Boeketje trouwpreken (4)
1986-04-25
Geeft elkaar de rechterhand. Een opdracht, die je vandaag maar al te graag vervult! Daar is wat aan vooraf gegaan: dat je elkaar je hàrt heb gegeven. Maar dat voltrok zich tussen jullie beiden, zonder getuigen. Maar het geven van de hand is een openbare aangelegenheid.- Jaargang 30
- nummer 17
Je wilt het weten, je stuurt kaarten rond en nodigt vrienden uit, en je geeft elkaar de rechterhand onder vele getuigen.
Elkaar het hàrt geven: dat is de liefde. Elkaar de hànd geven: dat is de trouw.
Je geeft er elkaar de hand op, op je trouwbelofte. Twee handen, die elkaar grijpen en vasthouden en niet meer willen loslaten, in lief en leed ... wat een prachtig beeld van de huwelijkstrouw.
Trouw gaat niet zonder liefde, maar het gaat ook weer boven de liefde uit. Ze vangt op, zo vaak de liefde wankelt en wankelmoedig wordt.
Geeft elkaar de rechterhand en weest elkaar tot een rechterhand. Alle dagen.
Er is vandáág "geen kunst" aan.
Maar er kunnen dagen komen, dat je vergeet elkaar de hand te geven. Dat je náást elkaar leeft in plaats van mèt de ander.
Dat de een de ander vooruit is en de ander achter laat.
En dan moeten we zo nodig weer de opdracht horen: geeft elkaar de rechterhand van de trouw, van de bemoediging, van de ondersteuning, van de vertroosting. Laten jullie handen ineengestrengeld blijven, tot de dood je scheidt.
Maar ik heb een woord voor jullie, dat nog verre uitgaat boven geeft elkaar de rechter-hand. En dat is dat woord van onze tekst: "Geeft de HERE de hand".
Dan zijn er drie handen ineengestrengeld, als een drievoudig snoer, dat niet licht verbroken zal worden.
Jullie twee handen vallen zo makkelijk weer uiteen; er is een hand nodig, die jullie handen verbonden houdt: GodsHand. Ik mag het u zeggen: Gods sterke rechterhand houdt door zijn kracht, uw huwelijk in stand! Gelooft ge dat? Toen jullie geboren werden mochten je ouders dat prille leven al leggen in die sterke en trouwe hand van God. En toen jullie volwassen werden nodigde de HERE jullie persoonlijk uit nu ook zelf je hand te leggen in Zijn hand. Ga niet alleen door 't leven, zei Hij en jullie hebben Hem het ja-woord gegeven, toen je belijdenis deed van je geloof.
Je bent Hem wel eens uit de hand gelopen, maar Hij heeft daarom toch niet Zijn hand van je afgetrokken. En Hij blijft je nodigen: geef mij je hand, ga niet alleen dat vreemde land van het huwelijksleven binnen.
Alleen? Wie kan er nu alleen een huwelijk beginnen? Je bent toch met z'n tweeën? Maar als je niet samen met de HERE bent, ben je toch echt doodgriezelig alleen met z'n tweetjes!
Alleen als je de HERE de hand geeft houdt je ’t vol ook elkaar de hand te blijven geven.
Maar gaat het in 2 Kronieken 30 niet om heel àndere dingen?
Om na jaren van verbondsverlating het volk te brengen tot verbondsvernieuwing roept koning Hiskia hen samen tot de luisterrijke viering van het Paasfeest! Is Pasen niet het feest van Gods nieuwe begin?
In dat verband nodigt Hiskia het volk uit: geeft de HERE uw hand, kom tot Zijn Heiligdom en dient de HERE uw God: Heeft dat nu niets te maken niet jullie trouwdag? Mag ik wat noemen?
- Heeft jullie huwelijksverbond niet te maken met Gods genadeverbond? Het mag erop rusten en er kracht uit putten, het mag er ook een afspiegeling van zijn (Ef.5)!
- We komen vandaag niet tot een heiligdom in Jeruzalem, maar Paulus zegt ons, dat ons huwelijksleven een tempel mag zijn van de Heilige Geest, die we heilig en rein zullen houden. (1 Kor. 6 : 19). Komt tot Zijn heiligdom.
Huwelijksleven is tempelleven.
- "En dient de HERE uw God". "Zijn liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten"
(Ps. 119 :83, o.b.). Wat een prachtig woord: liefdedienst!
Maar ook: wat een opgave! Liefdedienst voor de HERE en voor elkaar.
Geeft de HERE uw hand. Als je dat beiden doet vinden in Zijn hand jullie handen elkaar weer, ook als ze een tijdlang elkaar ontglipt zijn.
Hij legt vandaag de hand van de een in de hand van de ander.
Vergeet dat nooit. Het is Zijn werk en wil, het is Zijn liefde en trouw, dat jullie aan elkaar verbindt en verbonden wil houden.
Als Hij zijn sterke Vaderhand over jullie zwakke handen heen legt, mogen jullie van harte geloven en belijden: Zijn rechterhand zal redding geven!
Want Hij is zo getrouw als sterk, Hij zal Zijn werk voor ons voleinden.
Daarom bidden wij allen tesamen met jullie mee:
verlaat niet wat Uw hand begon o Levensbron, wil bijstand zenden!
(Ps. 138 : 4, o.b.)