Vrijgemaakte vreemdelingen
2008-03-14
Op 15 maart 2008 begint in Zwolle de Generale synode van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Op tal van punten zal de synode positie moeten bepalen temidden van de spanningen die de vernieuwingen van de afgelopen jaren binnen deze kerken hebben opgeroepen. Aan de vooravond van deze synode die koers moet uitzetten naar de vrijgemaakte toekomst, een terugblik op het vrijgemaakte verleden.- Jaargang 52
- nummer 6
In 2005 werd aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) een studiedag gehouden over de vroege vrijgemaakt gereformeerde kerkgeschiedenis.
Daar werden de uitkomsten van een aantal studies over dat vroege vrijgemaakte verleden gepresenteerd: studies over de visie op de Doorbraak (van christenen naar de niet-christelijke Partij van de Arbeid), de verzorgingsstaat met AOW en armenzorg, opvoeding en kunst en cultuur, en de kwestie-Kralingen. De teksten van de betreffende toespraken en co-referaten zijn, aangevuld met een stevige analyse van de Kamper kerkhistoricus Te Velde, in Vrijgemaakte vreemdelingen gebundeld.
De schrijvers laten zien, hoe de vrijgemaakten van vroeger in krachtige, religieus geladen bewoordingen stelling namen tegenover de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen van hun dagen. Het werk van de VN, de Europese integratie en de (toen nog bescheiden) opbouw van de verzorgingsstaat met zijn grotere rol voor de overheid werden gezien als 'satanische' manifestaties, uitingen van 'het rijk van de antichrist'. De PvdA werd als een totalitaire macht beschouwd die bezig was het Communistisch Manifest uit te voeren, het pad te effenen voor de communisten en zo ons land naar de ondergang te leiden.
De vroege vrijgemaakten zagen in deze ontwikkelingen de contouren van het Beest uit Openbaring 13: de (eind)tijd van Openbaring 13 die Johannes nog als visioen zag, werd in hun dagen werkelijkheid, geloofden ze.
Het zijn opvattingen waar we anno 2008 met ogen op steeltjes naar kijken.
Vrijgemaakte vreemdelingen, inderdaad. Hoe het van deze visies gekomen is tot de latere aanvaarding van de verzorgingsstaat c.s. en hoe het kan dat vandaag de dag de PvdA eerder als een bondgenoot in de strijd tegen het liberale marktdenken wordt gezien dan als een trawant van de antichrist, daarover gaat het boek niet. Het hoe en waarom van deze omwenteling lijkt me een vervolgonderzoek en een proefschrift waard.
Het gaat ook over ons
Het is verleidelijk om afstandelijkmeewarig te kijken naar deze vrijgemaakte vreemdelingen: die vrijgemaakten toch, hoe is het mogelijk dat ze toen zo dachten! Maar pas op, het boek gaat ook over óns. In elk geval als Nederlands gereformeerden van boven de vijftig delen we met onze vrijgemaakte leeftijdgenoten tot halverwege de jaren zestig een gemeenschappelijk verleden. We kunnen ons verbazen over de stelligheid waarmee de vrijgemaakten van toen met een direct beroep op de bijbel en op de wil van God snoeiharde standpunten over AOW, verzorgingsstaat, Europese eenheid etc. innamen. Maar onder de hardliners van de jaren veertig en vijftig komen we ook namen tegen als F.A. den Boeft, R.H. Bremmer, D.J.Buwalda, B. Jongeling, C. Veenhof en G. Visee: vrijgemaakte voormannen uit de jaren veertig en vijftig die na de scheuring van 1967 aan de buitenverbandse kant van de breuklijn terecht kwamen, vóór die tijd teruggingen naar de Gereformeerde kerken synodaal (Den Boeft) of, wanneer ze vrijgemaakt bleven (Bremmer), sterk met de latere Nederlands Gereformeerden sympathiseerden.
Ook een deel van de latere Nederlands Gereformeerden verbond in het vroege vrijgemaakte leven zwart-witte standpunten op maatschappelijk, kerkelijk en politiek gebied een-op-een met het 'Zo spreekt de Here'. Wie de bloemlezing heeft gelezen, die Jan Lakerveld recent heeft gegeven uit de eerste jaargang van Opbouw, kan zich daar zeker iets bij voorstellen. Ook dat aspect stelt ons overigens voor vervolgvragen. Veel van het vroegere Schriftberoep kunnen we vandaag moeilijk meer meemaken.
Maar laten wij dan van de weeromstuit de bijbel dicht? Wordt het: ik vind en ik voel? Of blijven we ervoor gáán (als vrijgemaakten, als Nederlands Gereformeerden én samen) om de Schriften te openen, van daaruit naar de werkelijkheid te kijken en zo te zoeken naar Gods wil voor vandaag?
