ontstaat een kring van dagen. Een groot feest krijgt een voorbereidingstijd. In de bijbelse verhalen blijkt steeds het getal 40 een rol te spelen. Dus lagen veertig voorbereidingsdagen voor de hand. In sommige protestantse kringen spreekt men vim lijdenstijd, wat jammer is, want de bijbel laat de figuur van Christus veel breder zien. Het geconcentreerd zijn rondom het lijden stamt uit de tijd van het Piëtisme, toen men de behoefte gevoelde zeer bijzondere aandacht te schenken aan wat er rondom en met Christus' gebeurde in de dagen van de kruisiging, Veel schriftuurlijket is het om te bedenken dat Christus gedurende héél zijn leven heeft geleden. Er moet plaats zijn om naar Pasen toe te lezen. De hoofdmomenten van Jezus' leven komen aan de orde: de verzoeking in de woestijn (de grote worsteling met de duivel), de verheerlijking op de berg, het uitdrijven van de duivel, de wonderbare spijziging, de opwekking van Lazarus. Pas de laatste twee weken staan in het teken van liet lijden, waarvan de laatste de "stille" of "goede" week genoemd wordt.
Palmzondag staat aan het begin. Jezus' intocht in Jeruzalem staat dan centraal, terwijl ook het hele lijdensevangelie naar Mattheüs wordt gelezen. Ook Witte Donderdag wordt gevierd, vanwege de instelling van het avondmaal. Het gaat hier op de gedachtenis van· Jezus' dood, maar tevens van alle andere heilsfeiten. Op Goede Vrijdag wordt het hele lijdensevangelie naar Johannes gelezen. Stille Zaterdag is Jezus' graflegging aan de orde. Vanaf paaszondag begint de paastijd. Zeven weken vieren wij het feest van Jezus' overwinning op de dood. Het is de Vreugdetijd van de vijftig dagen. De naam van Pinksteren betekent immers de vijftigste dag. Hier moeten we even terug naar het oude Israël. Men begon de oogst op Pasen en beëindigde die op Pinksteren. Tijdens de woestijnreis werd Pasen tegelijk het feest van de uittocht uit Egypte en Pinksteren het feest van de wetgeving op de Sinaï. Door Jezus' verlossingswerk betekent Pasen de uittocht uit het diensthuis van de zonde en uit het graf, terwijl Pinksteren de leiding van God door de Heilige Geest in onze harten is. Binnen de Paaskring valt ook nog de Hemelvaart van Jezus, nl. op de veertigste dag na Pasen. Met Pinksterzondag wordt de Paaskring afgesloten.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief