Waarover spraken zij?
1986-04-04
Het kostte praeses Meulink op 22 maart enige moeite om de afgevaardigden in Enschede op hun plaatsen te krijgen, maar om 5 minuten over tien kon hij toch de tiende - en naar verwachting laatste - zitting van de Landelijke Vergadering openen met gebed en het lezen van een gedeelte uit Psalm 22.- Jaargang 30
- nummer 14
In zijn openingswoord herdacht de voorzitter ook ds W. Scheele, die op 11 maart is overleden. Hij typeerde hem als een predikant die in trouwen zachtmoedigheid zijn werk heeft gedaan, en die ondanks de kerkelijke spanningen rond de Vrijmaking en aan het einde van de jaren zestig - trouw door is blijven gaan met dat werk, en dat tot op hoge leeftijd.
Ingekomen stukken
Er lagen enkele ingekomen stukken ter tafel, waaronder het rapport van de Kommissie voor Geestelijke verzorging militairen.
De inhoud van dat rapport vraagt zeker om een nader gesprek binnen onze kerken.
Het is echter niet gebruikelijk om in een zo laat stadium nog punten toe te voegen aan de agenda van de Landelijke Vergadering, en het rapport werd dan ook tijdens deze zitting niet meer besproken.
Peiling
De PTT had maar liefst 5 voorstellen voor de (verdere) behandeling van het verzoek van de gemeente van Amsterdam-Centrum (inzake de vrouw in het diakenambt) bij de afgevaardigden bezorgd.
Alvorens echter tot behandeling van deze voorstellen te komen wilde de praeses peilen of datgene wat vanuit de sprekers tijdens de voorgaande zitting naar voren was gebracht ook representatief was voor de mening van de totale vergadering.
Klopt het dat er binnen de Landelijke Vergadering geen eenstemmigheid bestaat over de aanvaardbaarheid van de vrouw in het diakenambt? Inderdaad bleek deze hypothese juist te zijn: 15 afgevaardigden waren 'tegen', 19 waren 'voor' en 7 broeders onthielden zich van mening. De stemming bracht tevens aan het licht dat er ook binnen veel regio's geen eenstemmigheid bestaat over dit onderwerp. (Overigens stond deze peiling nog los van de vraag of op dit moment "ja" kan worden geantwoord op de vraag van de gemeente van Amsterdam-Centrum of het in de vrijheid van de plaatselijke gemeente staat om over te gaan tot het aanstellen van vrouwelijke diakenen; daarover volgt later in dit verslag meer.)
Een kommissie?
Een volgende vraag lag daarmee direkt op tafel: moet men het bij de konstatering "onvoldoende eenstemmigheid" laten, of moet er door een (nieuwe) kommissie verder worden gestudeerd op dit onderwerp?
Opnieuw bleek het dat het niet gemakkelijk was om uit de veelheid van meningen een voorstel te destilleren dat zou kunnen bogen op een ruime meerderheid binnen de Vergadering. Sommige afgevaardigden (o.a. de predikanten Van der Linde (Ede) en Van Leeuwen (Bilthoven waren huiverig voor een dergelijke kommissie, o.a. omdat via dat kommissiewerk de agenda voor de volgende Landelijke Vergadering (in 1988) al zou worden vastgelegd. Broeder Troost uit Amsterdam-Centr. waarschuwde tegen een kerk die geleid wordt door kommissies van theologen.
Anderen, zoals ds H. Smit uit Barendrecht, meenden dat dit punt wèl meegenomen zou moeten worden, omdat het toch zal blijven spelen binnen de kerken, en omdat het anders buiten de Landelijke Vergadering zal worden beslist. "Zo'n belangrijk punt glipt dan uit de aandacht van de Landelijke Vergaderingen" .
Eén van de leden van de kommissie die zich al eerder over dit onderwerp heeft gebogen, ouderling Arends uit Enschede; wees erop dat tal van vragen nog niet zijn beantwoord.
De kommissie heeft een beperkte opdracht gekregen, en door die beperkte opdracht zijn er veel punten blijven liggen.
Laat dus een nieuwe kommissie een bredere studie maken, zo luidde het advies van broeder Arends, en met hem van 3 andere leden van de kommissie.
Kortom: voor en tegen van een kommissie, nog afgezien van de vraag wat die kommissie dan precies zou moeten bestuderen.
Want hoewel er door sommige afgevaardigden ook is gesproken over de vrouw in andere ambten, daar had noch de gemeente van Amsterdam-Centrum, noch een andere gemeente om gevraagd. Formeel past een zeer brede opdracht dan ook niet op het kerkrechtelijke bordje van de kommissie.
Een nieuwe opdracht voor een nieuwe kommissie
De 5 voorstellen inzake de vraag van de gemeente van Amsterdam-Centrum pleiten allemaal voor een kommissie die zich nader gaat bezinnen op de vragen rond de vrouw in het diakenambt, maar verschillen enigszins in toonzetting wat betreft het antwoord aan de Amsterdamse gemeente.
De diskussie leidde uiteindelijk naar het voorstel dat de kommissieleden Arends, Breman, Van Deursen en (J. D.) Janse hadden ingediend. Dit voorstel werd gesplitst in stemming gebracht, waarbij eerst de konstateringen en overwegingen, alsmede het voorstel om te komen tot een nieuwe kommissie aan de orde kwamen, Het bleek dat er binnen de Vergadering een grote meerderheid was te vinden voor dit gedeelte van het voorstel. De exacte formulering van de opdracht voor de kommissie is als volgt: "De volgende LV breder van advies te dienen over de vraag of het Schriftuurlijk verantwoord is zusters te roepen tot het ambt van diaken. En zo ja, of het dan eveneens Schriftuurlijk verantwoord is dat zulke vrouwelijke diakenen samen met de broeders ouderlingen lid zijn van de kerkeraad".
Het antwoord aan Amsterdam-Centrum
Duidelijk was dus dat er behoefte bestaat aan nadere studie over de vrouw in het ambt van diaken, maar wat moest nu het antwoord aan de kerk van Amsterdam-Centr. zijn? Daarbij speelden twee vragen een cruciale rol: de (landelijke) situatie in onze kerken en de (plaatselijke) situatie in Amsterdam.
Zowel door broeder A. Troost als door ds H. de Jong werd benadrukt dat 'hun' gemeente zich niet tot de LV heeft gewend omdat men er zelf niet uit was gekomen. "Amsterdam heeft de overtuiging dat er geen enkel bezwaar bestaat tegen de vrouwelijke diaken". Niettemin wilde men over deze zaak een gesprek aangaan met de zusterkerken, dit in overeenstemming met de. besluiten van de Landelijke Vergadering in Wezep in 1978. Een weg waarvoor binnen de LV van Enschede veel waardering werd uitgesproken.
Bezorgdheid
De relatie tot de zusterkerken gaf bij enkele afgevaardigden aanleiding tot bezorgdheid. Ds Scheltens (Zalk en Veecaten) sprak van "verontrust Nederlands Gereformeerden", en vroeg de Vergadering om deze verontrusting goed te taxeren.
Ook ds Van der Kwast uit Heerde gaf uiting aan zijn bezorgdheid en vroeg zich af of de 'gewone' gemeenteleden het nog wel zouden begrijpen als er in zuster kerken vrouwelijke diakenen werden aangesteld. Ook vroeg ds Van der Kwast aandacht voor onze verhouding tot andere kerken, zoals de Christelijke Gereforméerde Kerken en de Christian Reformed Churches.
Anderzijds stelde ds W. Janse (uit Loosdrecht, maar nog sprekend namens de regio Den Haàg) dat de gemeente van Amsterdam-Centrum al 7 jaar geduld heeft geoefend. "Laat die gemeente niet nog eens 3 jaar in de wachtkamer zitten!
Hij bepleitte in het antwoord aan de kerk van Amsterdam Centrum een formulering zoals deze door ds J. Bouma uit Sliedrecht was voorgesteld: "de vraag over de vrouw in het diakenambt raakt de aard van het kerkverband, maar de LV erkent ten volle de ambtelijke verantwoordelijkheid, wanneer U het naar de Schrift verantwoord acht een zuster te roepen tot het diakenambt".
Spanningsveld
Het was duidelijk dat zich binnen de Landelijke Vergadering een spanningsveld aftekende tussen de verhouding binnen onze kerken en de (vrijheid van) de plaatselijke (Amsterdamse) gemeente. Ook als men het Amsterdamse voorstel als zodanig zou kunnen ondersteunen, is het dan wel verstandig van Amsterdam om binnenkort over te gaan tot het aanstellen van vrouwelijke diakenen? Deze vraag hield veel afgevaardigden bezig. Na een uitvoerige diskussie besloot de voorzitter de formulering van de "kommissie Arends" in stemming te brengen: "De Landelijke Vergaderingverzoekt de kerk van Amsterdam-Centrum genoegen te nemen met het feit dat de LV ten gevolge van onvoldoende eenstemmigheid thans geen uitspraak kan doen, en verzoekt tevens om terwille van de vrede in de kerken nog geen uitvoering te geven aan haar voornemen het diaken ambt "open te stellen" voor zusters".
Bij de stemming bleek het echter onmogelijk om voor deze formulering een ruime' meerderheid te verkrijgen. Negentien afgevaardigden stemden vóór, 17 stemden tegen, en er waren 5 onthoudingen.
Op voorstel van ds Van Deursen (Apeldoorn) werd dit punt dan ook uit het voorstel van de "kommissie Arends" weggelaten, en toen tekende zich een duidelijke meerderheid af: 34 vóór, 4 tegen bij 3 onthoudingen).
De Landelijke Vergadering konstateert dus dat men thans geen uitspraak kan doen over de vraag vanuit de gemeente van Amsterdam-Centr. en onthoudt zich van verdere adviezen of verzoeken aan deze gemeente.