Uitslaande brand
Het enige echt kerkelijke verhaal in de bundel gaat over de kwestie - Kralingen Toen ik met mijn ouders in 1965 lid werd van de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) van Rotterdam- Kralingen, werd naar deze 'kwestie' verwezen als een zwarte bladzij in de geschiedenis van de gemeente.
Niemand kon of wilde me toen uitleggen waar het in die kwestie precies om draaide. Maar dankzij de bijdrage van F.J. Bijzet in Vrijgemaakte vreemdelingen weet ik het nu. En verbaas ik me erover hoe een kleine binnenbrand die ontstond door het grote ego van één kerklid, een uitslaande brand werd die een gemeente verscheurde, mensen van de kerk en van God vervreemdde en kerkelijke vergaderingen vele honderden uren werk bezorgde. Ik stem co-auteur W. Smouter toe, dat latere Nederlands gereformeerden in dit conflict door het formalistisch minimaliseren van de helpersrol van het kerkverband niet echt hebben meegeholpen om de brand tijdig te blussen. Ik vraag me daarbij af, of we dat zuurdesem in de NGK wel helemaal kwijt zijn. Hebben we echt collectief onze frustraties over een bemoeizuchtig en heersziek kerkverband van ons afgeschud? Of kost het ons nog steeds moeite om het kerkverband (regionaal, landelijk) als een helper in nood te zien om vrede, eenheid en/of waarheid te bewaren of te herstellen? De laatste tijd wordt in diverse regio's weer gesproken over het terughalen van de kerkvisitatie. Dat zou kunnen wijzen op eerherstel voor de helpersrol van het kerkverband.
Zelfonderzoek
Het beste deel van Vrijgemaakte vreemdelingen is wat mij betreft de afsluitende bijdrage van hoogleraar kerkgeschiedenis M. te Velde. In een gedegen stuk kerkelijk zelfonderzoek legt hij de kracht en zwakte van de vrijgemaakte opvattingen en de vrijgemaakte stijl van vroeger bloot. Hij signaleert daarin onder meer, hoe na de Vrijmaking het denken over de kerk is weggeraakt uit de brede bedding van bijv. Calvijn en Bavinck en is ontspoord in de richting van de enige-ware-kerk-visie. Het is de korte samenvatting van wat wijlen C. Veenhof in Om kerk te blijven honderden pagina's achtereen aantoont.
Te Velde wint er geen doekjes om: 'Deze versmalde en tegelijk zo normatief en religieus gefundeerde kerkvisie heeft veel problemen veroorzaakt'.
Hij noemt het pijnlijk 'dat in de jaren – zestig het verzet hiertegen krachtig en kerkscheurend de kop werd ingedrukt' en legt daarmee de verantwoordelijkheid voor de breuk, althans wat dit thema betreft, uitdrukkelijk bij de vrijgemaakte synodes van toen.
Te Velde pleit op dit punt voor vervolggesprek en vervolgonderzoek en spreekt de hoop uit op een consensus in de taxatie van dit deel van het eigen verleden. 'Die moet dan wel uitmonden in het openleggen van dit zelfinzicht voor de Here God, bij wie genade en vergeving te vinden zijn.
Een kerk waar te weinig bescheidenheid is en te veel zelfrechtvaardiging, en die te grote woorden spreekt, bouwt een onderhuidse spanning en achterstallig onderhoud op. Dat kan alleen in de weg van verootmoediging en erkenning van schuld worden weggenomen. En het openleggen tegenover God moet dan ook zijn vervolg krijgen in openhartige erkenning van zonden en gebreken tegenover anders-kerkelijke christenen, en met name ook de broeders en zusters van hetzelfde huis met wie in de jaren zestig een breuk werd voltrokken.' Voor zijn eigen aandeel door de jaren heen komt Te Velde vervolgens persoonlijk tot die openhartige erkenning.
Het zijn woorden om stil van te worden.
Ik hoop en bid dat ze ooit eens namens de vrijgemaakte kerken als geheel door hun synode worden uitgesproken.
Te Velde's analyse leidt wat mij betreft overigens tot een indringende vraag aan onszelf als Nederlands gereformeerden. Wat is ons aandeel in de breuk die we als schuld hebben te belijden? Niet in vage, algemene termen over 'de zonden en zwakheden die uiteraard ook ons hebben aangekleefd', maar concreter: waarvan zeggen wíj, terugkijkend: dat had niet zo gemoeten en gemogen?
N.a.v. M. te Velde en J. Werkman (red.), Vrijgemaakte vreemdelingen.
Visies uit de vroege jaren van het gereformeerd-vrijgemaakte leven (1944-1960) op kerk, staat, maatschappij, cultuur, gezin. De Vuurbaak, 2007.
Ad de Boer is redacteur van Opbouw.