Geestelijke verzorging van militairen
1986-04-11
De commissie van de Nederlands Gereformeerde kerken voor de geestelijke verzorging van militairen heeft het volgende rapport uitgebracht aan alle Ned. Geref. kerken en aan de Landelijke Vergadering, het werd door die vergadering behandeld op 22-3-1986.- Jaargang 30
- nummer 15
1. De commissie heeft thans de volgende samenstelling:
a. Drs G. Roukema te Lelystad, voorzitter.
b. Dhr G. S. van der Bijl te Ugehelen.
c, Majoor der Cavalerie Mr C.H. Blok te Soest.
d. Mr E. J. Groeneveltte Voorschoten.
e. Ds J. Goudzwaard te Nijkerk.
f. Kolonel van de Kon. Luchtmacht W. Hartman te Reindahlen, BDR, penningm.
g. Eerste Luitenant der Infantrie P. C. van Helden te Apeldoorn.
h. Kapitein der Mariniers P. van 't Hoff te Beusichem.
i. Ds J. A. de Vries te Culemborg.
j. Kolonel der Kon. Marechaussee b.d. B. H. van Wijk te Apeldoon.
k. Kolonel van de Kon. Luchtmacht b.d. P. Smit te Alphen aan den Rijn, secretaris.
2. De volgende Ned. Geref. legerpredikanten zijn in vaste dienst werkzaam bij de Kon. Landmacht. Zij nemen deel aan nagenoeg alle vergaderingen van de commissie. De samenwerking is zeer hecht.
a. Ds P. Dekker bij legeronderdeel te Bussum.
b. Ds J. Planting a bij legeronderdeel te Steenwijk.
c. Ds J. M. Smelik bij militair hospitaal te Utrecht.
Ons is meer dan eens verzekerd dat het werk van deze predikanten zeer wordt gewaardeerd, vooral ook door de hoofden van dienst voor de geestelijke verzorging van militairen.
Dat was eveneens het geval met de predikanten die sinds de LV te Breukelen de militaire dienst met eervol, ontslag hebben verlaten wegens het bereiken van de 55-jarige leeftijd, t.w. Ds J. Goudzwaard, Ds M. van Veelen en Ds J.A. de Vries.
3. Helaas zijn er thans geen Ned. Geref. luchtmacht- en vlootpredikanten. Het is evenwel verheugend dat de procedure voor de benoeming per Koninklijk Besluit van Ds W.H. Louwerse te Langerak tot luchtmachtpredikant in een vergevorderd stadium verkeert.
Naar verwachting zal hij na enige maanden in dienst treden bij de Kon. Luchtmacht. De werving van· nieuwe krijgsmachtpredikanten, één van onze hoofdtaken volgens onze door de kerken geaccordeerde taakomschrijving, zal worden voortgezet, waarbij wij voor ogen hebben het aantal. Ned. Geref. krijgsmachtpredikanten tenminste weer op vijf te brengen en enige reservekrijgsmachtpredikanten daaraan toe te voegen. Wij zijn nog steeds van mening dat de om vang van de groep van predikanten werkzaam binnen, de gemeenten, aangevuld met de aanstaande predikanten, zulk een doelstelling toelaat. Bij de werving geldt een leeftijdslimiet van 40 jaar. Daarbij handhaven wij als beleidspunten dat een aanstaand krijgsmachtpredikant in een gemeente werkzaam moet zijn geweest, terwijl: een predikant door ons niet wordt benaderd met een formeel beroep als hij zijn huidige gemeente nog niet gedurende tenminste 3 jaar heeft gediend.
4. De inbreng van de Ned. Geref. kerken in het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken Militair (CIO-M), een forum waarin de Protestantse kerkgenootschappen die predikanten aan de krijgsmacht hebben afgestaan alsmede, als adviseurs, de hoofdvlootpledikant, de hoofd legerpredikant en de hoofdluchtmachtpredikant zitting hebben, is gewaarborgd door het lidmaatschap van onze voorzitter. Secundi zijn Ds J. Goudzwaard en Ds J. A. de Vries. Die inbreng wordt in het CIO-M van groot belang geacht.
