Jaarorde en gemeente (2)
1985-07-26
Het begin van de periode tussen Paaskring en Kerstkring wordt gevormd door de eerste zondag na Pinksteren) de zgn. Drieëenheidszondag. Alle feesten worden samengevat in het belijden van Vader) Zoon en Geest.- Jaargang 29
- nummer 29
De zomertijd kunnen we de feestloze tijd van de jaarorde noemen. De thematiek is wat minder gericht, maar het doorgaan van de liturgie, die telkens een ander facet van de heilsweg , weerspiegelt, blijft zichtbaar; De tijd van de verwachting van het Rijk Gods is aangebroken. Vanaf de achttiende tot de vijfentwintigste zondag (de laatste van de zomertijd) na Pinksteren krijgen de zondagen duidelijk de kleur van de naderende eindtijd, de Wederkomst van Christus en de wederopstanding van de doden. De gemeente weet dan pelgrim te moeten zijn in den vreemde op weg naar het Nieuwe Jeruzalem. De overgang naar de Adventsweken is nauwelijks merkbaar, omdat dan Christus’ eerste komst in het vlees verwacht wordt in het licht van Zijn Wederkomst.
De Kerstkring
Al gauw na het ontstaan van de Paaskring volgt de viering van Epifaniën, het feest dat vertelt hoe het Koninkrijk in Christus "verschenen" is. De geschiedenis van M wijzen uit het, Oosten, Jezus' eerste optreden bij de doop in de Jordaan en de bruiloft in Kana vormden de belangrijke lezingen. De datum van dit feest werd 6 januari en een aantal daaropvolgende zondagen. Rondom het jaar 400 gaat men het Geboortefeest van Christus vieren. Het Kerstfeest begint dan in het westen het feest van Epifanie te overvleugelen, hoewel dit laatste feest wel een plaats heeft veroverd in de jaarorde, maar dan opgenomen in de Kerstkring. Op een totaal willekeurige tijd in het jaar is het Kerstfeest er gekomen. Waarschijnlijk moet hier het oude Germaanse lichtfeest dienen als heidense voorloper van het licht dat schijnt in de duisternis. Naar het voorbeeld van Pasen krijgt ook het Kerstfeest een voorbereidingstijd, nu niet van zes, maar van vier weken: Advent. Zowel de eerste als de tweede komst van de Messias staan hier centraal.
De anglicanen hebben een eigen betekenis aan deze adventszondagen gegeven: historische verwachting, profetie, de voorloper, de moeder des Heren.
Lees- en zingrooster
Uit het voorgaande is duidelijk geworden; dat de kerkelijke jaarorde is gegroeid rondom de gedachtenis van Christus, -met de grote feesten. als steunpunten.
Het eigen karakter van elke zondag komt o.a. tot uitdrukking in de Schriftlezingen.
Uit de jaarorde kunnen we afleiden, wat er gelezen moet worden op een bepaalde zondag. Zo komen we tot het opstellen van een leesrooster, waarin zowel het Oude als het Nieuwe Testament aan de orde komen. Want Wet en Profeten getuigen immers van Christus. Van Jezus wordtin de geschiedenis van de Emmaüsgangers verteld (Luc .. 24) dat Hij "begon bij, Mozes en al de profeten en uitlegde wat in de Schriften op Hem betrekking had". Daarom komt er in dat leesrooster een doorgaande lezing uit de "vijf boeken van Mozes" voor, geordend volgens een driejarig systeem, dat loopt van Pasen tot Pasen. Het ene jaar lezen we dan b.v. het Pesachverhaal uit Ex; 12, het tweede jaar uit Num. 9, het derde jaar uil Deut. 16. Daarnaast kunnen lezingen gekozen worden uit de profeten, b.v. in de tijd vóór Pasen uit Jeremia, in de paastijd uit Daniël, in de pinkstertijd fragmenten uit de kleine profeten of de geschiedenis van Elia. Van september tot advent leest men dan uit Zacharia of Esther. In de advents- en kersttijd kan achtereenvolgens gekozen worden: de profetieën van Jesaja, de geschiedenis van David en Salomo, en andere koningen. Verder bevat het rooster voor elke zondag een lezing uit de brieven, zgn. Epistellezingen. Ook het lezen uit de Evangelieën is een vast' bestanddeel van het leesrooster.
Er is veel voor te zeggen om voor een'driejarige cyclus te kiezen, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de drie evangeliën. Zo kunnen we spreken van een Mattheüs-, een Marcus-, en een Lucas-, oftewel een A-,B- en C jaar. Het evangelie naar' Johannes wordt dan als vanouds in de paastijd gelezen en verder ter aanvulling op het korte Marcusjaar.
De namen van de verschillende zondagen zijn in de klassieke jaarorde telkens ontleend aan de eerste woorden van de intechtspsalm b.v. zondag jubilate: juich heel de aarde, ps. 66 : 1 (of men zegt ook wel de 3e zondag na Pasen); zondag cantate: zingt den Heer, ps. 98 : 1 (4e zondag na Pasen); zondag exaudi van exaudivit: Hij hoorde mijn stem, ps. 18: 7. Deze zondag wordt ook de ‘weeskind zondag' genoemd, naar Jezus' belofte dat Hij ons niet als wezen zal achterlaten (Joh. 14: 18). Dit is immers de zondag na 'de Hemelvaartsdag; De eerste psalm staat dus vast in het rooster.
Alle Schriftlezingen worden onderbroken door het zingen van een psalm of gezang door de gemeente.
Na de lezing uit de Torah wordt de psalm van de week genomen. Hierin komt heel het psalmboek van begin tot eind aan de orde. Zo worden alle psalmen het eigendom van de gemeente, De Schriftlezingen uit de Brieven en de Evangeliën worden eveneens afgesloten met een lied naar keuze, maar dat moet wel betrekking hebben op het thema van de zondag. Deze liederen kunnen ver van te voren al vaststaan, uitgekozen door een werkgroep eredienst.
