Pastorale Notities
1985-01-04
Billijk- Jaargang 29
- nummer 1
Op oudejaarsavond zoekt menigeen Psalm 90 op, om die te lezen of voor te lezen. Maar is Psalm 90 een geschikte psalm voor het einde van 1984?
Dr Okke Jager ontkent dat in zijn boek "Daglicht" (Kampen 1967), hij noemt in dat verband ook mijn naam en hij geeft enkele citaten uit wat ik ooit over Psalm 90 schreef. Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik over Psalm 90 anders ben gaan denken dan de traditie doet, door een preek van ds A. Troost, gehouden in Waardhuizen, tegen het eind van 1948. Troost was toen predikant in Vleuten.
Over Psalm 90 is nogal wat te zeggen. Als wij weemoedig voorlezen, dat wij door Gods toorn vergaan en door Zijn grimmigheid verdelgd worden, dan denk je: Als dat eens waar was! ' Gelukkig is het niet waar. Dat onze dagen voorbijgaan door Gods verbolgenheid (zo staat het er) is een vreselijke gedachte. Dat God onze ongerechtigheid vóór zich stelt, het zou niet best zijn als het waar was. Het is beter om te horen, dat God een welbehagen heeft in goedertierenheid en dat Hij onze ongerechtigheden zal vertreden en onze zonden werpen in de diepten van de zee, zoals Micha daarvan zingt in het slot van zijn boekje, het boekje waarin Betlehem Eirata voor het voetlicht gehaald wordt.
Psalm 90 is, om zo te zeggen, gedateerd. Het is een lied van Mozes in de woestijn. In die veertig jaren verging het volk door Gods toorn; niemand van de volwassen levenden die in ongeloof Gods beloften hadden veracht, zou het beloofde land zien en daarom moesten de Israëlieten de jaren maar gaan tellen, aftellen, om wijs te worden uit de jaren van toorn des HEREN.
Maar het gaat mij nu vooral om Psalm 90 vers 15; vandaar het opschrift boven deze notitie.
Verheug ons náár de dagen waarin Gij ons hebt verdrukt.Naar de jaren waarin wij onheil hebben gezien Mozes pleit op Gods billijkheid. Veertig jaren hebt Gij ons verdrukt, als wij eindelijk de grenzen van Kanaän overschrijden en door de Jordaan mogen trekken.
Mogen we dan verwachten dat Gij daar veel tegenover stelt? Naarmate wij verdrukt zijn, zult Gij ons zegenen, zo bidden wij.Hoe dieper het leed, des te sterker de vertroosting!
Hetzelfde zie je in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus. Abraham zegt in die gelijkenis tot de rijke: Gij hebt het in uw leven goed gehad en Lazarus leefde onder het bestaansminimum. Nu worden de rollen omgekeerd. Nu wordt hij vertroost en gij lijdt pijn.Zoiets zal Jakobus ook bedoeld hebben als hij schrijft dat de barmhartigheid roemt tegen het oordeel.
Het Woord van God zegt dat trouwens op zeer vele bladzijden: er is vergelding, ook in die zin, dat wie bijzonder verdriet kende, buitengewone vergoeding zal ontvangen. En zo is Psalm 90 : 15 moedgevend voor al diegenen, voor wie 1984 erg moeilijk was. Wie weet zet God er in 1985 veel goeds tegenover!