5. Standpunten ingenomen door het Ned. Geref. lid in het CIO-M (voorbesproken in de commissie) kunnen zaken beinvloeden die andere CIO's regarderen, bijvoorbeeld die betreffende gevangenispredikanten in dienst van de overheid. Coördinatie is nodig tussen de Ned. Geref. leden van het CIO-Militairen het CIO-Justitie alsmede van het overkoepelende CIO. De commissie veronderstelde dat de coördinatie feitelijk zou moeten worden uitgeoefend door de Landelijke Vergadering maar achtte dit in de praktijk niet uitvoerbaar.
De commissie heeft daarom, met Uw welnemen, besloten de coördinatie op informele wijze en op ad hoc basis te zullen nastreven.
6. Enkele onderwerpen van het beraad in het CIO-M zijn de volgende.
a. Beroepsmilitairen die hun kerk verlaten wegens kerkelijke uitspraken en standpunten die, hun werkkring raken en wegens het demonstratieve geweld dat er deels mee gepaard gaat.
b. De druk van bezuinigingen bij, defensie die ook de diensten van de geestelijke verzorging raken waardoor functieplaatsen voor geestelijke verzorgers werden opgeheven. (Aanzienlijke werkverzwaring voor de geestelijke verzorgers.)
c. De financiële moeiten van "Pro Rege" en het "Protestants Interkerkelijk Thuisfront" waardoor verscheidene militaire tehuizen (werkterrein voor geestelijke verzorgers) moesten worden. gesloten, een effect mede veroorzaakt door afgeslankte subsidiëring door de overheid.
d. De verhouding van de omvang van de Protestants Geestelijke Verzorging tot die van de Rooms-Katholieke en de Humanistische; de Rooms-Katholieke kerk heeft moeite met het vullen van vacatures voor aalmoezeniers en het Humanistisch Verbond streeft sterk naar uitbreiding van het aantal raadslieden, hetgeen, als het zich zou manifesteren, ten koste zou gaan van de geestelijke verzorging vanwege de kerken.
e. De toenemende vervreemding in de relatie van vele krijgsmachtpredikanten met hun kerken.
7. De zojuist genoemde onderwerpen vormen een afspiegeling van de punten die ook tijdens ons commissieberaad stelselmatig aan de orde zijn. Daarvan neemt het laatstgenoemde onderwerp een belangrijke plaats in. De commissie heeft de relatie van krijgsmachtpredikanten met hun kerk meermalen besproken zowel in algemene zin als toegespitst op de Ned. Geref. krijgsmachtpredikanten. Daarbij waren onze legerpredikanten steeds aanwezig. De laatste keer gebeurde dat aan de hand van het bijgevoegde document “De krijgsmachtpredikanten en hun kerk” dat ook in het CIO-M aan de orde is. (Dit document is aanwezig bij het locale scribaat van de Ned. Geref. Kerk).
8. De commissie is van mening dat U, en in het bijzonder de plaatselijke kerken die een predikant voor de geestelijke verzorging van militairen hebben afgestaan of als lid in hun midden hebben, van de in het bijgevoegde document geschetste tendensen op de hoogte moet zijn. Daarbij zij opgemerkt dat de situatie met betrekking tot onze, legerpredikanten gunstig afsteekt tegen, die binnen de meeste. andere kerkgenootschappen.
Dat is ook het oordeel binnen het CIO-M.
Onze legerpredikanten gaan veelvuldig voor in de erediensten van onze kerken en vervullen soms nevenfuncties zoals een plaatselijk consulentschap.
Maar dit heeft niets te maken met hun functioneren in de krijgsmacht; ook in onze kerken schort het aan meeleven en aan belangstelling voor hun hoofdtaak in militaire dienst.
Ook binnen onze kerken is verbetering mogelijk en nodig, bijvoorbeeld door onze krijgsmachtpredikanten uit te nodigen verantwoordende voorlichting te geven tijdens kerkeraads-, regio- en gemeente vergaderingen en door hun werk tijdens de kerkdiensten in gebed op te dragen aan de Here onze God en Vader.