Een kleine gemeente...hoe moet dat? (1)
1985-08-16
We leven in onze Westerse wereld, in heel Europa, met overblijfselen van een, naar het lijkt, voorgoed voorbije tijd.- Jaargang 29
- nummer 31
Er is geen stad of er staat een grote kathedraal en geen dorp zonder een forse kerk. Het zijn meestal prachtige gebouwen, doch die veelal bijna uitsluitend tot culturele monumenten zijn geworden.
Als ’s zondags de klokken luiden, geven nog weinigen daaraan gehoor. Het is een schamel groepje mensen, dat zich verzamelt als gemeente. Veel ouderen zaten als kinderen nog in grote kerkgebouwen, die geheel gevuld waren. Onze gemeenten zijn ook klein geworden. Soms zo klein, dat het moeilijk is te blijven bestaan. Soms ook zo klein, dat het onmogelijk is een eigen predikant te hebben.
De vraag is nu: wat moet er met die geslonken gemeenten? Kunnen we nog wel verder met het vaak slobberende gewaad van de ons bekende kerkelijke structuur?
Over deze materie dragen we hier graag wat aan om over na te denken, over te praten en te zoeken naar begaanbare wegen in veranderende en veranderde situaties.
Vaste structuren
In de loop der eeuwen hebben zich in de gemeente van Christus overal structuren gevormd, uitgaande van en bouwend op wat het Nieuwe Testament daarover heeft gezegd. Soms ook zijn er allerlei vergroeiingen en misvormingen ontstaan, zoals dat bijvoorbeeld blijkt uit de eenhoofdige organisatiestructuur binnen de rooms-katholieke kerk met een heel systeem van hiërarchie. Voor ons is het duidelijk, dat dit hiërarchisch gebouw, hoe perfect het ook in elkaar zit en hoe geolied deze machine ook loopt, te verwerpen is. Uit de geschiedenis der kerk weten we overigens ook hoe moeizaam het gaat vaste structuren te veranderen. Immers, ze zijn eerbiedwaardig, maken een betrouwbare indruk vanwege de oudheid en wat zo is gegroeid, krijgt een gewicht en een autoriteit die vaak nauwelijks kritiek verdraagt.
Ook binnen de Reformatie hebben zich weer vaste structuren gevormd, die overal tot nu toe zijn terug te vinden.
Immers in onze gemeenten vinden we overal als vast patroon drie soorten ambtsdragers of drie diensten om leiding te geven en te dienen, namelijk dienaren des Woords of predikanten; ouderlingen en diakenen.
Elke gemeente zal ernaar streven om in haar midden een predikant te 'hebben, die belast is.
met "de verkondiging van het Woord van God, de bediening van de sacramenten, het voorgaan in de openbare gebeden van de gemeente, het met zijn medeambtsdragers herderlijk zorgen voor de gemeente en haar leden, het verdedigen en doorgeven van de zuivere leer en het onderwijzen van de jeugd der gemeente en van allen die onderwijs behoeven" (Artikel 11, Akkoord van kerkelijk samenleven). Normale regel bij ons en bij de kerkelijke wereld om ons heen is verder, dat de predikant een wetenschappelijk-theologische opleiding heeft genoten.
Afwijking van deze regel is mogelijk doch wel uitzonderlijk Blijkbaar moeten alleen niet-theologen ook nog iets extra's hebben, namelijk bijzondere of "singuliere" gaven, Wat verder vast is, is de aanwezigheid van ouderlingen, die als dienst hebben "het weiden van de gemeente als kudde Gods, het trouw bezoeken van de leden van de gemeente, het toezien op de leer en wandel van medeambtsdragers, en het tezamen met de dienaren des Woords oefenen van de kerkelijke tucht" (Artikel 13, Akkoord van kerkelijk samenleven).' En tenslotte kennen we de diakenen, die tot taak hebben "het verlenen van christelijke hulp aan de leden der gemeente die in nood verkeren, en 'hen met raad en troost bij te staan. Naar vermogen zullen zij ook anderen hulp bieden" (Artikel 14, Akkoord van kerkelijk samenleven).
Drie ambten en vacante gemeenten
We kunnen zeggen, dat een gemeente, groot of klein, uitgaat van drie ambten. Die van: predikant, ouderling en diaken. Meestal zullen ouderlingen en diakenen zondermeer in ,een gemeente aanwezig zijn. We hebben tenminste nog nooit in ons handboekje bij een gemeente zien staan: Ouderlingen: vacant, of diakonie: vacant.
Ondertussen komt nu wel de gedachte op of een gemeente, die geen eigen predikant kan hebben of heeft - en we kennen kleine kerkjes, waar dat al bijna 20 jaar het geval is - misschien een incomplete gemeente is.
In ieder geval wordt door de vermelding: deze gemeente is vacant, de suggestie gewekt, dat er iets zeer wezenlijks ontbreekt. Ja, we vragen ons ook af of zulke gemeentes zich meestal ook niet gedragen als arm en behoeftig, niet in staat en niet gerechtigd om alles te doen wat in Gods gemeente moet gebeuren.
En dan behoeven we maar even te herinneren aan de taken, zoals die bij de predikant werden opgesomd.
Wat moet er dan in zo'n vacante gemeente met:
- de verkondiging van het Woord van God
- de bediening van de sacramenten
Het lijkt erop, dat deze twee taken de meeste moeite geven, als een predikant ontbreekt. Wat de andere taken betreft, we hebben nog nooit een verzoek horen doen aan een predikant om in een vacante gemeente voor te gaan inde openbare gebeden. Een dominee wordt gevraagd te komen preken en als dat toevallig zo uitkomt ook de sacramenten te bedienen.
Voor vacante gemeenten lijken doorgaans ook maar weinig andere oplossingen te zijn dan door van dichtbij of van heinde en ver, een predikant van een andere gemeente; die wel compleet is, voor een zondag te laten komen. Een andere mogelijkheid, die meer het karakter van een noodsprong heeft, is uit de eigen gemeente een ouderling de zondagse diensten te laten doen waarbij een preek van een predikant wordt voorgelezen. Zo'n dienst' wordt ook wel "leesdienst" genoemd. Weliswaar zal dit geen tegenstelling bedoelen te zijn met een "dienst des Woords", alhoewel in de beleving -en zou het alleen maar de beleving zijn? Bij velen er in ieder geval een kwalitatief verschil is. We mogen ons afvragen of zo'n "leesdienst" een dienst zonder verkondiger en dus zonder verkondiging is, een dienst zonder predikant en dus zonder prediking? We vragen maar, want vragen maakt wijs.
In dit kader lijkt dit het goede moment te zijn om onze blik te richten 'Op een aantal dingen in het Nieuwe Testament. Hoewel we niet van plan zijn om heel uitvoerig de nieuwtestamentische gegevens wat betreft de gemeente van Christus en de ambten daarin te gaan bespreken, lijkt het toch goed enige aandacht daaraan te schenken.
Doch deze bespreking zullen we bewaren tot een volgende keer.
(wordt vervolgd)