Lofzang
2011-05-27
In de vreemde kerk zit ik naast een oude mevrouw, die blijkens de mededelingen vandaag 81 jaar is geworden.- Jaargang 55
- nummer 11
We zingen in deze dienst naast psalmen een paar liederen uit het Liedboek. Geen onbekende melodieën, maar ook niet de gemakkelijke meezingers. Mijn jarige buurvrouw zingt feilloos mee en ik hoor haar moeiteloos de c en d halen waar ik al een octaaf lager ga. Waarom lukt mij dat nou niet meer? Ooit kwinkeleerde ik er lustig op los, ook die hoge noten. Vroeger thuis in het kleermakers atelier van mijn vader, waar de naaisters bij gebrek aan een radio tweestemmig de liederen van Johannes de Heer zongen. Ik zat er bij in mijn hobbelpaardje en kende na verloop van tijd de versjes uit mijn hoofd. Gezongen werd er altijd.
In de kerk, op school en onder de afwas. In mijn eigen gezin ben ik daar lekker mee doorgegaan. Eerst samen.
Later met de kinderen het hele psalmboek door, waarbij vooral de onbekende psalmen moesten worden aangeleerd. Toen kwam het Liedboek er bij, en de liederen van Hanna Lam en Wim ter Burg. Weer later deed de gitaar zijn intree in ons gezin en zongen we alles wat voorhanden was. We hebben het lang volgehouden.
Maar toen de jongste telg het huis uitging daalde er een diepe stilte op ons neer. We hadden het niet in de gaten.
Op bezoek bij de dochter met het vijftal waar vrolijk gemusiceerd en gezongen wordt, halen we ons hart maar weer eens op. Maar het kwartje valt pas als we een dag bij zus en zwager zijn. Ook hier is het huis stilgevallen, de vogels allemaal uitgevlogen. Wel kwetteren en fluiten in de tuin de echte vogeltjes in Henks volière op alle toonhoogten en riedeltjes.
Tegen de avond tovert mijn zus in een oogwenk een heerlijke maaltijd op tafel. Na het toetje komt vanzelfsprekend de Bijbel aan de beurt, gevolgd door het kalenderblaadje van de dag.
Tot zover niets nieuws, wij zijn niet anders gewend.
‘Nu nog het lied,’ zegt mijn zus en reikt ons een Liedboek aan. Even later zingen we met z’n vieren a capella het gezang bij het kalenderblaadje.
Dat zingen zijn ze gewoon blijven doen, ook al zijn ze maar met z’n tweeën.
Dat zie ik voor me en ik moet er een beetje om lachen. Niet alleen omdat die twee op deze manier iedere dag samen zingen. Maar omdat ik nu pas door heb dat wij de laatste jaren zijn vergeten de lofzang in ons minigezin gaande te houden. Een leermoment, zeggen we vandaag.
We zijn dus weer aan het zingen gegaan. Dat wil zeggen: Koos speelt, ik zing. Net als vroeger. Minder goed, want mijn stem blijft in de lage regionen, dus ik wissel nog al eens als het me te hoog gaat. Maar wat geeft dat. En deze zondag zit ik in de kerk zomaar naast een leuk joch dat enthousiast meezingt. Hij heeft er geen idee van hoe ik daarvan geniet.
Ytje Veefkind is lid van de NGK in Amersfoort-Noord.