Orde
Het lees- en zingrooster beschermt voorganger en gemeente voor de wanorde. De Schrift komt in zijn onderling verband aan de orde. Ook de doorgaande lezing laat de boeken spreken.
Waarom zouden wij de Schriften telkens in de rede vallen? Wij mogen er hier en daar niet wat "uitplukken". De Schriften komen zelf meer tot gelding als ze worden gelezen in de. volgorde van het kerkelijk jaar, omdat deze gefundeerd is in de viering van Gods machtige daden in Christus.
Kleuren
Vanaf de tafel en de kansel hangen in vele. kerken kleden, die "liturgische kleuren" weergeven.
Welke kleur het kleed heeft hangt af van de tijd van het jaar. In de adventstijd is de kleur paars. Wij bereiden ons voor op het Kerstfeest. Paars is de kleur van de boete: wij hebben schuld voor God en Hij redt ons door Zijn Zoon te zenden. Op het Kerstfeest wordt de kleur wit. Het is de Meur van de reinheid en van het Christusfeest. Tot op de zondag na Epifanie blijft de kleur'wit, waarna wij overgaan op groen: de kleur van hoop en verwachting. Negen weken voor Pasen breekt de tijd van inkeer en boete aan, de kleur is opnieuw paars. Er is één zondag in deze tijd (nI. Zondag laetare": verheug u Jeruzalem naar Jes. 66: 10), evenals dat het geval is met zondag "gaudete": (in de adventstijd) verblijdt u, naar Fil. 4 : 4, waarop het komende feest al doorschemert: de kleur is dan roze.
Op Witte Donderdag krijgen we voor één dag witte kleden in de kerk, vanwege de instelling en tevens viering van het avondmaal, ter gedachtenis van het heil in Christus: De kleur verandert op Goede Vrijdag in zwart, vanwege de rouw. Als een gemeente die kleur niet bezit, kan gekozen worden voor rood of paars. Met Pasen, zes zondagen er na en op Drieëenheidszondag vieren we opnieuw feest, zodat de kleur wit wordt. Pinksterzondag heeft een rode kleur, omdat wij denken aan het vuur van de Geest, maar ook aan het bloed van de martelaren die van Jezus getuigden.
De zondag na Pinksteren zijn groen, omdat wij leven in de verwachting van Gods Koninkrijk.
Vanaf de ge eeuw is dit verband tussen kleur en feest er gekomen. Het is een zichtbaar spel geworden en de kleuren zijn tot herkenningspunten gegroeid, vooral ook voor onze kinderen die zich gauw tot symbolen voelen aangetrokken.
Kleurkleden willen voorhangsels zijn. Ze zijn vaak versierd met afbeeldingen die je ook elders in het kerkgebouw kunt aantreffen. Het zijn vaak motieven die met de Here Jezus of de kerk te maken hebben: kruisen lam, water, brood en wijn, vis, duif en schip. Als we kinderen in deze wereld van symbolen zullen binnenleiden, krijgen zij en wijzelf ook een beter houvast in het geheel van de jaarorde.
De praktijk
Men staat in onze kerken vaak nog wat afkerig tegenover de kerkelijke jaarorde. Maar nu doet ieder wat goed is in eigen oog. Er heerst een wanorde op dit gebied, wat nog versterkt wordt door vacature- en ruilbeurten. De vraag van de jaarorde als ordening van het leven der gemeente kan echter alleen beantwoord worden door een bezig zijn met deze ordening zelf.
Het gaat toch om de viering van de gemeente, die zo ook in staat moet zijn zich werkelijk voor te bereiden op de eredienst. Dal kan bereikt worden door publicatie van het lees- en zingrooster in het kerkblad. Thuis kan men zich dan actief voorbereiden.
Ook kunnen gemeenteleden betrokken worden in een intensief overleg met predikant en organist. De kerkdienst bestaat niet alleen uit de preek met wat omlijsting! In het Liedboek voor de Kerken kan men terecht voor de keuze van liederen, die gerangschikt staan naar de kerkelijke jaarorde. Verder wees ik al op de uitgave van "de adem van het jaar" van de Prof, dr G. van der Leeuw stichting te Amsterdam waar ook de achtergronden van het' gebezigde materiaal beschreven staan. Als laatste instrument voor het volgen van de jaarorde noem ik de publicatie van "De eerste dag", een kwartaaluitgave van De Horsting" te Amersfoort en van de Protestantse Stichting tot Bevordering van het Bibliotheekwezen en de Lectuurvoorlichting in Nederland te Voorburg (tel. 070-861779, administratie). Het levert per zon- en feestdag gegevens betreffende: psalmteksten, zondagsgebeden, lezingen en liederen, kleur van de zondag, voorbedeonderwerp, suggesties voor de organist èn een korte inleiding over de liturgie naast een bladzijde "exegetische notities" voor de uitlegger van de hoofdlezing. Er is gekozen voor een over twaalf jaar lopende afwisseling van leesordes die als resultaat heeft dat alle geschriften van Oude en Nieuwe Testament zijn gelezen. Plaatselijke werkgroepen eredienst die er dan gevormd moeten worden, zouden een abonnement op "De eerste dag" kunnen' nemen, op kosten van de kerk, Deze lectuur is vooral in 't begin erg noodzakelijk . In onze gemeenten zou een eerste stap dan kunnen zijn te beginnen met het zingen van de "psalm van de zondag" en het kiezen van gezangen en lezingen uit de voorgestelde stof. Jaarorde en leesrooster worden op de beschreven manier een praktijk van de gemeente en niet alleen van de enkeling.