Pastorale notities
1986-05-02
Reitsma en z'n vrouw waren gezegend met talrijk kroost en hoe gaat dat, je wilt als ouders dat ze zich in de maatschappij een goed bestaan verwerven.- Jaargang 30
- nummer 18
Daarom werd er thuis sterk achterheen gezeten, dat ze hun best deden op school. Enkele jongens doorliepen met meer of wat minder moeite de lts, één was er, die volgens 't schoolonderzoek voor de mavo in aanmerking kwam. De trots van de dochters: die broer zou naar kantoor gaan en een wit overhempje dragen. Reitsma was een wijsgeer, een denker en hij begon over dat moeizaam schoolgaan wat anders te denken. Hij zei tegen de jongste: doe niet teveel moeite. Zorg dat je de domste bent. Nu kon die jongen ook niet veel, vandaar de overwegingen van z'n vader. Die zei: De maatschappij heeft straks maar enkele keien nodig en verder alleen maar domme mensen; voor 't vuilste werk.
Ik denk dat er aan jou straks meer behoefte is dan aan je broers.
De vader zag"t niet helemaal goed, want de ontwikkeling liep nog anders. Hier het verhaal van een man die een goede betrekking had bij de rijksoverheid.
Zijn werk bracht mee dat hij met het grote bedrijfsleven veel contacten had. Dat bedrijfsleven moest meer lucht hebben, weet U wel? Vandaar dat ze die man aanboden over te stappen.
Hem werd het dubbele salaris geboden. Ambtenaren moeten inleveren, is 't niet? Hij ging. De overheid klaagt dat de besten de overheidsdienst verlaten; het bedrijfsleven betaalt beter. In de bezuinigingen van de overheid werd ook ruimte gemaakt voor de ontkoppeling van lonen en uitkeringen. Nu gaat de maatschappij nog verder dan Reitsma dacht. De keien krijgen een hoge functie bij het bedrijfsleven.
Wie wat minder is, blijft hangen bij de overheid. En dan krijg je de grote massa van de uitkeringsgerechtigden, die, steeds verder wegdrijft van de bekwame broeders. We maken ons druk over de euthanasiewet en de liberale abortuspraktijken, we zien niet in, dat "zich in de maatschappij op een ander punt een ontwikkeling , doorzet die beslist anti-christelijk is. Van het begin af loopt er een spoor door de Bijbel dat aangeeft hoe God voorkeur heeft voor de zwakken. Inde naamgevingen vind je het soms: Abel, Enos. Paulus is op dit punt niet onduidelijk: God heeft, wat voor de wereld zwak is, uitverkoren, om wat sterk is te beschamen. En hij zou in onze tijd niet zeggen: Ze hebben toch hun uitkering? We zijn toch nog wel een beetje goed voor hen?
Nee, hij komt met de opmerking, wat het materiële betreft: ..."en er zodoende gelijkheid zij" (2 Kor. 8: 14). Mocht men in christelijke kring met deze dingen eens werkzaam zijn, (zoals de ouden zeiden)!