Beneden de maat
1985-08-16
Volgens het verhaal moet het eeuwen geleden in China gebeurd zijn. De keizer had duizend gasten voor een feest uitgenodigd. Ze waren allemaal zeer vereerd.- Jaargang 29
- nummer 31
Bij de uitnodiging zat echter één verzoek: laat elke gast een fles wijn van zeker merk meenemen.
De gasten verbaasden zich over dat verzoek. De keizer was immers rijk genoeg om hen van spijs en drank in overvloed te kunnen uitdelen? Zij wilden zich echter niet verder met de zaak van de keizer inlaten. En zo geschiedde het dat alle gasten op de dag van het feest aankwamen met een fles in hun hand. Door de keizer werden zij uitgenodigd de fles te legen in een groot vat dat bij de ingang van het paleis stond. Alle gasten deden naar het verzoek van de keizer. Het feest begon.
Na enkele toespraken, hapjes en dansen nodigde de keizer de gasten uit, met hem uit het vat te drinken, waar de wijn, door allen meegebracht, in was gegoten.
De gasten voelden nog geen nattigheid. Uitbundig liepen zij naar het vat toe. De keizer echter liep met somber gezicht. Sommige gasten vroegen zich af, wat daarvan de reden was. Het werd doodstil toen de keizer het vat aansloeg. Uit het vat stroomde alleen maar water. Wat was het geval? Iedere gast had gedacht: op zoveel uitnodigingen zal het er niet op aankomen dat ik, in plaats van wijn, water meeneem. Dat zal niet gemerkt worden. En zo hadden zij allen gedaan. Beschaamd dropen zij af, ze durfden elkaar niet meer aan te kijken. Ende keizer, hij nodigde niemand meer uit. Maar zijn regering werd zeer streng. Aan dit verhaal moet ik vaak denken. Met name in de kerk. Ieder heeft bij de belijdenis geantwoord met de hem geschonken gaven mee te werken aan de opbouw van de gemeente van Christus. Toch zijn het maar enkelen die een taak op zich willen nemen. De anderen zullen het wel doen, dat van mij wordt niet gemerkt. Ik breng water in plaats van wijn. Het lijkt erop dat ik meedoe maar ik sta aan de kant.
Of: mij niet gezien, laat anderen het maar opknappen, ik blijf buiten schot en kan fijn van de zijlijn mijn kritiek spuien. Op de ambtsdragers, de kerkenraad, de synode. Water in plaats van wijn. Beneden de maat, heet zoiets. Water in plaats van wijn. Hoe vaak wordt het geschonken in relaties, verbanden, samenleven en samenwerken? Er wordt iets verwacht en wat blijkt? De kerk, dat zijn wij allemaal. Zo zeggen wij het tegenwoordig graag. Ik geloof dat ook nog.
Immers: wáár de gemeente is..dáár is de kerk. Dat zeggen wij tegenover de Rooms-Katholieken.
die immers zeggen: waar de priester is, is de kerk. De kerk is daar waar de gemeente is. En ik zou best eens wat meer beschaamde koppen willen zien die zich bewust waren geworden water in plaats van wijn te schenken. Zullen wij eens zo'n vat aan deingang van de kerk zetten?
We knipten dit ontdekkende artikel uit "PRESENT" - veertiendaags kerkblad van de Ned. Hervormde gemeente te Amsterdam en Amstelveen. Ds De Liefde uit Amstelveen heeft in zijn bekende rubriek een thema aangesneden, dat steeds onze volle attentie verdient. We kunnen er niet genoeg op hameren, dat de gemeente van Christus een gemeenschap van christenen is. Belijden is beleven. Wij hebben in de praktijk een discrepantie geschapen tussen het één en het ander. Maar bloedwarm belijden houdt zonder meer practical beleven in.
De verticale band met Christus moet en zal zich uitwerken in de horizontale verhouding tot de naaste. En die naaste is ieder, die éénmaal of regelmatig mijn levenspad kruist. Een bepaald facet van de geboden naastenliefde is het alles over hebben voor de ander. Dan kan men zijn portemonnee niet dicht houden. Ik hoorde pas geleden een dominee voor de radio op de vroege morgen zeggen: "Uit wat iemand aan geld geeft, blijkt of hij uit het geloof leeft. Als je bankrekening de H. Schrift is waarop je vertrouwt heb je 't ABC van het geloof nog niet begrepen. Delen is vermenigvuldigen. Doe je dat vandaag niet, dan is er opnieuw een stukje van je geloof afgestorven." Dat zijn indringende woorden, die de spijker op de kop slaan en die waard zijn 'om over na te denken. Maar uiteraard mag het bij het bovengenoemde niet blijven. De kring breidt zich uit tot allerlei vormen van activiteit, die van ons gevraagd worden in het midden van de .gemeente van Christus. Laten we ophouden roofbouw te plegen op de ander en onszèlf inzetten voor de opbouw van het lichaam van de Here Jezus Christus!