Kommissies
In de middagvergadering passeerde een tiental kommissies (die door deze en voorgaande Landelijke Vergaderingen zijn ingesteld) nog eens de revue.
Het ging daarbij niet (meer) om het werk van deze kommissies, maar om de personen die hierin zitting nemen of hebben genomen.
Van een groot aantal kommissies was de samenstelling al bekend, maar de leden van de kommissie die zich moest gaan buigen over de vrouw in het diakenambt moesten nog wel benoemd worden.
Op voorstel van het moderamen, en na een kleine wijziging vanuit de Vergadering namen de volgende personen zitting: zuster C. M. Breman (Amsterdam-Centrum), en de broeders H. Algra (Den Helder), G. van Atten (Gorkum), M. H. T. Biewenga (Zoetermeer), J. Bouma (Sliedrecht), M. de Jonge (Voorburg) en J. D. Smit (Maastricht).
Deze kommissie zal dus met een 'breder' advies inzake de vrouw in het diakenambt moeten komen, een advies dat ruim voor de volgende Landelijke Vergadering bij de kerkeraden moet liggen.
Kerkelijke examens
Dit punt prijkte reeds verscheidene malen op de agenda van de Landelijke Vergadering, maar was nog steeds niet afgehandeld.
Vanuit de regio Dordrecht-Gorinchem was in het voorjaar van 1984 een voorstel naar de Landelijke Vergadering gestuurd, en op dat voorstel waren verscheidene amendementen ingediend. Een kommissie bestaande uit de predikanten Biewenga, De Groot en Van Keulen had verschillende alternatieven naast elkaar gelegd, waaruit de LV een keuze diende te maken.
Over het toelatingsonderzoek was al beslist (het onderzoek om beroepbaar gesteld te kunnen worden in onze kerken).
De voorkeur van de afgevaardigden voor de verschillende alternatieven bleek elkaar weinig te ontlopen; uiteindelijk bleek een krappe meerderheid te kiezen voor de lijn waarbij het zwaartepunt blijft liggen bij het eerste onderzoek, en de kerken bij de vorm van het tweede onderzoek wat meer vrijheid wordt gelaten. Tenslotte werd ook nog het onderzoek voor het verlenen van preekconsent besproken, en daarmee was het onderwerp "kerkelijke examens" afgehandeld.
Financiën
Deze tiende zitting van de Landelijke Vergadering was tevens de laatste bijeenkomst. De penningmeester (broeder Nijmeier uit Enschede) verschafte de afgevaardigden een zeer gedetailleerd overzicht van de kosten die totnutoe zijn gemaakt: van de broodjes en de reiskosten tot de huur van de aula en de kosten die door de kommissies zijn gemaakt. Hij stelde voor om de kerken jaarlijks een bedrag te vragen voor de kosten van het kerkverband, om daarmee te voorkomen dat de kerken in jaren dat de LV bijeenkomt plotseling met een hoge aanslag te maken krijgen. Want hoewel de kosten van het Nederlands Gereformeerde kerkverband in vergelijking tot andere kerken laag zijn, toch moet er rekening mee worden gehouden dat de bedragen niet altijd gemakkelijk zijn op te brengen. De afgevaardigden voelden wel voor deze redenering, maar stelden tevens voor dat de financiën dan ook zouden moeten worden beheerd door een (kleine) permanente kommissie.
Ten einde
Daarna betrad de 'assessor', ds H. Smit uit Barendrecht, het spreekgestoelte. In een humoristisch betoog met een serieuze ondertoon bedankte hij praeses Meulink voor de wijze waarop hij de Landelijke Vergadering geleid had. Ook zei hij geboeid te zijn geweest door de openingstoespraken van de voorzitter, toespraken waarin steeds weer werd gewezen op de macht van God en op onze afhankelijkheid van de Here alleen.
Ook ging de dank van ds Smit, en met hem van de andere afgevaardigden, uit naar al die mensen uit Enschede die (meestal achter de schermen) hadden gezorgd voor een goede voortgang van de zittingen van deze Landelijke Vergadering.
Voorzitter Meulink karakteriseerde de Landelijke Vergadering van Enschede als een vergadering van onze kerken waarbij·- ondanks enkele zeer moeilijke agendapunten - toch in openheid en rust, met weinig aanvaringen, met elkaar gesproken kon worden. "Ik hoop dat onze besluiten tot het welzijn van onze kerken zullen zijn", zo besloot broeder Meulink zijn betoog.
Daarmee kwam er een einde aan de Landelijke Vergadering van Enschede. Tien maal waren de afgevaardigden van de kerken uit het hele land bij elkaar geweest.
De volgende Landelijke Vergadering zal, als de Heere het wil, in het voorjaar van 1988 bij elkaar komen. Wáár, dàt is nog niet bekend.
(Wegens vertraagde bezorging door de PTT een week later gepubliceerd dan de bedoeling was.)